Mozes geroepen vanuit de woestijn

 

Gelukkig voor hemzelf, voor de Israëlieten en voor ons dat Mozes nieuwsgierig was. Hij vlucht niet voor het onbekende maar gaat er heen. Wat hij hoort en ziet bij het brandend braambos geeft een beslissende wending aan zijn leven. Volgens een Joodse traditie was Mozes toen tachtig jaar en hij had reeds twee gevulde levensperiodes acher de rug (Hnd. 7,20). Hij zou veertig jaar lang in Egypte geweest zijn, vervolgens veertig jaar in Midian. Daarna zou hij nog gedurende veertig jaar Israël leiden. De figuur van Mozes heeft cineasten al herhaaldelijk stof gegeven voor spectaculaire filmen, (The Ten Commandments, een film uit 1956 van Cecil B. De Mille; Exodus: Gods and Kings, film 2014 van de Amerikaanse filmregisseur Ridley Scott).

Mozes in de woestijn

Mozes is in Egypte geboren. Zijn stamgenoten hadden daar ooit een grote invloed gehad maar ze waren nadien onderdrukt en als slavenvolk misbruikt. De Farao wou aan dit volk alle toekomstkansen ontnemen. Dat volk mocht zich volgens hem niet reproduceren. Geen enkel jongetje zou in leven blijven. Het mandje op het water van de Nijl redt het leven van Mozes. Hij groeit op aan het hof van de Farao en wordt een onderlegd man, beslagen in de de Egyptische cultuur, maar ondertussen ver verwijderd van zijn volksgenoten. Kultuur kan vervreemden, zodat wij onze her- en afkomst niet meer kennen en geen weet hebben van de levensomstandigheden van mensen, zelfs niet van hen die dichtbij ons wonen; In welke huizen en buurten komen wij? Wij kunnen opgesloten leven in een met camera’s beveiligde eigendom zonder ooit een voet te zetten in verpauperde wijken. Wij kunnen technisch heel onderlegd zijn en alle wetten en reglementen kennen maar geen voeling meer hebben met de noden van de mensen.

 

En toch kan er verandering komen. Ongevraagd en onverwachts kunnen wij oog in oog staan met een mens in verdrukking. Mozes zag een Egyptenaar, die een stamgenoot onrechtmatig afstrafte. Zijn rechtvaardigheidsgevoel dwingt hem te reageren. Hij slaat de Egyptenaar dood en geraakt daardoor zelf in moeilijkheden. De Israëlieten volgden Mozes niet. Zij hadden argwaan ten aanzien van hem en duldden niet dat hij zich met hun zaken moeide. Mozes voelt zich na de doodslag op de Egyptenaar onveilig en vlucht uit Egypte. Vrij laat had Mozes het onrecht ontdekt waarin zijn volk leefde. Zijn oplossing was niet de juiste, omdat hij zelf het recht in handen wou nemen. De schokkende ervaring van het leed van zijn volk bleef hem echter voor altijd bij.

Er kan veel tijd verlopen aleer mensen de ellende van hun medemens zien en deel nemen aan hun bevrijding. Henri Nouwen (1932-1996) had als universiteitsprofessor weinig inzicht over de rol van de marginalen in de samenleving. Sinds hij in een arkgemeenchap met hen samenleeft, beseft hij hun enorme gaven. “Hoe meer ik met gehandicapte mensen omga, hoe meer ik dankbaar ben dat ze leven, dat ze er zijn. Ze hebben onze maatschappij veel te bieden, met name in de gave rond de sacraliteit van het leven. Toen ik onder de machtigen leefde, was ik veel armer dan nu, nu ik onder de armen werk” (H. Nouwen in het boek van J. vranckx, Onvermoeide perspectieven).

Gevlucht uit Egypte

Na zijn vlucht in Midian begon voor Mozes een nieuw leven Hij huwde er, kreeg kinderen en hoedde de kudde van zijn schoonvader. Als vreemdeling geraakt hij stilaan gevestigd in zijn nieuwe heimat, al voelde hij zich wellicht toch gevangen omdat hij niet meer naar Egypte terugkon. Het is hetzelfde gevoel bij asylanten nu. ‘Ik ben graag wereldburger. Ik voel me gemaakkelijk overal thuis”, zei Fatima, maar het doet me zo een pijn, dat ik onwille van het islamisme (een fundamentele beweging binnen de Islam) in mijn heimat niet meer kan terugkeren.

