1e zondag van de veertigdagentijd C - 2019

Zusters en broeders,

‘Beveel aan die steen dat hij in brood verandert’, zegt de duivel tegen Jezus, en Jezus antwoordt: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’ Het klinkt gek wat de duivel aan Jezus opdraagt, want brood maken van stenen is totaal tegennatuurlijk, dus gaat het niet. Maar als we zien welke tegennatuurlijke fratsen de mens de voorbije eeuwen in de natuur heeft uitgehaald en wat hij er vandaag nog meer mee uithaalt, is het blijkbaar helemaal niet gek wat de duivel wil. Hele oerwouden werden en worden gerooid of in brand gestoken, de zee is één grote vuilnisbelt geworden, het klimaat is op hol geslagen, het milieu wordt grenzeloos vervuild door petroleumboringen, door kilometer brede en diepe opgravingen van uitzonderlijke metalen, en door het misbruik en de vreselijke vervuiling van rivier- en grondwater. Heel dikwijls gebeurt dat allemaal in opdracht van enkele rijken en machtigen die de armen onderdrukken en uitbuiten. In deze veertigdagentijd zullen we in dat verband aandacht besteden aan Guatemala, waar de grote meerderheid van de bevolking van de landbouw moet leven, maar de boeren bezitten geen grond, want die is voor meer dan de helft in handen van een handvol rijken. De armen leven dus doodarm en zeer ongezond, ze hebben niet eens eten genoeg om zich te voeden, terwijl ze in opdracht van de bezitters zichzelf en de aarde kapot moeten maken voor vruchtenteelt voor de uitvoer, zodat de rijken nog rijker worden.

Bij dat alles moeten we ons afvragen: maken wij de aarde ook kapot, door een hoop dingen te kopen die we niet echt nodig hebben en waar armen zich tegen een mensonwaardig hongerloon kapot moeten voor werken?

‘Ik zal u alle macht geven als ge mij aanbidt’, zegt de duivel ook tegen Jezus. ‘Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen’, antwoordt Jezus. Opnieuw zien we hoe de duivel in de realiteit zijn slag thuishaalt. Want talloos zijn de landen waar de macht altijd in handen blijft van dezelfde wrede en corrupte machthebbers die het volk onderdrukken en uitbuiten, en hun tegenstanders martelen en vermoorden. Landen zonder democratie, zonder mensenrechten, zonder vrouwenrechten, zonder vrijheden.

En opnieuw moeten wij ons afvragen: waar staan wij in dat opzicht? Klampen ook wij ons vast aan de macht die we misschien hebben in ons gezin, in onze zaak, op ons werk, in de parochie, in de politiek? Houden wij wél rekening met de verlangens, de ideeën, de wensen van anderen, of zijn ook wij machtvreters die geen weerstand dulden?

De duivel doet nog een derde poging om Jezus te verleiden: ‘Als Gij de Zoon van God zijt, werp u dan van deze tempelpoort naar beneden, want Gods engelen zullen u beschermen’, zegt hij. En Jezus antwoordt: ‘Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.’ En voor de derde keer zien we hoe de duivel in de realiteit zijn slag thuishaalt, en hoe God misbruikt wordt om vreselijke dingen te verantwoorden. IS en andere moslimmisdadigers vermoorden, verkrachten, vernietigen, plunderen op vreselijke wijze in naam van Allah. Dictators beroepen zich op God om hun machtswellust te staven. Sommige priesters, bisschoppen, kardinalen en andere religieuzen misbruiken hun status en hun prestige om zich aan kinderen te vergrijpen.

En voor de derde keer moeten wij ons afvragen waar wij staan in dit verhaal. Nee, we misbruiken God niet om onze misdaden te verantwoorden, maar misbruiken we Hem niet op een andere manier? Eisen we niet dat God ingaat op ons bidden en ons vragen? Dat Hij ons altijd beschermt? Aanvaarden wij dat niet alles rozengeur en maneschijn is, ook al zijn we gelovige mensen en zetten we ons in voor God en zijn Kerk? Aanvaarden we dus dat we, net als Jezus trouwens, ondanks ons gebed en onze inzet, ook pijn en lijden moeten ondergaan door ziekte, tegenslag, mislukkingen, en door allerlei dingen waar we echt niet om vragen maar die toch op ons neervallen. Of is het allemaal God zijn schuld? God die niet naar ons omziet, die niet naar ons wil luisteren, die niet wil doen wat we van Hem eisen.

Zusters en broeders, het zijn heel boeiende vragen die we ons vandaag moeten stellen, en dat zal de volgende weken niet anders zijn, want telkens opnieuw zullen we een evangelie horen dat helemaal past in deze veertigdagentijd. Een tijd die niet alleen gaat over onze naasten en over Broederlijk Delen, maar ook over onszelf en ons geloof. Een tijd dus van bezinning, van vraagstelling, van bidden, van hoop en verlangen naar een groeiend geloof. Een tijd van dankbaarheid ook, zoals we horen in de eerste lezing, waar Mozes tegen het volk zegt: ‘Breng de eerste vruchten van de oogst naar het altaar van de Heer uw God.’ Dankbaarheid om de vruchten van leven, dankbaarheid om het leven zelf, met vallen en opstaan. En aandacht voor onze medemensen, in navolging van God, van Jezus, die aandacht heeft voor alle mensen. Laat onze veertigdagentijd in elk opzicht een vruchtbare tijd zijn. Amen.