Morgenlicht (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

NACHT VAN DE NACHT

‘In die dagen leidde God Abram naar buiten en zei: Kijk naar de hemel en tel de sterren; want zo talrijk wordt uw nageslacht!’ We lazen het zojuist. Maar goed dat Abram niet in Nederland woonde! Een aantal milieuverenigingen organiseert in het najaar de ‘nacht van de nacht’. Wij worden dan opgeroepen om de sterren te tellen; bedrijven en gemeentes wordt verzocht de buitenverlichting te temperen. Het resultaat is een kaart van Nederland die verraadt hoeveel stof er in de lucht zit en hoe de nacht vervuild is door het licht. Ameland geeft het beste gezicht op de hemel, maar veel verder dan enkele honderden sterren kom je niet. Zo’n eeuw na Christus zag de toonaangevende sterrenkundige Ptolemeus er ruim duizend aan de nachtelijke hemel van Alexandrië. Op geschikte plekken zou je er 10 duizend kunnen zien en met een telescoop kom je gauw op 100.000. Mensen die elk jaar meedoen aan de ‘nacht van de nacht’ berichten over intense ervaringen, opdoemende nachtvlinders, en een ongekend besef van jezelf in een majestueus heelal, mystieke, zelfs religieuze belevingen. Abram heeft boven zijn hoofd een enorm geschitter waargenomen en gedroomd over een groot nageslacht.

NAAR HET DONKER

De nacht is de tijd waarop we doorgaans slapen, of proberen te slapen. Ik weet uit uw verhalen dat dit niet altijd zo eenvoudig is. Veel mensen in Voerendaal liggen wakker. Ze hebben een periode achter de rug waarin ze over een dierbare hebben gewaakt en zich enorm machteloos hebben gevoeld. Of een tijd waarin ze door ruzie verscheurd waren. De slaap wil niet komen. De nacht duurt lang. De klok slaat hard. Vreemd is dat. We verlangen naar een diepe slaap, terwijl wij dan eigenlijk niet leven. ‘Inslapen’ is een ander woord voor ‘doodgaan’. Het bewustzijn is uitgeschakeld. Even flakkert het op en beeldhouwt wat herinneringen aan elkaar, maar dan zinkt het spoedig weer weg. Iemand die ons zo ziet, raakt vertedert. Een slapende mens is onschuldig. Hij heeft zich helemaal overgegeven. Het moet een spannende ontwikkeling zijn geweest toen er in de evolutie slaap ontstond. Zonder waakzaamheid is een levend wezen is een makkelijke prooi voor roofdieren. Een mens moet weten dat iemand over hem waakt; je moet een beschutte plek gevonden hebben. Men heeft de slapende mens gezien als iemand die contact met de eeuwigheid legt. In de droom kwam hij zijn voorouders tegen. Hij doolde rond in een wereld met andere wetten, met zalige en schrikbarende voorvallen. In de slaap geeft een mens zich over aan het heelal.

DROMEN

In het evangelie wordt ons twee keer verteld over de slaap. Beide keren gaat het over de drie leerlingen, Petrus, Johannes en Jakobus, niet de eersten de besten! De ene keer waren ze in de Hof van olijven. Jezus bad in doodsnood. Zij vielen in slaap. De andere keer waren ze op een berg. Jezus had zijn lijden voorspeld en zij droomden over hem als gekleed in een mantel van de eeuwigheid. Zou het twee keer hetzelfde verhaal zijn? Een openbaring van de zin van Jezus lijden? De onthulling dat het lijden toch de glans van Gods heerlijkheid bergt. De joodse gelovigen stelden zich de goddelijke werkelijkheid voor als een aangrijpend, voor mensen nauwelijks te verdragen intense aanwezigheid, uitgedrukt in bliksemschichten en een oorverdovende donder. Gelukkig voor de mens toonde God zijn heerlijkheid meestal wat ingehouden. Dan kwam Hij gehuld in een wolk of een zachte bries. Een mens zocht die glimlach van God. Hij wilde horen: ‘jij bent mijn lief kind’. En hier op de berg, als Jezus uitgesproken is over het lot dat hem wacht, dan zien ze het. Gods heerlijkheid. De vervulleng van wet en profeten, van Mozes en Elia.

OVERGAVE

Het is een mysterieus verhaal. Het gaat over slapen en dromen. Het daagt ons uit om te geloven dat het lijden een weg is naar het licht, een weg die Jezus ons is voorgegaan. Maar het verhaal verraadt ook huiver en angst, want het is niet vanzelfsprekend en er is een overgave gevraagd die ons nachten kan wakker houden! Toen Abram niet slapen kon omdat hij, op leeftijd gekomen, nog steeds geen kinderen had, toen telde hij niet zijn schapen maar de sterren! De slaap was de toegang tot de eeuwigheid, en dat is ze nog steeds als uiting van ultieme overgave.

MARS

Lieve kinderen. Robbert verheugde zich. Hij ging bij opa logeren. Dat was spannend. Opa deed altijd van die gekke dingen. Zo waren ze een keer kabouters gaan zoeken in het Imstenrader bos. Het was al bijna donker. Hij meende zich zelfs te herinneren dat ze er een gevonden hadden, maar dat kon eigenlijk niet. ‘Gaan we kabouters zoeken?’ was zijn eerste vraag toen hij opa zag. ‘Nee’, zei opa. ‘Vanavond gaan we sterren kijken. Daar ben je nu groot genoeg voor.’ Die avond reden ze richting Mechelen. Opa zocht een donkere plek achter hoge struiken. Hij haalde ligstoelen uit de kofferbak en deed zijn sjaal om. Toen gingen ze naast elkaar liggen. ‘Je moet even aan het donker wennen, dan zie je er steeds meer’, zei opa. ‘En stil zijn. Stilte hoort bij sterren. Daar is geen lucht en geen geluid.’ Robert keek omhoog. Hij probeerde ze te tellen. Dat ging niet. Ineens zag hij een ster bewegen. Robin leerde over de grote beer, over de snelheid van het licht, over het geheim van de aarde. En telkens was het lange tijd stil. Was opa in slaap gevallen? ‘Dit is mars’, zei opa ineens. ‘Waar? Waar dan?’ ‘Hier’, zei opa. ‘Waar?’ Opa had zijn grote hand opengevouwen en gaf Robin een reep Mars. ‘Hoeveel sterren zijn er?’ ‘Genoeg’, zei opa. ‘Voor elke mens één!’