2e zondag in de veertigdagentijd C - 2007

Zusters en broeders,

De vasten is een tijd van bekering, bezinning en gebed. Vorige week was het tijd om te bezinnen. Samen met Jezus verbleven we in de woestijn om ons te bezinnen over wat belangrijk is in het leven en wat niet. Niet bezit, niet macht, niet afgoderij, wel trouw aan God, aan elkaar en aan onszelf maken ons tot mens en tot kind van God. Vandaag is het tijd om te bidden. Jezus gaat met drie van zijn apostelen de berg Tabor op. Woestijn of berg, beide zijn in de Bijbel plaatsen waar de mens God kan ontmoeten. In de woestijn komt de mens tot bezinning en tot inkeer, en zo wordt hij gezuiverd. Zuiver genoeg om bij God te kunnen komen. Veertig jaar had het joodse volk erover gedaan voor het zuiver genoeg was om het beloofde land binnen te trekken. Veertig dagen volstonden voor Jezus om de band met zijn Vader zo sterk te maken dat Hij een boodschap van liefde en vrede onder de mensen kon brengen. Vandaag trekt Hij de berg Tabor op. Niets eens zo’n hoge berg, maar hoog genoeg om God te vinden. Gelijk welke berg brengt de mens dichter bij God. Hóé dicht bij God zien we in het evangelie: het gebed heeft Jezus zo vast in zijn greep dat Hij in extase is en het geluk op zijn gezicht staat te lezen.

Het kan wat overdreven lijken maar dat hoeft het helemaal niet te zijn. Ieder van ons heeft het al meegemaakt: momenten die zo intens zijn dat je buiten jezelf bent. Momenten van zeer groot geluk, zoals bij een huwelijk of een priesterwijding, bij een geboorte of bij goed nieuws waarop je niet meer durfde hopen: nieuws bijvoorbeeld dat jijzelf of iemand die je zeer na aan het hart ligt zal herstellen van een quasi ongeneeslijke ziekte of van een vreselijk ongeval. Of een hartelijk woord van iemand met wie je al jaren in de problemen zit. Of een gemeend woord van verontschuldiging van iemand die je erg heeft gekwetst. Intense momenten, waarin je dubbel lijkt te leven, waarbij je bij manier van spreken op wolkjes gaat zweven, zo gelukkig ben je. Dat is wat Jezus vandaag meemaakt: Hij is zo gelukkig in zijn gebed dat Hij op wolkjes gaat zweven.

Maar bidden, hoe doe je dat? Ik denk dat het een vraag is die iedereen zich al eens stelt. En misschien denken we dan: ik ben geen goede christen, want ik weet niet eens hoe ik moet bidden. We moeten ons daar nochtans niet schuldig over voelen: ook de apostelen wisten het niet, anders hadden ze niet aan Jezus gevraagd: ‘Heer, leer ons bidden.’ En Hij leert hun en ons het Onze Vader bidden. Geen grote woorden, maar een gebed waarin aanbidding en wens, en aandacht voor God en voor onszelf elkaar heel mooi in evenwicht houden. Bidden is God loven, maar is ook niet bang zijn om Hem iets te vragen. Niet voor niets leert Jezus ons zeggen: ‘Onze Vader.’

En bidden is ook de Bijbel of een ander godsdienstig boek lezen. In het evangelie merken we dat ook Jezus dat doet: Hij is zo verdiept in zijn lectuur van de verhalen over en van Mozes en Elia dat ze als het ware lijfelijk bij Hem aanwezig zijn. Dat is wat ook wij elke zondag doen: door onze lectuur van het Oude en het Nieuwe Testament brengen we de profeten in ons midden en laten we Jezus doorleven in zijn woorden en daden, zodat Hij ook kan doorleven in ons.

De evangelielezing van vandaag maakt duidelijk dat je op veel manieren kunt bidden en dat je het kunt doen op gelijk welk ogenblik van de dag en gelijk waar. Je hoeft er echt niet voor in de kerk te zijn. En we hoeven ook geen grote woorden te gebruiken. Bidden is eenvoud. Het is zeker niet altijd gemakkelijk, omdat het ons dwingt af te kicken van de drukte van de dag en van ons leven, en binnenwaarts te kijken, binnen in de stilte van onszelf. Alleen, of met anderen in de zondagviering. Sommigen denken dat persoonlijk gebed beter is dan gemeenschappelijk gebed, maar dat is niet zo. Kijk maar naar het evangelie van vandaag: Jezus neemt drie apostelen mee om samen met Hem te bidden. Bidden in gemeenschap dus. Ze bakken er niet veel van, want ze vallen domweg in slaap. Dat doen ze trouwens ook op de avond voor zijn lijden en dood. Toch wou Jezus samen met hen bidden. En op een andere plaats in het evangelie zegt Hij: ‘Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’

Zusters en broeders, de vasten is een tijd van bekering, bezinning en gebed. Misschien konden we proberen ons een beetje tot het gebed te bekeren. Zo moeilijk moet dat niet zijn, vooral omdat Jezus het zeer eenvoudig houdt. Maar Hij bidt wel dikwijls. Laten wij ook proberen bidden. Even weg van de drukte van de dag, even goeiedag zeggen tegen onze Schepper. Hem even aanwezig brengen in onszelf, weten dat Hij er is voor ons en ‘Onze Vader’ zeggen. Ik denk dat dit ons leven alleen maar rijker en intenser zou maken, rijker aan liefde en intenser aan vrede. Amen.