Vasten (C)

Altijd onderweg. Migratie is van alle tijden

Al eeuwen gaan mensen elders op zoek naar een beter leven.

Adam en Eva zijn de eerste zwervers nadat zij het paradijs moesten verlaten.

Maar dat is in de proto-geschiedenis, in een mythisch verhaal toen de geschiedenis nog moest beginnen.

De Mungo man uit Australië is tot nu de oudst bekende emigrant. Hij leefde in Australië 40.000 jaar voor Christus.

Vanuit Afrika is de moderne mens over de hele wereld uitgezwermd.

Hongersnood, oorlog, vervolging zetten mensen aan hun land van herkomst te verlaten. Binnenkort komt daarbij de klimaatsverandering.

Migratie

In 2013 opende in Antwerpen het museum van de Red Starr Line. “De hoofdtentoonstelling in het Red Star Line Museum gaat vooral over mensen, over de meer dan twee miljoen passagiers die in Antwerpen aan boord gingen. Het is een Antwerps verhaal, over de stad en haar haven, over Antwerpen als laatste halte op het oude continent. Het is ook een Belgisch verhaal over landgenoten die door miserie, soms door een zucht naar avontuur, inscheepten om in Amerika een nieuw en beter leven te vinden. De Red Star Line is een Europees verhaal want het overgrote deel van de passagiers kwam uit heel Europa. Het museum vertelt verder het Amerikaans verhaal, over voorouders van Amerikanen, over hun roots, hun afkomst en hoe ze daar terecht zijn gekomen. En tegelijkertijd is het een universeel verhaal over dromen van een beter leven, over afscheid nemen en het zoeken naar een nieuwe thuis.” (Overgenomen van internet).

Je kan in het museum de lijst raadplegen met namen van mensen die vandaar zijn vertrokken. Van tante nonneke die vandaar in 1921 als missionaris naar New York is vertrokken en nooit meer is teruggekeerd of van een kozijn, die als ingenieur in 1909 vertrok maar er niet is gebleven.

Terugblik

Wie erheen ging, heeft zich aangepast. Hun kinderen en kleinkinderen hebben belangstelling in de herkomst van hun familie. Genealogie en rootstoerisme zitten in de lift. Het familiearchief wordt gekoesterd. Iedereen haalt op haar of zijn manier inspiratie uit het verleden.

Dit doet tot op vandaag de gelovige jood die een voorschrift opvolgt uit de wet van Mozes (Dt. 26,5). Hij blikt terug op het verleden, het korte en het verre. Hij gelooft dat God hem en het volk geleid heeft. Hij is er dankbaar om.

Christenen zijn mensen met een geschiedenis. Een van hun oudste namen is dat zij ‘aanhangers van de Weg’ zijn (Hnd. 9,2). Wij herinneren de weg van de verkondiging en de missionering. Ons geloof is getekend door een geschiedenis. We spreken met eerbied over mensen die ons zijn voorgegaan, over hun leven, hun strijd, hun geloof en ook over hun twijfel en zoeken.

De weg die mensen gaan, kan zijn als een tocht door de woestijn en als een vaart over zee en verbonden met vele gevaren. In de Begijnhofkerk van Brussel is een beeld van de anonieme drenkeling. En in Antwerpen zorgde San Egidio voor een beeld van Christus, de daloze zwerver. Zo een beeld ligt in Brugge bij de Magdalenakerk.

In de woestijn

Op de eerste zondag van de veertigdagentijd zijn we met Jezus in de woestijn. We hebben het schilderij voor ogen van Gustave van de Woestyne, die Christus uitbeeldt in de woestijn. Jezus heeft er geworsteld met zijn zending. Jezus kende als Joodse man het Credo van zijn volk. Hij deelde met zijn geloofsgenoten het vertrouwen in God. Tijdens zijn verblijf in de woestijn was hij zelf die rondzwervende Arameeër. Hij voelde zich verbonden met de beproevingen van zijn volk bij hun woestijntocht. De woestijn zou een mens tot zijn diepste zelf brengen. “De drievoudige beproeving waaraan Jezus als Zoon van God wordt onderworpen, maakt voor de lezers duidelijk waartoe hij niet is gezonden. Materiële rijkdom, politieke macht en religieus prestige zijn niet het doel van zijn komst. Met citaten uit de Schrift wijst Jezus deze wegen af. Met woorden van de profeet Jesaja zal hij in het vervolg duidelijk maken waartoe hij wel is bestemd” (J. Smit, Het verhaal van Lucas, p. 47)

Levensverhalen

Wij houden even halt bij ons eigen levensverhaal, over de bochten op de weg, de rotondes, de juiste of de verkeerde afslag. Het ging niet altijd rechtuit, soms moesten we even terug. We denken aan tochtgenoten, aan hen die ons aanmoedigden, aan enkelen die ons de rug toekeerden, aan anderen die herbegonnen. Het tijdschrift Speling wijdde het derde nummer van de jaargang 2018 aan de weg en aan het levensverhaal van enkele personen.

