Vasten (C)

Homilie: Vaderloze tijd…

Het lijkt er vaak op dat we leven in een wereld waarin we iedereen de maat nemen behalve onszelf. Een wereld waarin vooral de oudste zoon uit het Evangelie in ons aan het woord is. Het ene onderzoek volgt het andere op waarin schuldigen worden gezocht en aangewezen voor wat er waar dan ook maar fout ging.

Bestuurders, bankdirecteuren, geestelijken, artsen en sporters, niemand lijkt de dans nog te kunnen ontspringen. Bijna niemand dan, want alleen de media lijken immuun voor kritiek op hun soms, op zijn zachts gezegd, matig presteren als het om waarheidsvinding gaat. Ook zij werpen zich zoals de oudste zoon graag op als rechtvaardige rechter zonder de behoefte te voelen of de noodzaak te zien dezelfde meetlat te leggen langs hun eigen functioneren.

De oudste zoon rekent zich rijk in zijn eigen rechtvaardigheid en voelt zich beroofd door zijn vaders barmhartigheid. Het lijkt er dan ook vaak op dat we leven in een wereld waarin we iedereen de maat nemen behalve onszelf. Een wereld waarin vooral de oudste zoon uit het Evangelie in ons aan het woord is.

Wat mij echter de meeste zorgen baart is niet zozeer het gedrag, de houding of het optreden van deze oudste zoon, maar dat er geen vader meer lijkt te zijn in het verhaal van de huidige wereld en de huidige tijd. God is in de beleving van de huidige zonen en dochters een grote afwezige en dat terwijl alleen die God een zuiver evenwicht kan bewaren tussen mensen als broeders en zusters van elkaar.

Het behoeft geen nadere uitleg dat de jongste zoon nooit naar huis had kunnen terugkeren als er geen vader was geweest. Zijn oudere broer zat echt niet op hem te wachten, zag zeker niet naar hem uit en zou hem zonder enige twijfel in de kou hebben laten staan. Een terugkeer van een verloren gelopen mens is alleen dan mogelijk wanneer er een vader is die op hem wacht.

En met die vader lijkt de huidige tijd en wereld geen rekening meer te willen houden. Velen huldigen de gedachte dat wij op onszelf staan en dat wij het alleen met elkaar moeten doen zonder dat er Iemand is die ons onlosmakelijk met elkaar verbindt. In plaats daarvan berekenen we alles en rekenen we alles af alsof het leven een optelsom is van plussen en minnen.

Een burgemeester die zijn fouten toegeeft, door het stof gaat, mag blijven van zijn hoogste baas wordt publiekelijk luidkeels opgeroepen het veld te ruimen. Een sporter die net als vrijwel alle anderen in zijn sport dezelfde regels overtrad worden alle titels ontnomen alsof hij niets meer heeft gepresteerd. Een Kerk die zich onophoudelijk voor de naaste inzet wordt zonder nuance in haar geheel als een criminele organisatie weggezet omdat enkele van haar leden zich hebben misdragen. Ja, God zelf wordt als een privé persoon uit de publieke wereld verbannen en uit het leven van vele mensen omdat Hij slechts een menselijke gedachte zou zijn of omdat Hij het kwaad dat wij als mensen toch echt zelf veroorzaken niet met wortel en tak uitroeit.

Kinderen die niet meer weten dat zij een Vader hebben die hen allemaal evenzeer bemint en hen allemaal het liefste bij zich heeft en houdt, zijn steeds moeilijker in staat elkaar nog te verdragen.

Het lijkt er dan ook vaak op dat we leven in een wereld waarin we iedereen graag en gemakkelijk de maat nemen behalve onszelf. Een wereld waarin vooral de stem van oudste zoon uit het Evangelie wordt gehoord. Maar dan wel een vaderloze oudste zoon. Een zoon die zelf niemand meer heeft om op terug te vallen, maar die ook de mogelijkheid van een terugkeer van zijn jongste broer in de kiem smoort en gewoonweg onmogelijk maakt.

Maar ook in die wereld mogen wij weten dat God onze Vader is en dat wij altijd en overal bij Hem welkom zijn. Laat niets of niemand u die zekerheid ontnemen. Laat niets of niemand u ontmoedigen die zekerheid door te geven aan uw jongere broeders en zusters en aan allen die op zoek zijn naar God als ook hun liefdevolle en barmhartige Vader.