Verleiding (2010)

U en ik vinden waarschijnlijk van onszelf dat we toch wel een redelijk sterk karakter hebben. Maar toch..., maar toch...!? We worden voortdurend bewerkt door beelden, geluiden, woorden, om iets te doen zonder er veel over na te denken, terwijl we het soms helemaal niet willen. We laten ons verleiden. Het zou met een appel aan de "boom van goed en kwaad" begonnen zijn, maar het is elk geval niet bij een appel gebleven. Veelal is de verleiding nogal onschuldig: om bijvoorbeeld eens een ander soort boter te kopen dan we gewend zijn en zelfs om een lotje te kopen voor het goede doel met de kans op een prijsje. We zijn er aan gewend voortdurend te worden belaagd om iets te kopen. Veel verleidingen zijn niet zo onverdacht.

We worden overgehaald meer en anders te eten dan gezond is, we worden uitgenodigd om dat drankje voor boven de 16 jaar eens te proberen, waardoor kinderen onder de 16 op het idee komen dat ook eens te proberen. Het gebruik van drugs staat of valt met de al of niet geslaagde verleiding. We worden verleid tot risico's in het verkeer. Een redelijk sterk karakter blijkt in veel gevallen niet sterk genoeg, want we blijven dromen om boven ons gewone zelf uit te groeien, soms zelfs ten koste van anderen.

Het evangelie van vandaag beschrijft Jezus als echt een van ons, met dezelfde verleidingen, dezelfde dromen. Daar is de droom om van stenen brood te kunnen maken, om alles wat je aanraakt in goud te kunnen veranderen, zonder dat je er veel voor hoeft te doen, alsof daarin het geluk te vinden is. "Hij kan zomaar vallen", die gele bal met een paar miljoen. Zo wordt onze droom
gevoed. De tweede verleidelijke droom is een wereldreis door alle landen van de wereld om alle wereldwonderen te zien, om als God in Frankrijk in je tweede huis te willen leven, heer en meester over je eigen tijd, je eigen leven. Wie droomt daar niet van? De derde verleiding is de inbeelding iets heel bijzonders te zijn: Gods lieveling op aarde. Jou kan niets gebeuren. Jij bent onkwetsbaar. Jij zult je neus nooit stoten.

Jezus blijkt echt een sterk karakter te hebben en zegt nee tegen deze dromen. Hij onderkent en doorziet het verleidelijke karakter ervan.
Tegelijkertijd zegt hij ja: ja tegen het besef dat een mens niet leeft van brood alleen en ja tegen het inzicht dat het beter is om je brood niet alleen te eten, maar te delen met anderen. Ja zegt Hij tegen de overtuiging dat niet Hij het centrum van de wereld is, maar dat het centrum van zijn leven ergens anders ligt, buiten Hemzelf. Hij leeft vanuit de ervaring dat zijn centrum ligt bij de God die zijn volk nooit heeft kunnen vergeten, ook niet toen ze in het land van melk en honing kwamen en het hun voor de wind ging. "Ja", zal Hij zeggen tegen een leven van dienstbaarheid aan de ander in alle kwetsbaarheid. Hij is niet gekomen om gediend te worden, om op handen gedragen te worden, maar om te dienen en anderen op handen te dragen; om zelf een engel te zijn voor anderen. Aan dat "ja" zal Hij zijn verdere leven blijven vasthouden.

De betekenis van dit evangelie is niet zo moeilijk en past helemaal in deze "Veertigdagentijd": Sta eens even stil bij al die verleidingen, zet er eens wat op een rijtje en ga er niet omheen. Als we al niet zo sterk zijn om veel van die verleidingen te weerstaan dan zijn we misschien wel in staat om ons op menig vlak tenminste wat te beperken en dat het onze geestelijke en lichamelijke gezondheid ten goede komt is mooi meegenomen. Veertigdagentijd, tijd van bezinning. Vandaag begonnen met opnieuw te kiezen voor wat we wel en niet willen. Amen