Drie wegwijzers (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 129 niet laden
De liturgie van dit weekend brengt ons een vreemd Jezus-verhaal. Jezus wiens gelaat van aan blik verandert, zijn kleren die verblindend wit worden, een stem die uit een wolk weerklinkt, we kunnen niet goed overweg met dergelijke buitengewone, miraculeuze gegevens. En soms zijn we dan geneigd om dit verhaal uit onze catalogus te schrappen, en het te beschouwen als mythologisch, wonderbaarlijk en dus niet ter zake.

En dit zou jammer zijn. Want Lucas, bij wie we dit verhaal lezen, had wel degelijk een bedoeling met zijn verhaal. Lucas stelt centraal in zijn evangelie de vraag: Wie is die Jezus van Nazareth? En daar probeert Lucas ondermeer dit weekend een antwoord op te geven.

De vreemde verhaalelementen laten Lucas toe Jezus uit te beelden die een gesprek heeft met Elia en Mozes, twee helden uit de Joodse godsdienstige geschiedenis. Helden, die ook iets met bergen te maken hadden. Daar hebben zij telkens een intense Godsontmoeting. En zo worden er op de berg Tabor drie wegwijzers van formaat gepresenteerd, wegwijzers, niet alleen voor de tijdgenoten van Lucas, maar ook voor ons.

De oudste in het rijtje is Mozes, de man van de twee stenen tafelen. Mozes was de spreekbuis van Jahwe-god en maakte diens wil, de tien geboden bekend aan het volk. En die tien geboden zal Jezus later samenvatten in het dubbelgod van de liefde: bemin God en bemin de naaste als Jezelf. Mozes toonde zijn tijdgenoten de weg naar God. En dat was wel nodig. Want tijdens zijn afwezigheid op de berg Sinai om de tien geboden te ontvangen, maakte het volk een gouden kalf en vereerde dit als een godheid. Het volk koos voor vruchtbaarheidsgoden, voor materieel gewin, voor de winst op korte termijn, een god waarmee je een ruilhandeltje kon opzetten. Mozes zal de weg naar de ware God tonen. Een God waar je geen beelden van mag maken. Een God die je niet kunt manipuleren. Een God die geen maaksel is van de mens, maar het is de mens die een maaksel is van God.

Mozes zal ook de weg naar medemensen tonen. Het tweede deel van de tien geboden zetten krijtlijnen uit hoe mensen met elkaar gelukkig kunnen leven: eert uw ouders, dood niemand, lieg niet, steel niet, wees niet jaloers of afgunstig. Het zijn eenvoudige en krachtige wegwijzers naar een harmonische samenleving.

Mozes heeft ook zijn problemen meegemaakt op deze weg. Het volk morde en liet hem herhaaldelijk in de steek. En het beloofde land zou hij niet bereiken.

Mozes krijgt in het evangelie het gezelschap van de profeet Elia. Elia leefde in een woelige tijd. De koning en zijn gevolg waren overgelopen naar de vruchtbaarheidsgoden, de Baäls. De mensen kozen bijna allemaal de vruchtbaarheidsgoden. De goden die je met offers naar je hand kon zetten. De altaren voor Jahwe worden verlaten en men richt overal offerplaatsen op voor de afgoden. Eén man blijft Jahwe trouw: de profeet Elia. Hij gaat de confrontatie met de Baäl-priesters niet uit de weg en toont hun verkeerde wegen aan. Ook Elia is een wegwijzer naar God. En op de berg Horeb beleeft hij een indringende Godservaring. Hij ontdekt er dat God niet zozeer werkt in het wonderbaarlijke, het gewelddadige van de aardbeving, het vuur of de storm maar in het gefluister van de zachte bries, de stilte, de stem van het geweten.

Elia ontdekt dat god allereerst eerlijke menswaardige verhoudingen wil tussen mensen. Als de koning Achab de wijngaard van de arme Nabot in beslag wil nemen en er zich op een onrechtvaardige manier meester van maakt, dan zal Elia opkomen en het onrecht aanklagen. De koning misbruikt het gerecht om Nabot ter dood te laten brengen, maar Elia wordt de spreekbuis van de zwakke mens, die zich niet meer kan verdedigen. Hij toont dat God een God is van gerechtigheid, die het onrecht dat de machtigen doen tegenover de zwakken niet zomaar laat gebeuren. God kiest de kant van de zwaksten.

Voor dergelijke keuzes heeft ook Elia zijn moeilijkheden gehad: vervolgd door koning Achab moet hij op de vlucht in een vreemd en vijandig gebied.

Zo plaats de evangelist Lucas Jezus op de berg Tabor in goed gezelschap. Jezus wordt omringd door Mozes en Elia, twee wegwijzers die de weg naar God willen zuiver houden, en die tegelijk de weg wijzen naar de medemens.

Het is niet toevallig dat in de vastenperiode deze profeten ons als een spiegel worden voorgehouden. Kiezen wij voor het gouden kalf van bezit en luxe als antwoord op onze diepere vragen, voor de vruchtbaarheidsgoden met hun valse beloftes dat rijkdom onze diepste honger stilt? Beseffen we voldoende dat de weg naar god loopt over het pad naar de medemensen?

Het wordt ook Jezus’ levenstaak: de mensen op weg zetten naar God en naar de medemensen. En Lucas waarschuwt ons al: ook de weg van Jezus zal niet over een leien dakje lopen. Ook Jezus levensweg zal lopen over het kruis. De echte en definitieve verheerlijking zal pas doorbreken als Goede Vrijdag gepasseerd is.

Zusters en broeders,
Laten we de komende dagen niet bang zijn de weg naar God en de weg naar medemensen te bewandelen. Amen.