Twee stoeten

 

 

Hoe kan het zo vlug veranderen?

De zondag bejubeld, de vrijdag bespot.

De zondag gezeten op een ezel, begroet met een hosanna: de vrijdag de stad uit, met een doornenkroon op het hoofd, een kruis op de rug.

Op Palmzondag trekken twee stoeten voor ons voorbij. We krijgen bij de palmwijding het verhaal van de intocht in Jeruzalem en kort daarna horen we als tweede evangelie het passieverhaal. Dit is in dit leesjaar C het verhaal van de evangelist Lucas. Misschien gaan we mee in een van beide stoeten of in allebei.

Op Palmzondag waren het wellicht meestal mensen uit Galilea. Ze waren in Jeruzalem voor het paasfeest, ze waren allicht blij Jezus te ontmoeten die met een boodschap van vrede naar de tempel optrok Maar in Jeruzalem zijn de tegenstanders van Jezus. Daar is een complot gesmeed, Er is verraad. Hij wordt gevangen genomen, hij wordt veroordeeld, hij wordt van Pontius naar Pilatus gestuurd. Er valt wat te beleven voor de kijklustigen, die er zijn zelfs bij een kruisiging. Enkele roepen vijandige kreten. Ze zijn blij dat Jezus veroordeeld wordt. De vreedzame Jezus gaat een wreed einde tegemoet.

 

Lucas over Goede vrijdag

De vier evangelisten hebben elk het zelfde verhaal maar met eigen accenten. Ze spreken van de verlatenheid van Jezus, maar Lucas wijst vooral op medeleven. Hij wijst naar Simon van Cyrene, die weliswaar gedwongen achter Jezus het kruis helpt dragen. We zijn kruisdragers. Lucas ziet de vrouwen langs de weg, die meevoelen (Lc. 23, 26-31). Hij vermeldt dat bekenden van Jezus, waar onder vrouwen uit Galilea; van op afstand en machteloos het gebeuren hebben gevolgd./

Bij Mattheus en Marcus horen we de kreet van Jezus. Hij voelt zich verlaten door God. Lucas verzacht het einde. Jezus sterft met een woord van vergeving, nadat hij voordien aan de goede moordenaar beloofd had met hem in het paradijs te zullen zijn. De tocht met kronkelingen is geëindigd; Jezus voorspeelt hem: “Vandaag nog zul jij bij mij zijn in het paradijs.” “In manus tuas, Domine, commendo spiritum meum.”

Kruiswegen

Goede Vrijdag is de dag om stil te staan bij de ondraaglijkheid van het lijden (Erik Borgman, Door het lijden. Meditaties bij de kruisweg). Christenen zijn de weg gegaan die Jezus is gegaan. De via dolorosa loopt door de straten van Jeruzalem. Overal zijn kruiswegen aangebracht. De volgelingen van Franciscus hadden daarbij een grote invloed. De kruiswegen op straten en in kerken hebben meestal veertien staties. Enkele staties hebben een Bijbelse referentie, andere zijn door devotie ingevuld. Bedevaarders naar Lourdes kennen de grote kruisweg op de berg langs een steile, bosrijke weg. Hij is 1500 meter lang en bevat 115 beelden in gepatineerd gietijzer. Of ze volgen langs de overkant van de Gave, op vlak terrein een "nieuwe" kruisweg, gemaakt door Maria de Faykod. De 17 staties zijn gemaakt uit wit marmer.

Schilders

Vroeger en nu hebben kunstenaars de kruisweg geschilderd, of althans enkele delen ervan.

In het MSK Gent hangt het schilderij, de Kruisdraging door Christus. Het wordt toegekend aan JHeronymus Bosch. Jezus is er omringd door wrede, boze tronies. Een lam tussen wolven. “Op het Gents paneel zoekt Bosch helemaal niet de tragische gebeurtenis van het jaar 33 min of meer trouw voor te stellen. Zijn standpunt is, voor die tijd, revolutionair anders. Hij wil ons laten aanvoelen hoe afstotelijk, hoe walgelijk de wereld er moet uitgezien hebben voor Christus, precies op het ogenblik van zijn bovenmenselijk heldhaftig offer.”

