Van de berg naar het dal

 

De verheerlijking van Jezus op de berg is een lichtpunt in het leven van Jezus. Het is een flits van een kort Pasen in het perspectief van zijn definitief Pasen. De ervaring op de Thabor is bij Jezus verwant aan deze bij zijn doopsel in de Jordaan.

Topmomenten
Topmomenten en – ervaringen zijn eerder zeldzaam in het leven. De evangelisten vermelden slechts twee à drie keren dat de hemel zich voor Jezus opent en dat hij de stem van de Vader hoorde: dit was bij het doopsel in de Jordaan, dat was bij de gedaanteverandering en misschien een derde keer bij zijn intrede in Jeruzalem. Alle andere dagen stapte Jezus op in geloof en bleef hij niet gespaard van bekoring en beproeving.

De eerste zondag van de Vasten zijn we elk jaar met hem in de woestijn, we staan daar oog in oog met de bekoorder.

Vandaag breekt de hemel open, vol licht en klaarheid. We beleven gedurende enkele minuten Pasen. Topervaringen zijn immers als een flits waarin we in een kort moment opeens kunnen vermoeden hoe heerlijk het is of worden kan.

Op de berg

Jezus trok een berg op. De bergen zijn in de Bijbel meestal een teken van Gods heerlijkheid. Aan hem behoren de toppen der bergen (ps. 104). De Sinaï, de Karmel waren haltes in het leven van de profeten. De pelgrims van het Heilig land bezoeken de berg van de zaligsprekingen en ze worden in taxi’s naar de berg Thabor gevoerd, want die hoogten waren geliefde plaatsen voor Jezus tijdens zijn verblijf in Galilea.

De moderne mens is een bergbeklimmer geworden (Petrarca). Wie na inspanning bij de top geraakt en bij helder weer de grootsheid van een bergmassief beschouwt en het panorama mag bewonderen, ervaart aldus de grootsheid van de schepping. De bergbeklimmer staat hoog en boven de mens uit het dal en tevens voelt hij zich klein in die geweldige natuur. Heeft Jezus dit zelf zo aangevoeld? Zijn Schepper en Vader was hem in ieder geval op de berg zeer nabij.

Tijdens het gebed


Jezus was op een berg in gebed. Het gebed verandert mensen omdat een diepere aanwezigheid hen dan doordringt. In de kamer van een priester-leraar hing een mooi rustig schilderij van de Christusfiguur. Hij had dit geschilderd onder de indruk van priester Flor Hofmans toen deze aan het bidden was. “Er straalde iets van deze man uit tijdens het gebed’, zo beweerde die priester-kunstenaar. Het gebed vermindert de afstand tussen de Schepper en het schepsel en kleurt alleszins de onderlinge verhouding. Biddend ontmoet Jezus zijn Vader, de afstand verdwijnt, de verbondenheid groeit. Deze is mijn Zoon, de Veelgeliefde.

Met anderen samen

Rijke momenten zijn er om gedeeld te worden met anderen. Jezus, is op de berg verbonden met grote figuren uit zijn volk. Mozes, de man van de Uittocht, was op de berg Sinaï. Hij had er Jahweh ontmoet. Elia had op de berg Karmel gestreden voor Jahweh en hij had op de Horeb zijn God ontdekt in de stilte, bij een zachte bries.

Waar we schoonheid ontmoeten en waar God optreedt, breekt de eeuwigheid door. De glazeniers die de vensters in de kerk van de Thabor ontwierpen en uitvoerden, kozen een afbeelding van de pauw. Zijn open gespreide staart toont een variëteit van kleuren. Hij is een symbool voor de eeuwigheid.

De aanwezige leerlingen hoopten dat het wonder van de Thabor zou blijven duren. “Verweile doch du bist so schön” (Goethe). “Laat ons drie tenten bouwen”, hoe vanzelfsprekend is de reactie van Petrus. Maar Petrus en zijn gezellen hebben een deel van het gebeuren verslapen. Het bestijgen van de berg had hen moe gemaakt. Door te slapen en te rusten konden ze nieuwe krachten opdoen. De slaap is bron van vitaliteit. Maar hij betekent ook de duisternis van de diepe nacht. Hij is zelfs een beeld van de dood, wanneer we voor goed ‘inslapen’.

Slapen in bijzijn van anderen betekent weerstand bieden aan een uitnodiging tot participatie. Slapen is: niet kunnen en niet willen meedoen in wat er aan het gebeuren is, niet (meer ) geïnteresseerd zijn, het laten afweten. Zouden de leerlingen het laten afweten zoals het zal gebeuren wanneer Jezus hen meeneemt op de Olijfberg.

Terug naar het dal

Jezus keerde terug naar het dal de berg af. Het is ons hier op aarde niet gegund lang op de hoogte te blijven. De afdaling is zo moeilijk. Het is lastig terugkeren naar de vlakte van het leven. Predikanten bespelen nogal graag bij het einde van een bedevaart het thema van de Thabor en de terugkeer naar het dal, omdat ze uit de mond van de bedevaarders en pelgrims zo dikwijls de bede hoorden: “Kom, laat ons drie tenten bouwen.” Neen, dit gaat niet. Wie moeten immers terug, liefst als een ander mens die niet vergeet wat hij op de hoogte mocht beleven. Il ne faut jamais renier dans les ténèbres ce qu’on a vu dans la lumière.

Je mag in de nacht het licht van de dag niet verloochenen. Juist in de duisternis kan de herinnering aan het licht een kracht betekenen. Vaak gebeurt het dat in bergstreken mist boven het dal hangt, terwijl de zon daarboven schijnt en warmte geeft. Beneden in de vlakte trachten we de schoonheid van daarboven te bewaren. We mogen de goede sterke momenten uit het leven niet verbannen

Niet verloochenen

En toch, wij mensen vergeten. Petrus en de tweemetgezellen waren het licht van de Thabor vergeten wanneer Jezus optrekt naar Jeruzalem, de stad van zijn, kruis. Bernadette, de zienster van Lourdes, zou eens bij het einde van haar leven, wanneer interviewers haar opnieuw over Lourdes en de dame wilden doen vertellen, ongeveer dit gezegd hebben: “Ik weet het niet meer. ‘ t Is reeds zo lang geleden.”

Jezus, die op de berg de stem gehoord had: “ Deze is mijn welbeminde zoon”, heeft op die ander berg, de Calvarie, de kreet geslaakt: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt  gij mij verlaten’.

Jezus is door de dood in de verlatenheid moeten trekken. Pas doorheen dit alles wist hij vanaf die paasdag dat hij voor altijd blijvend de heerlijkheid van God zou uitstralen, niet alleen op de berg, maar als de verrezen heer tussen al zijn broeders en zusters.