3e zondag in de vastentijd C (2007)

Snel klaar

Ik was vorige week maandag in Rolduc, toen daar bekend werd dat Roy de Bie, jonge priester van ons bisdom, pas 32 jaar oud, pas drie jaar geleden gewijd, en één van mijn oud-studenten, plotseling was overleden. Dan komen vragen boven van onbegrip, de vraag naar het ‘waarom’, ‘waarom hij’, ‘waarom nu’ ? De vraag die zo indringend wordt gesteld, iedere keer weer, wanneer er tragische dingen gebeuren die we niet kunnen begrijpen.
De vraag die soms ook wel wordt afgedaan met het wegwuiven van God : "Als God werkelijk bestond, dan had Hij dat niet toegelaten". Een schijnbaar antwoord, maar een onbevredigend antwoord, want het is geen antwoord. De vraag naar het ‘waarom’ blijft.
En dan kom je thuis, en dan vertelt je echtgenote je van een leerling van haar school, die met zijn fiets de berg afraast, en tegen de wagen van de melkboer te pletter smakt. Hij ligt nog tussen leven en dood in het ziekenhuis. Waarom dit? Waarom hij? Waarom deze samenloop van omstandigheden?
En die Galileeërs, slachtoffers van de bloedige politieke repressie van Pilatus? En die 18 doden bij de instorting van de toren van Silóam? Waarom zij? Waarom waren zij, nét op dat moment, nét op die plek?
We willen het zo graag weten. En dan gaan we zoeken naar uitleg, naar verklaringen, naar excuses. Toen, in Jezus’ tijd, waren ze er héél snel mee klaar. Die mensen zullen wel iets op hun geweten gehad hebben, dat ze dit is overkomen. Een straffe Gods, die ze wel verdiend zullen hebben. Ze waren er snel mee klaar. Ze hadden een snelle verklaring.
Die vijgeboom daar, die geen vrucht draagt. Dat wordt toch nooit meer iets. Ook daar is men snel mee klaar. Hak maar om. Klaar.

Wat kunnen wij, mensen, toch snel zijn met onze uitleg, of met een vernietigend oordeel, of met een dodelijke beslissing. Mensen afschrijven, daar zijn wij heel sterk in. Bomen omhakken. Met de vinger ergens naartoe wijzen: die doden bij dat opstootje, die slachtoffers van een instorting. Die boom die geen vrucht wil dragen. Wat zijn wij snel met een uitleg, een verklaring. Terwijl er niets uit te leggen is, niets te verklaren is, niets te excuseren is.

Dan wordt Jezus gevraagd naar Zijn uitleg. Degenen die van Jezus het antwoord dachten te horen dat zij al klaar hadden liggen, komen bedrogen uit. Hun antwoord is niet Jezus’ antwoord: "Volstrekt niet, zeg ik u". Jezus’ antwoord is anders. Tot twee keer toe zegt hij: "Als gij niet tot bekering komt, zult ge op dezelfde manier omkomen". Op dezelfde manier, dat wil zeggen: zonder het te begrijpen. Blijven steken in vertwijfeling. Zelfs God afwijzen, omdat het niet te begrijpen is.
"Als gij u niet bekeert..." Bekering, niet in de betekenis van een religieuze ommekeer, maar in de betekenis van "vanuit een andere geest leven", een andere manier van tegen de dingen aankijken, een andere mentaliteit, een andere wijze van denken. Op een andere manier kijken naar de vreselijke dingen die ons kunnen overkomen.

Dán kijken we namelijk op een goddelijke manier. Want hoe is die goddelijke manier dan, om naar menselijke rampen en ongelukken te kijken? Het is de manier waarop God de Heer al in het Oude Verbond de rampen ziet die Zijn volk overkomen, en tegen Mozes zegt: "Ik heb de ellende van Mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord, ja, Ik ken zijn lijden. Ik daal af om Mijn volk te bevrijden".
Dat is het eerste antwoord. Is het daarmee opgelost? Nog niet. Had Mozes daarmee een pasklaar antwoord, een onmiddellijke oplossing? Nee, en het tweede antwoord is dan ook veel moeilijker te vatten, wanneer de Heer tegen Mozes zegt: "Ik zend je naar het volk". En als het volk dan vraagt wie het is die mij gezonden heeft? "Zeg dan maar, dat Ik ben, dat Ik met jullie ben. Dat betekent Mijn Naam: Ik-Ben-Er-Voor-Jullie". Nee, de ellende van het volk is niet als door een toverspreuk opgelost. Het begint met "bekering", een andere mentaliteit, er op een andere manier tegenaan kijken, de dingen op een andere manier zien. Kansen geven. Weten dat er een God is die met ons is.

Anders zou het met de vijgeboom ook snel gedaan zijn. Niet verder kijken. Een snelle uitleg. Boom is dood. Een snelle beslissing: hak maar om. Maar dan is het de werker in de wijngaard, de pastor, die het pleit wint tegen zijn heer: geef de boom nog een kans. Natuurlijk, al drie jaar geeft die boom geen vruchten, en misschien wordt het ook nooit meer iets. Maar laten we hem tóch nog een kans geven.
Dan beginnen processen die tijd nodig hebben. Veertig jaren lang duurt de Exodus-tocht van Israël door de woestijn. En het gaat van het ene verwijt naar het andere, van de ene geloofsafval naar de andere, van de ene mislukking naar de andere, van de ene crisis naar de andere, veertig jaren lang. Uiteindelijk is het dan toch zo ver. Maar Mozes zelf maakt het niet meer mee.

Ook de vijgeboom heeft tijd nodig. Drie jaren lang was er aan gewerkt, en nóg bracht de boom geen vrucht. Dan wordt hem, uit barmhartigheid, nog een jaar respijt gegeven. Ook al heeft de boom nog niets opgeleverd, de tuinman blijft er in geloven. Hij zál vruchten voortbrengen. Alleen een kwestie van tijd.

Zo zijn wij ook de Veertigdagentijd ingegaan. Ook dat proces heeft tijd nodig. Ook al brengen wij maar weinig vruchten voort, de Grote Tuinman blijft ons maar kansen geven om vruchten te dragen. En Hij heeft héél veel geduld.