Gods verrassingen

Mozes is gesetteld in het land van Midian. Hij had daar zijn levensdagen kunnen beëindigen. Maar zijn leven is nog niet te einde. Hem wachten nog vele verrassingen, uitdagingen en opdrachten. Dit gebeurde toen hij de kudde in de woestijn dreef en bij de berg Horeb een doornstruik in lichterlaaie zag. Mozes was ontvankelijk voor het nieuwe. Zijn nieuwgierigheid diende hem. Hij wou het vreemde verschijnsel van naderbij bekijken Hij wou begrijpen en het bijgevolg beheersen. Maar het omgekeerde gebeurde. Mozes werd aangestoken door het goddelijk vuur. In plaats van het te pakken en te nemen, moest hij met schroom er heen naderen en zich van zijn schoeisel ontdoen. Nog voor hij vragen kon stellen, riep God hem bij zijn naam.

“God is altijd voor. Hij is altijd eerst. Daarom spreekt Ruusbroec over de ‘Eersticheyt’ van God. God nodigt uit. Het komt de mens niet toe beslag te leggen op Jahwe. God neemt altijd eerst het initiatief. Maar de mens moet hem tegemoetkomen, op weg naar God toe, zijn stap naar God lichter maken door zijn sandalen uit te doen” (A. Hoste, Mozes, zachtmoedige vriend van God). Wil God daarmee aan Mozes zeggen dat deze zijn zekerheden moet weglaten, om echt te ervaren wat woestijn is. De plaats, waar Mozes zich verlaten voelt, is een heilige plaats, waar hij kan luisteren en Gods stem hoort. Mozes wordt aangetrokken door het vuur en wordt aangemaand zijn sandalen los te maken. Gods aanwezigheid is immers zoveel meer dan alles wat wij aan hebben of waar we ons mee omringen, onze eigendom inbegrepen.

Een doornstruik, als je erin komt, dan geraak je er niet gemakkelijk meer uit. God raakt Mozes in de doornstruik. Hij raakt hem in zijn verbondenheid met zijn volksgenoten. God gaat in op hun kwesturen. Hij roept Mozes op om deze zorg mee te helpen dragen.

Volgens een Midrasjverhaal was Mozes op zoek naar een verloren schaap. Het was niet van hem, maar van de kudde van zijn schoonvader. Toen Mozes het terug naar de kudde wou brengen, zag God hem in het brandend braambos en zei: “Nu zie ik dat jij een goede herder bent. Voortaan zal jij mijn volk Israël hoeden.”

In het vuur ziet hij God. Een vuur dat nooit ophoudt te branden zoals de zon nooit uitdooft. Wie eenmaal deze warmte heeft voelen doordringen in zich, is vervuld van een nooit aflatend verlangen, van een blijvend heimwee naar oneindigheid, een behoefte die door niets anders op aarde kan verzadigd worden. Hoezeer moet het Mozes leed hebben gedaan dat zijn volk bleef dromen van de vleespotten van Egypte, maar zijn God vergeten was.

En Mozes krijgt de taak zijn volk, dat wortel heeft geschoten in Egypte, te ontwortelen. Dat is meer dan mensenwerk. Argumenten worden vlug beantwoord met tegenargumenten. Men zal twijfelen welke daar van het zwaarst doorwegen. Eerst moet in Egypte een crisissituatie ontstaan, zodat Mozes zijn volk kan bijbrengen dat God voor hen iets beters, iets nieuws heeft bestemd.

Die is, zendt

God deelt zijn naam mee en tevens lijkt hij zich toch te onttrekken. Ik ben die is. God lijkt daarmee te zeggen. Het gaat u niet aan te weten wie ik ben. Voor Mozes mag het volstaan te weten dat God er is, begaan met de ellende van zijn volk. Mozes, gaandeweg zal je wel ontdekken wie God is. Hij is degene die reeds in de geschiedenis van je voorvaderen aanwezig was, alsook in je eigen geschiedenis. God is degene die er was in de geschiedenis van de voorvaderen, maar hij is vooral degene die toekomst opent. God is betrokken met wat in de geschiedenis gebeurt. “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord, ja, ik ken zijn lijden. Ik daal af om mijn volk te bevrijden.”

God heeft daarvoor mensen nodig. Hij zendt mensen naar anderen. God is niet afwezig in de woestijn. Hij lijdt wanneer mensen lijden. Hij vraagt dat wij dit lijden verlichten. God verlost ons om anderen te verlossen. Mozes antwoordt: “Hier ben ik”. God is ook de God van hen die ons hebben opgevoed Wat heeft de God van onze vaders en moeders mij te zeggen?. Helpt hun geloof om wanneer Hij roept te antwoorden: “Hier ben ik”? En zal mijn geloof in God vandaag en morgen andere helpen om Gods stem te horen als Hij spreekt en zullen zij dan zeggen: “Hier ben ik”?