1° Zondag Vasten C (2010)

In een oud en hoogst eerbiedwaardig boek over folklore, mythes en legenden las ik een tekst m.b.t. de vastentijd, die me vertrouwd voorkwam. Ze had kunnen passen in een ouderwetse bisschoppelijke brief over de vastentijd. In feite was het een tekst uit zo'n duizend jaar vóór Christus, ergens uit het Verre Oosten. Het ging over een tijd van vasten, allerlei vormen van onthouding en ook over het zaaien voor de nieuwe oogst. Blijkbaar hebben praktijken die horen bij de veertigdagentijd tijd die we nu beginnen voor mensen van alle tijden een vitale geestelijke betekenis gehad.
Het evangelie van deze zondag gaat over de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht zonder iets te eten.Toen ze voorbij waren kreeg hij honger. De duivel zag zijn kans en daagde hem uit van steen brood te maken. Onmiddellijke behoeftebevrediging, heet dat. Jezus' antwoord: ‘De mens leeft niet van brood alleen.' Toen tartte de duivel hem met iets veel wezenlijkers: ‘Maak wat van je leven. Ik kan zorgen dat je het ver brengt.' En Jezus: ‘Niets gaat boven God en Hem dienen'. Dan: een topprestatie, iets roekeloos presteren, ook daar hebben mensen honger naar: 'Gooi jezelf van de top van de tempel en Gods engelen zullen je opvangen.' En alsof het Jezus nu toch teveel werd: ‘Tegenover God geen waaghalzerij.' Toen gaf de duivel zijn pogingen op.
Een tijdje geleden stond een heel blad van de krant Trouw vol met grote, bont gekleurde woorden als: "Streefcijfers, doelen, marktwerking, stuurmiddelen, verliezers, flexibiliteit", allemaal in het Engels of afgeleid uit het oude Latijn. Alsof ik houthakkers aan het werk zag en hoorde die met bijlen en snerpende kettingzagen een prachtig bos vernietigden om plaats te maken voor iets dat heel veel geld zal opbrengen. En ik dacht: Gaat de duivel tegenwoordig niet zo te werk, met veel lawaai en de belofte van veel geld, als hij mensen in de woestijn van nu wil verleiden? En heeft hij niet veel geïnteresseerde luisteraars?
Ik kwam een andere uitdrukking tegen, ook in het Engels, maar toch: "tender competence", niet het soort competentie van die houthakkers, daarentegen: teer, zacht, gevoelig, liefhebbend, pril, jong.
En ik las een artikel over een Leuvense hoogleraar, Prof. Mia Leijssen. Haar visie : "Wij hebben een samenleving gecreëerd waarin de fysieke en materiële dimensie een eigen plaats gekregen heeft. De ziel, die subtiel geraakt wordt door wat ons te boven gaat, en waar we honger naar hebben, is daarmee uit de aandacht verdwenen. Dat gat wordt opgevuld door depressies, verslavingen, stoornissen en willekeurig geweld."
Zij brengt waarden als liefde, waarheid, goedheid en schoonheid weer ter sprake. Durft zelfs het oude woord "zielzorger" te gebruiken, dat is iemand die met "tender competence" te werk gaat. Daarover schrijft ze in haar boek: "Tijd voor de ziel." Is dat geen mooie naam voor de veertigdaagse vastentijd? En tevens het doel ervan?
De klassieke tekst bij het uitreiken van het askruisje op Aswoensdag luidt nog altijd: "Gedenk, o mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren." Valt er echt niets mooiers over ons mensen te zeggen?
"Tijd voor de ziel" klinkt bezielend: aandachtig luisterend omgaan met jezelf en bijgevolg met anderen. Of in woorden van de Gulden Regel: "Behandel anderen zoals jezelf behandeld wilt worden."
Deze vastentijd: vijf weken om compassie aan te leren, of ook: "tender competence", wel zacht, maar helemaal niet soft!