Staande voor de Heer (Deut. 26,5)

 

Wanneer de krachten afnemen

 

 Naar aanleiding van de 21° werelddagziekendag had paus Benedictus, zoals de voorbije jaren, zijn verbondenheid met zieken uitgedrukt. Hij volgde daarin zijn voorganger, die in 1992 de wereldziekendag had ingesteld. Paus Benedictus schreef begin januari 2013: “Ik voel mij bijzonder dicht bij ieder van u, dierbare zieken die in verzorgingsinstellingen of thuis, door zwakte en lijden een moeilijke tijd van beproeving doormaakt.” Hij herinnerde daarbij aan de boodschap van de concilievaders aan de zieken op het einde van Vaticanum II: “Weet dat gij niet alleen zijt, niet verlaten, niet nutteloos: gij zijt de geroepenen van Christus, zijn levend en doorschijnend beeld.” Dit jaar was zijn verbondenheid met zieken nog sterker. Op 11 februari 2013, gedenkdag van O.L.Vrouw van Lourdes, verklaarde hij dat het afnemen van zijn krachten hem belet de inzet voor de kerk verder ten volle op zich te nemen. Bij ziekte en ouderdom voelen we onze grenzen en beperktheden sterker aan. Wat we gisteren nog konden, lukt niet meer de dag daarop. Loslaten, een zware opdracht!

 

Paus Benedictus zei: “Na een herhaald gewetensonderzoek voor God, ben ik tot de zekerheid gekomen dat mijn krachten, wegens mijn gevorderde leeftijd, niet langer volstaan om het ambt van Petrus naar behoren voort te zetten. Ik ben er mij van bewust dat deze taak, wegens zijn wezenlijk geestelijke aard, niet alleen met woorden en daden moet worden uitgevoerd, maar ook, en niet het minst, met lijden en gebed. In de wereld van vandaag, die onderhevig is aan vele snelle veranderingen en die dooreengeschud wordt door vragen die een grote relevantie hebben voor het geloofsleven, is de kracht van lichaam en geest noodzakelijk om het schip van Sint-Petrus te besturen en het evangelie te verkondigen. Die kracht in mij is de voorbije maanden sterk afgenomen, in die mate dat ik mijn onvermogen om deze taak die aan mij is toevertrouwd nog naar behoren te vervullen, moet erkennen” (Kerknet). Daarom verklaarde paus Benedictus XVI dat hij aftreedt als bisschop van Rome.

 

Zijn beslissing is moedig. Ze heeft iets groots. Ze getuigt van nederigheid en draagt bij tot het updaten van het pausschap. “Un acte humble et lucide. Il y a la grandeur, de l’humilité et de la modernité dans la décision de Benoît XVI de renoncer au ministère d’évêque de Rome” (Editorial Le Monde, 13.02.13).

 

De veertigdagentijd 2013 krijgt door deze gebeurtenis een bijzonder accent. Een paus neemt ontslag; een conclaaf begint. Een periode waarin conclavisten en anderen een balans opmaken en wensen voorleggen voor een nieuw pontificaat. Half maart begint het conclaaf. Een aantal dagen later kennen we de naam van zijn opvolger. We zullen voor hem bidden in de eucharistie, die elke plaatselijke kerk viert in verbondenheid met de kerk en de bisschop van Rome.

 

Bewonderaars van paus Benedictus beschouwen hem als de Mozart onder de theologen. Als theoloog, als priester, bisschop en paus heeft hij nagedacht over God en tot Hem gebeden. Volgens paus Benedictus leidt de afwezigheid van God tot het verval van de mens en de mensheid. Aan deze uitspraak in Assisi op 27 oktober 2011 voegt paus Benedictus zelf er deze vraag aan toe: “Maar, waar is God?”

 

In zijn Jezusboek schrijft hij over de bekoringen van Jezus: “Matteus en Lucas vertellen over drie bekoringen van Jezus, die de worsteling om zijn opdracht weerspiegelen, maar die ook de vraag opwerpen waar het in het mensenleven nu eigenlijk om draait. De kern van alle bekoring – dat wordt hier zichtbaar – ligt in het terzijde schuiven van God. Voor Hem blijft, naast alle dringende dingen in het leven, slechts een tweede plaats over, zo Hij al niet als overbodig en als storend element wordt gezien. De bekoring die ons in vele vormen bedreigt, is dat wij de wereld zelf, zonder God, op orde willen brengen. Dat wij de wereld op onze eigen verworvenheden willen opbouwen, alleen de politieke en materiële werkelijkheid willen erkennen en God daarbuiten laten” (J. Ratzinger-Benedictus XVI, Jezus van Nazareth, deel 1, p. 48).

 

Van de opvolger van paus Benedictus wordt verwacht dat hij zijn broeders en zusters sterkt in het geloof (Lc. 22,32) en getuigt van de liefde van God, die is in Jezus Christus door de heilige Geest (Rom. 8,39).

 

Veertigdagentijd, er is veel te doen!  Je laten interpelleren door Broederlijk Delen.  De oproep opvolgen je te bekeren.  Durven kiezen voor soberheid.  Meeleven met wie gedoopt wordt in de paasnacht.  Tijd maken voor geloofsverdieping.  Dankbaar zijn om wat je geschonken wordt.  Je geloof kleuren met dankbaarheid. 

