Biddend op de berg (2007)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
  • Met de kerngroep van zijn apostelen, Petrus, Johannes en Jacobus, trekt Jezus zich terug om te bidden op “de berg”, een wel bepaalde berg. Volgens de eeuwenoude christelijke traditie (die teruggaat tot de 4de eeuw) was die berg de Tabor, waar vandaag tussen oude ruïnes een Grieks-orthodoxe kerk en een Rooms-katholieke basiliek herinneren aan Jezus’ gedaanteverandering.
  • De apostelen zijn vermoeid. Het kan best in de late avond of in de nacht gebeurd zijn. Uit andere evangelieteksten vernemen we dat Jezus zich vaak terugtrok, en dan nog wel in de nacht, om te bidden. Bergen zijn in alle culturen plaatsen van bijzondere Godsontmoeting.

1. “Hij besteeg de berg om er te bidden.”

- Jezus’ gebed was eenvoudig. Het bestond niet uit een veelheid van woorden, in tegenstelling tot dat van de heidenen. En in contrast met dat van vele Joden ging het niet gepaard met opvallende gebaren in het publiek. Het was het gebed van het hart, door de psalmen gevoed. Wel zei Hij dat we voortdurend moesten bidden. Liefst binnenkamers. Door zijn wijze van bidden geraakt vroegen zijn leerlingen Hem eens dat Hij ze ook zo zou leren bidden. En dan liet Hij ze binnentreden in zijn relatie met wie Hij “Abba” noemde: “onzevader”. Met Jezus begon een nieuwe gebedscultuur.

- Het gebed van Jezus kennen is Jezus zelf kennen. Bidden is in de waarheid komen. Jezus was per definitie de naar de Vader gekeerde Zoon. Zijn levensgeheim was zijn weergaloze intimiteit met de Vader. Zo kende Hij ook Gods droom. Met de Vader was Hij één, en één van wil. Dat was de sleutel van zijn identiteit. Het gebed was zijn adem, zijn leven. Deze verhouding tot de Vader was zo uniek dat Hij vaak zocht om alleen te bidden. Niemand heeft ooit gebeden zoals Hij.

- Maar dit keer werd Jezus door zijn leerlingen echt betrapt op wat Hem in het gebed feitelijk overkwam. Misschien was zoiets al eerder gebeurd zonder dat er getuigen bij waren. Ze zagen dat “Zijn gelaat veranderde van aanblik, en dat zijn gewaad verblindend wit werd”. Door het gebed werd deze verborgen intimiteit zichtbaar. Deze eenheid met de Vader doorbrandde zijn lichaam in licht. Jezus’ goddelijke kern doorbrak zijn menselijke conditie. Jezus was doordrongen van de Vader, het ongeschapen Licht. “Wie Mij ziet, ziet de Vader”. De apostelen zagen onverwacht de straalkracht van Gods glorie in het vlees. Voorsmaak van de verrezen en blijvend verheerlijkte Christus. Deze onvergetelijke ervaring kreeg naklank tot in de tweede Petrusbrief (2 Petr.1,16-18).

- En die Jezus is niet alleen. Hij is biddend verbonden met heel de hemel. Mozes en Elia zijn erbij. Ze vertegenwoordigen de “Wet en de Profeten”, die elkaar in evenwicht houden: heel de lesgevende geschiedenis van het Godsvolk. Ook Mozes had ooit aan die goddelijke gloed deelgenomen, zichtbaar toen hij van de Sinaï afdaalde. En Elia is in de bijbel “hij die de hemelen open ziet”. Zo verrukt en opgetogen was Petrus dat hij uitriep: “Laat ons hier drie tenten bouwen”. De tenten bedoelde hij niet voor de apostelen, wel voor Jezus, Mozes en Elia. De tent (Shekinah) onder de wolk verwees juist naar Gods aanwezigheid. De heerlijkheid ervan wilde hij behouden.

2. Deze ervaring echter gebeurde enkele dagen na Jezus’ eerste lijdensvoorspelling.

- Die vraag naar behoud van die heerlijkheid was illusie. Lucas merkte op dat “Petrus niet wist wat hij zei”. Ook David wilde ooit voor de Heer een blijvende woning bouwen. Maria Magdalena wilde de verrezen Heer bij de voeten grijpen en vasthouden. De Emmaüsgangers vroegen: “Blijf bij ons, Heer…” Na de drie bekoringen van Jezus komt nu de bekoring van de leerlingen: zaligheid bezitten en veilig bewaren. Maar leerling zijn is in beweging komen, is loslaten. Er was eerst nog een lange en onbekende weg af te leggen. De schaduw van de wolk beëindigde hun vreugde.

- Zoals de schrijvers in de Griekse Oudheid plaats Lucas de ontknoping of het hoogtepunt van zijn verhaal niet op het einde, maar in het midden van zijn boek. De verrijzenis is de ontknoping en het einde. Jezus’ gedaanteverandering op de berg wordt vaak als een Paasverhaal gelezen. en staat als hoogtepunt hier centraal, omkaderd met de lijdensvoorspellingen. Dit laatste is heel belangrijk.

- Wat bespreken Mozes en Elia met Jezus? Zijn uittocht (exodus,passage,Pasen). Mozes had voor zijn volk de uittocht geleid uit Egypte door de verschrikkelijke woestijn, en Elia had de pijnlijke vlucht van de Karmel naar de Horeb beleefd. Zo stond Jezus voor de lange weg van zijn lijden en kruisdood, die voltooid zou worden in zijn verheerlijking en hemelvaart. Bij zijn doodstrijd zouden precies dezelfde drie leerlingen eerst slapen, maar ook getuigen zijn. Het verhaal wordt bezegeld met de stem van de Vader: “Dit is mijn Zoon, de uitverkorene, luister naar Hem”. Bijna dezelfde woorden als bij Jezus’ doopsel (Lc.3,22), de bevestiging  van dit soort Messiasschap  (Jes.42,1).

* Het is de weg van de Kerk van 20 eeuwen martelaarschap. Ook nu stappen we met het Godsvolk doorheen de woestijn: crisis in de kerk en geraffineerde vervolging... “Gij leeft in een wereld van verdrukking. Heb goede moed. Ik heb de wereld overwonnen.” (Joh. 16,33). – In deze vastentijd komen we met Jezus tot gebed in de intimiteit met de Vader. We halen er het geloof en de kracht om de uitdaging van de tijd te trotseren en in soberheid en delende liefde naar Pasen toe te gaan.