Palmzondag C - 2004

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 120 niet laden
Er zijn tegenwoordig geen pelgrims meer te zien in Jeruzalem.
Al enkele jaren zijn de meeste reizen afgelast.
In de stad dreigt dood en geweld.
Vaak vloeit er bloed.
‘Oog om oog, tand om tand’ regeert.
Diep gewortelde angst en haat krijgen telkens nieuwe voeding.
Het is nochtans een prachtige stad, blinkend in de ochtendzon;
het Cedron-dal met eeuwenoude olijven, de stadsmuur en het tempelplein.
‘Daar is het allemaal gebeurd!’
De sfeer in de stad is grimmig.
Ik hoorde mensen die er geweest zijn het volgende vertellen:
Enkele vrome joden met zwarte hoeden
schopten een Palestijn hard tegen de kuiten en duwden hem weg.
Vlak voor hen liep een militair,
dus de Palestijn durfde niets terug te doen.
Hij balde vernederd z’n vuisten.
De vrome gelovigen hadden in het verleden hun eigen littekens en trauma’s opgelopen.
Er is zoveel gedreigd, geschoten en gemoord.
Op de daken van de hoofdstraat stonden militairen met het geweer in de aanslag.
Ze hielden de mensen nauwlettend in het oog.

Er hing een sfeer van broeierige vijandigheid.
De mensen die het vertelden hadden de weg gelopen
die Jezus was gegaan toen hij als pelgrim in de stad kwam om Pasen te vieren.
Overal waren militairen en politiemannen.
Stel je eens voor dat de militairen rode mantels dragen en koper plaatwerk voor borst en schenen.
Stel je eens voor dat ze een helm dragen en grote lansen.
Jeruzalem: een belegerde stad.
Een stad in de greep van wrok die met de moedermelk aan de bewoners was meegegeven.
Wie hier hardop zegt: ‘als iemand u op de linkerwang slaat, keer hem de rechter toe’,
die is ten dode opgeschreven.
‘Haal me een ezel’, vraagt Jezus in het evangelie.
Geen kameel, geen paard.
Hij roept de herinnering op aan koning Salomo
en aan de spreekwoordelijke vredevorst
die ook op een ezel zijn intrede deed.

Veertien dagen geleden kreeg ik een vriendelijke brief van een bioscoopdirecteur.
Er is een nieuwe film over Jezus.
Hij is omstreden en bevat uitermate gewelddadige scènes.
Hij beperkt zich tot Jezus’ laatste week, alsof de jaren ervoor niet zo belangrijk waren.
‘Of ik zelf wou komen zien om een gedacht te hebben van wat het eigenlijk is.’
Nee dus, ik ben niet gegaan.
Ik houd niet echt van geweld dat mensen elkaar aandoen.
Misschien een beetje kinderachtig, maar daar zit ik bij met de ogen dicht.
Geweldsvertoon roept geweld op, al eeuwen.
Daarvoor was Jezus niet gestorven.
Hij wilde geen wrok oproepen.
Hij wilde mildheid en vrede.
Jezus zocht een heilige vrede.
Een heilige vrede voor alle mensen van de wereld.
Want van hen allemaal was God de Vader.
Een heilige vrede met de islamieten.
Een heilige vrede met de joden.
Jezus wil vrede, geen wraak.
Laat ons deze week maar eens proberen
om de krant te lezen met de ogen van de Barmhartige.
Van degene die Vader is van joden èn Palestijnen, Amerikanen èn Iraki’s.
Zo’n God moet toch ongelooflijk lijden in deze tijd. Amen.

(met dank voor de inspiratie aan Harry Brouwers)