2e zondag in de vasten C - 2007

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 93 niet laden
Het is nacht. Abram ligt in zijn tent. Hij kan de slaap niet vatten. Hem is een land en een zoon beloofd. Komt er nog iets van? Een mens wil toch ergens wonen en vruchtbaar zijn, je ergens aan wijden?

Het is nacht. Abram kan niet slapen. Hij piekert. ‘Waarin nog geloven? Heb ik mezelf niets wijsgemaakt?’ denkt Abram.

Abram wordt opstandig. Hij staat op en loopt naar buiten. Of is het God die hem uit zijn tent lokt? Ontelbare sterren staan aan de hemel. Wie zou die sterren bedacht hebben? Wat een wondere wereld toch, die de onze zo overkoepelt en stralend verlicht!

Een mens kan twijfelen. Geloven in God? Op Hem vertrouwen? Soms weet een mens niet meer waarin men nog mag geloven. Zo overkomt het Abram, zo kan het ook ons overkomen.

Het wordt weer eens nacht in het leven van Abram. ‘Heer God, wanneer wordt mijn leven vruchtbaar?’ Abram wil zo graag een bewijs in handen hebben. Een belofte is wel mooi, maar het zou wel prettig zijn als het wit op zwart stond. ‘God, ik geloof u, maar kunt u mij niet wat meer zekerheid geven? Iets op een briefje, een bewijs.’

En dan wijkt de nacht. Abram gaat op weg. Nog maar eens. Zoals wij iedere dag op weg zijn. Soms met zovele vragen.

Maar dit keer neemt Abram een koe, een geit, een ram, een tortel en een jonge duif mee. Wat wil hij daarmee aanvangen? Abram voert een oeroud ritueel uit. Hij klieft de dieren middendoor. Alleen de tortel en de duif niet. Wat heeft dit te betekenen?

Wanneer twee mensen een afspraak wilden maken, een verbond wilden sluiten, dan voerden ze dit ritueel uit. Vervolgens liepen ze door de weg tussen de dieren en zwoeren elkaar een eed: ‘Zoals de twee helften van deze dieren bij elkaar horen en de tortel bij de duif, zo horen wij bij elkaar. Er is een bloedband die ons voortaan bindt. Als één van ons beiden het hier gegeven woord breekt, zal het hem vergaan als deze offerdieren: Aas voor de gieren!’

Abram is het beu. Als God geen inbeelding is, dan moet hij nú komen. De liefde kan toch niet van één kant komen? Abram wacht en wacht. “God, ik geloof, kom mij ongeloof te hulp.”

God komt echter niet. Alleen de aasgieren komen en ze blijven komen; alsof ze willen zeggen: ‘Man, schei toch uit, je lijkt wel gek. Je kan toch geen verbond in je eentje sluiten?’

Maar Abram wijkt niet. Hij vecht voor zijn geloof tot hij, moe getergd, in slaap valt.

Abram droomt. En toch ziet hij meer: Rook en vuur! God is gekomen.

Vreemd toch. Als Abram een afspraak wil maken met God, komt God niet. Als God komt, ligt Abram in slaap. God gaat door de stukken door. Het verbond krijgt zekerheid van zijn kant. De belofte hangt niet af van Abram. Abram kan God niet dwingen. God heeft zijn belofte, zijn trouw, zijn liefde aan zijn beminden in de slaap.

Vraag nu niet wat er precies gebeurd is. Dit is Gods geheim. Maar Abram voelt zich gesterkt om zijn levenstocht verder te zetten, ook al kan de twijfel een mens overvallen. Hij voelt zich geroepen om warmte en licht te verspreiden in zijn soms zo koude en donkere wereld.

Vraag nu niet wat er precies gebeurd is op de berg waar Jezus en drie van zijn leerlingen verblijven. Dit is Gods geheim. Ja, ze zijn de berg opgegaan: op zoek naar Gods nabijheid; om zich te laten inspireren door die lichtende voorbeelden Mozes en Elia. Jezus voelt zich er gesterkt om, met de dood voor ogen, zijn levenstocht verder te zetten. Zijn roeping is Hem heel duidelijk: verder warmte en licht verspreiden in die koude en donkere wereld van geweld en onverdraagzaamheid.

Zijn leerlingen zijn daar nog niet aan toe. Ze zijn immers in slaap gevallen. Slapen betekent hier: niet beseffen wat een mens te doen staat; overvallen worden door twijfel en onzekerheid of ons geloof in God wel iets uithaalt.

Als ze dan toch wakker worden, weten ze niet wat hen overkomt. Maar het doet hen wel deugd. Alleen een stem, diep in hun binnenste, zegt: ‘Luister naar mijn Zoon.’ En dat hebben de leerlingen, veel later, na Jezus’ lijden, sterven en verrijzen, tenvolle gedaan: Luisteren naar Hem.

Gods nabijheid ervaren: het is niet iedereen gegeven. Maar luisteren naar Gods welbeminde Zoon: dat kunnen we wel. Want door Jezus gesterkt, straks in de communie, kunnen wij onze toch verder zetten om warmte en licht te verspreiden in onze wereld.

gedeeltelijk geïnspireerd op ‘Het verhaal gaat 1’ (Nico ter Linden)