3e zondag in de vasten C - 2007

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 146 niet laden
Met welke bril lezen we de berichten in de krant? Lezen we het slechte nieuws omdat het spannend en vermakelijk is te zien hoe anderen afzien? Laten we ons nog raken door de ernst van rampen en ongelukken, van misdaad en onrecht?

Met hun commentaar op twee ongelukken zien we hoe de tijdgenoten van Jezus erover dachten: “Eigen schuld, dikke bult!”

En het gaat niet om fait-divers: Pilatus heeft het bloed van enkele Galileeërs met het bloed van offerdieren laten vermengen. Wij zouden dit al beledigend vinden, maar voor een jood is dit een absoluut gebaar van misprijzen en ontering. Het bloed bevatte volgens de opvattingen van de joden de levensgeest. Daarom mogen joden geen vlees eten met bloed erin. Dat is onrein. Zoiets doe je niet. Wie dus het bloed van mensen vermengt met dat van offerdieren, schendt de waardigheid van deze mensen. Het raakt de mens in heel zijn bestaan.

Jezus reageert fel tegen de commentaren van de toehoorders: denk maar niet dat zij de enige zondaars zijn. Zoiets overkomt mensen niet omwille van hun fouten. Een toren stort niet in op die of die mens omdat hij of zij zonden heeft begaan.

Vaak redeneren we zelf ook zo: “wat heb ik verkeerd gedaan, dat zulke miserie mij moet overkomen?” Dan zoeken we achter toevallige dingen een betekenis. Is het allemaal wel zo eenvoudig? En vooral het omgekeerde: is wie geen onrecht overkomt dan per se een rechtvaardige?

Zo geeft Jezus zijn toehoorders een veeg uit de pan: “als gij u niet bekeert, zult ge allen op eenzelfde manier omkomen.“ Dus toch?

Neen, Jezus bedoelt hier waarschijnlijk niet het omgekeerde van wat hij daarvoor zei. Hij wil ons waarschuwen, dat we niet op onze lauweren mogen rusten. Wie zich niet bekeert, zal daarvan de gevolgen moeten dragen. En die zullen veel ingrijpender zijn dan een stom ongeluk. Bekering is niet iets dat je één keer in je leven moet doen, maar àlle dagen. Tegenover God schieten we altijd tekort. We kunnen nooit op Gods zetel gaan zitten om zelf te oordelen over ons leven.

Juist daarom beginnen we elke eucharistieviering met de belijdenis dat we zondaars zijn.
O, wellicht zijn er onder ons niet veel grote zondaars… maar volmaakt zijn we evenmin.
Trouwens, zei Jezus niet “er is in de hemel méér vreugde om een zondaar die zich bekeert, dan om 99 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben”?

Wanneer we tegenover God en elkaar belijden dat we zondaars zijn, gaat het niet in de eerste plaats om specifieke daden en gedachten, maar om een belijdenis over wie we zijn in verhouding tot God. Zijn oneindig grote liefde voor ons mag ons gelukkig maken, maar ze mag ons ook tot bezinning brengen. Elke confrontatie met zijn goedheid zet ons met onze voeten in onze menselijke realiteit: wij zijn niet volmaakt. En toch houdt God van ons.

Die gedachten mogen ons naar Hem toekeren, ons be-keren. Niet één keer, maar telkens weer.

Bekering is dus een verandering van levenswijze, maar ook van levensvisie: we gaan weer op onze eigen plaats staan, we ruimen onze eigen rommel op, in plaats van commentaar te hebben op die van anderen.

En dan is er nog de parabel van de onvruchtbare vijgenboom…
De Heer laat niet met zijn voeten spelen. Alle planten in zijn wijngaard moeten vruchten voortbrengen, of ze worden omgehakt. Dat is straffe taal. Maar als we dan al eens een dorre periode hebben, is er Jezus. Hij is na de Verrijzenis naar God teruggekeerd om daar voor ons ten beste te spreken. Hij is het die bij God voor ons pleit om geduld, om genade.
Hij zorgt dat we nog een jaar respijt krijgen, zodat Hij ons met zijn woorden kan bemesten en de dorre grond rondom ons kan omspitten.

En deze veertigdagentijd is bij uitstek het moment om onze grond door de Heer te laten omspitten en onze groeikracht te laten versterken door zijn woorden.

Nog vier weken scheiden ons van Pasen. We kunnen deze tijd gebruiken om stil te staan bij de vruchten van onze vijgenboom. Hangen er dit jaar wat vruchtjes aan? Of zal de Heer van de oogst teleurgesteld naar onze lege takken kijken?

We staan er gelukkig niet alleen voor. Door zijn Woord spoort de Heer ons aan tot het goede. Hij laat ons niet los. Hij zal er zijn voor ons, hebben we in de eerste lezing gehoord. Net zoals voor het volk Israël, dat zo dikwijls het verbond geschonden heeft, laat God ons niet vallen.

We hebben reeds beleden dat we zondaars zijn. Maar we hebben nog iets anders te belijden, minstens zo fundamenteel: namelijk dat we gelovigen zijn. Ook daarin spreken we onze verhouding tot God uit, een band van vertrouwen en liefde. Laten we rechtstaan om dit geloof samen uit te spreken.
Bron: De blog van Vincent