Terugblikkend op de afgelegde weg kunnen we dankbaar zijn. We hebben geleerd uit mislukkingen. We zijn dankbaar omdat de Heer als een beschermende wolk met zijn volk blijft optrekken.

Het moest zo wezen

De tijd vliegt snel voorbij

Wat kunnen wij al concluderen

Steeds duidelijker wordt het mij

Er valt nog veel, heel veel te leren

Ik heb mijn leven lang

Hard gewerkt en werd geprezen

Maar ach, het ging gewoon vanzelf

Het moest zo wezen

En soms, dan heb ik spijt

Van wat ik deed of heb gelaten

Dan maak ik mij een stil verwijt

Zie dingen die me tegenzaten

Bij alles wat ik heb gedaan

Hield wat nog kwam mij niet zo bezig

Want ach, het ging gewoon vanzelf

Het moest zo wezen


Soms greep een zaak me naar de keel

En werd het leven me teveel

Maar ’t meeste kreeg ik voor elkaar

Veel lukte vaak toch wonderbaar

Wat er voorbij kwam op mijn weg

Dat moest zo wezen

Volop gelachen en gehuild

Gehouden van de mooiste mensen

Met niemand had ik graag geruild

Al blijft er altijd wat te wensen

Met trots kijk ik terug

Op hoe het was, ik ben tevreden

Ach wat, het ging gewoon vanzelf

Het moest zo wezen


Ik was mezelf, deed wat ik kon

Ik putte uit mijn eigen bron

Wat ik ook zei, het was oprecht

Niets door een ander opgelegd

Genietend van al wat er was

Met heel mijn wezen Met heel mijn wezen

(vgl. Frank Sinatra , My Way)

Jorg Zink (1922-2018), een Duits Evangelisch theoloog, publicist, schreef met het zicht op de avond van het leven dit gebed:

Ik heb uw goedheid gezien

Heer, ik kijk achterom.

Ik ga nog een keer de weg doorheen al mijn jaren;

Niet aan mijn prestaties denk ik.

Ze zijn gering.

Niet aan het goede dat ik heb ik verricht.

Het lijkt zo licht in vergelijk met wat ik heb verzuimd.

Aan het goede, dat Gij mij hebt gedaan denk ik en dank U daarvoor.

Aan de mensen, met wie ik samen heb geleefd,

aan alle vriendelijkheid en liefde,

waarvan ik meer heb ontvangen dan ik kan weten,

Aan iedere gelukkige dag en elke verkwikkende nacht.

Aan de goedheid, die mij heeft beschermd

in uren van angst, van schuld en verlatenheid.

Aan het zware, dat ik heb gedragen,

denk ik, aan het geklaag en de moeite,

waarvan ik de zin niet inzie.

Ik leg dit in uw hand en ik vraag u:

Wanneer ik u ontmoet, toon mij daarvan de zin.

Ik denk terug, Heer, aan al die vele jaren.

Mijn werk is voorbij, mijn dromen zijn vervlogen, ·maar Gij blijft.

Laat mij nu in vrede opstaan en terugkeren naar U,

want ik heb uw goedheid gezien.

Ere zij de vader en de Zoon en de heilige Geest

zoals het was in het begin en nu en altijd en in eeuwigheid.

Jörg Zink

Verder op weg

De weg is een beeld van het leven. Mensen van het Boek geloven dat het einde van onze weg niet op deze aarde is, maar leidt naar het hemelse Jeruzalem. Zo is het ondermeer uitgebeeld in een afdeling van het MAS.

“De ene dag geeft het door aan de andere.

Mijn leven is een tocht naar de grote eeuwigheid. “

„Ein Tag, der sagt dem andern, mein Leben sei ein Wandern zur großen Ewigkeit. O Ewigkeit, so schöne, mein Herz an dich gewöhne mein Heim ist nicht von dieser Zeit.” (Gerhard Tersteegen, dichter en prediker uit de 18. eeuw).

De veertigdagentijd is een tijd in solidariteit met mensen die door de woestijn trekken. “Solidariteit met de sociaal zwakkeren, ook over de grenzen heen, past in de beste huislijke tradities. Je moet je kunnen inleven in de ander. De joods-christelijke traditie kenmerkt zich door een gastvrijheid en een empathische betrokkenheid bij mensen. Dit is te herleiden tot de nomadische ervaring, die aan de grondslag van het Jodendom lag: wie niet gastvrij is voor buitenstaanders loopt in eigen kwetsbaarheid gevaar” (Ernst Hirsch Ballin, Paul van Gees, citaat bij Yvonne Zonderop, Ongelofelijk. Over de verrassende comeback van religie (p. 77-78).