 Bruegel heeft eveneens een schilderij met de kruisdraging van Christus. Het is een werk uit 1564. Het landschap lijkt eerder op Vlaanderen dan op Palestina, ware het niet van de rare berg met windmolen. Bruegel gebruikt een Vlaams decor. Daarin is het wat zoeken om de Christus onder het kruis te vinden. Iets duidelijker is de aanwezigheid van Maria, de moeder van Jezus en de apostel Johannes. Alweer valt op dat een aantal figuren zich niets aantrekken van de lijdenweg van Jezus. Zo was het ook op het schilderij van de Volkstelling. Zo is het eveneens op onze dagen.

Het meest van al treft ons de molen op een hoge rots. Waarom die molen? Die had toen een groot economisch belang. De molen staat ook voor macht. Hij zou in dit schilderij verwijzen naar een overheid, een die ver afstaat van het volk en die in Madrid verblijft. Men zou een parallel kunnen trekken tussen het door de Romeinen bezette Palestina en het land van Bruegel dat door Spanje werd geregeerd. Beide streefden naar vrijheid.

In 2011 is over dit schilderij een ¨Poolse film gemaakt. Daarin wordt sterk de politieke betekenis belicht. Het schilderij wordt gezien als een aanklacht tegen et schrikbewind van Alva bij de godsdienstoorlogen in onze streken. De film heeft daarom als titel: The Mill and the Cross, De molen en het kruis.

 

De mystieke molen

Even zouden we bij het motief van de molen denken aan de mystieke molen op een prachtig kapiteel in de basiliek van Vézelay. Maar dit is het niet bij Bruegel. De molen verwijst naar de machthebbers, de heersers verwijderd van, het volk.

Toch even verwijlen bij deze zeer beroemde Moulin Mystique (Mystieke molen). Het is een meesterwerk van de romaanse beeldhouwkunst. Mozes stort het graan (symbool voor het Oude Testament) in de molen en Paulus vangt het meel (symbool voor het Nieuwe Testament) op. De molen, aangedreven door een wiel met een kruis erin, stelt Christus voor. Het beeld symboliseert de band tussen het Oude en het Nieuwe Testament.

“De Wet van Mozes bevatte de waarheid, maar die waarheid was nog verborgen, zoals het voedzame meel in het harde koren. Pas door Christus’ kruisdood is de hardheid van het koren gebroken en veranderd in bruikbare voedingsstof om brood van te bakken. Die voedende bloem is de Wet van Jezus’ Evangelie, even zacht en licht als zijn juk. En het komt Paulus toe, als apostel, om dit goede nieuws verder te verspreiden” (Jo Cornille, De herwonnen glorie van Vézelay, Het teken, juli 2013).

De uitbeelding van de kruisweg, het lijden van een onschuldige kan ons niet onverschillig laten. Jezus onderging het ondraaglijke lijden. De keuze voor Jezus brengt mee dat wij eveneens als graan moeten gemalen worden. Wie mijn volgeling wil zijn neme zijn kruis op en kome achter mij aan.

 

Zoals de mannen en vrouwen, de bekenden van Jezus bij zijn kruis, zich op de borst kloppen, aanbidden en loven wij Christus omdat hij door zijn heilig kruis de wereld heeft verlost.

 

Op het schilderij van Breugel is Maria, de moeder van Jezus, duidelijk kenbaar. Zij vraagt om mee te leven met haar pijn en verdriet. Haar bede is weergegeven in een lied uit de middeleeuwen, het Stabat Mater. We kunnen dit lied op Goede Vrijdag beluisteren. Het Stabat Mater op muziek van Pergolesi stond vorig jaar voor de tweede maal aan de top van de honderd bij radio Klara.