In de lezingen van de eerste zondag van de veertigdagentijd krijgen we woorden aangereikt voor een geloofsbelijdenis.  In de paasnacht hernieuwen we onze doopbeloften en beamen onze geloofsbelijdenis.  Van drie kanten valt op deze eerste zondag het licht op wezenlijke elementen van ons geloof.  Geloven, dit is een persoonlijke daad.  Deze is toch verbonden met het geloof van anderen.  Zo vormen we een gemeenschap in tijd en ruimte.  We staan voor God in deze tijd samen met het geloof van Israël, met het vertrouwen van Jezus en met de belijdenis van Paulus. 

1.  Sta voor God met een dankbaar hart.  De geloofsbelijdenis in Deuteronium is een getuigende, vertellende (narratieve) belijdenis over wat het volk heeft mogen ervaren in de lotgevallen van een zwervende Arameeër, in deze van een onderdrukte volksgenoot in Egypte en van een dolende groep mensen in de woestijn.  Wanneer zij hun geloof verwoorden, dan denken zij aan de vreugde om de thuiskomst in het hun beloofde land.  Ze verheugen zich om het land dat ze bewerken en de vruchten die ze erop oogsten.  Met een dankbaar hart brengen ze hun offer voor de Heer en delen ze hun gaven met de medemens..  Met een dankbaar hart spreken ze hun geloof uit. 

Van in de prehistorie zijn stammen en volkeren naar nieuwe gebieden getrokken.  De mens is een migrant, homo migrans.  Het migrantenbestaan is vaak met geweld en armoede verbonden.  Voor etnische en religieuze minderheden is hun migratie verbonden met vlucht en uitdrijving.  Migratie behoort tot de grote uitdagingen in de 21° eeuw.  Migratie is een vindplaats van God (Gegenwart als locus theologicus.  Für eine migrationssensible Theologie im Anschluss an Gaudium et Spes, in J.H. Tück, Erinneung an die Zukunft,  Das Zweite Vatikanische Konzil).

2. Wees trouw bij beproeving.  De tegenstand komt van buiten en steekt tevens in eigen hart.  Jezus, gezalfd met de Geest, was in de woestijn .  Ieder mens zou één keer in zijn leven de woestijn moeten zien.  Die enorme vlakte.  Alleen maar zand, stenen, cactussen en blauwe lucht.  Geen mens te zien.  Geen sirenes, geen autoalarm, geen getoeter, geen idioten die vloeken of op straat pissen.  Daar vind je stilte.  Daar vind je rust.  Daar kun je God vinden.  De woestijn is een nieuw begin.”  Bieke Vandekerkhove neemt deze uitspraak van een acteur in de film 25th Hour over in haar boek De kracht van stilte (Op. cit. p. 104).  Ze kent letterlijk en figuurlijk de woestijn.  Haar beide armen zijn verlamd.  Met het lijden botste ze op een muur.  Toch vond ze de kracht niet ten onder te gaan.  De mens in zijn lijden schopt op beelden en begrippen en kan in de diepte een nieuw perspectief ontdekken. 

Nadat Jezus het veertig dagen heeft volgehouden in de woestijn, wordt hij beproefd.   Twijfelt hij aan zijn zending?  Hoe gaat hij ze opnemen?  Welke weg zal hij kiezen?  Is het denkbaar dat hij tegen God zou zijn opgekomen?  Tegenover elk aanbod van de satan spreekt hij zijn geloof uit.  Hij weet dat mensen niet kunnen leven zonder brood.  Maar hij gelooft dat we meer nodig hebben dan brood om te leven.  Hij gelooft in Gods Woord dat hij kent uit de Schriften en hoorde bij zijn bezoek aan de synagoog.  Hij gelooft in God, die waardig is dat wij Hem aanbidden en eren.  Jezus gaat niet de weg op van het spectaculaire en het succesvolle.  Hij buigt voor het mysterie van God en zal Hem niet op de proef stellen.  Hij zal geen Adam en Eva zijn die aan God gelijk willen worden.  Jezus komt uit de beproevingen naar voren als een biddend, vertrouwend en bescheiden man.  Nieuwe levensomstandigheden kunnen ons geloof beproeven.  Het is nooit af.  Lucas sluit het verhaal van de bekoringen van Jezus af met de vermelding dat de duivel zich van Jezus verwijderde tot de vastgestelde tijd.  In de hof van Olijven en op het kruis zal Jezus opnieuw zijn geloof uitspreken. 

3. Over die Jezus zeggen zijn leerlingen dat hij de Heer is.  Paulus is gegrepen door deze Jezus.  Hij, de ijveraar van de wet verkondigt dat deze Jezus redding brengt.  Hij gelooft dat de gekruisigde Jezus is verrezen.  Het geloof raakt volgens Paulus het hart van de mens.  Hij gelooft met hart en ziel en hij belijdt het met de mond en toont het in zijn leven.  In onze Schone Belijdenis heeft Jezus een centrale plaats gekregen.

Wanneer wij in gemeenschap onze geloof belijden dan nemen we de houding aan van de verrezen.  Wij staan rechtop.  Voordien hebben we meestal het evangelie beluisterd en ons getekend met drie kruisen opdat wij het woord dat wij horen met het verstand mogen opnemen, met de mond mogen belijden en het in ons hart bewaren.  Wij bewaren het maar zijn ook bereid om het mede te delen in communicatie wanneer ons gevraagd wordt naar de grond van onze hoop. (1. Petr. 3,15).  Wij kunnen dan teruggrijpen naar de geloofbelijdenis van de kerk maar ook gebruik maken van de woorden, die de Geest ons dan zal ingeven ingeeft en die zullen gegroeid vanuit een gelovig leven.