Bekoring van Jezus in de woestijn

1e zondag van de vasten         Cyclus C   2013         Romeinen 10, 8-13                                                                                                                  Lucas 4, 1-13

 

 

Beste vrienden,


„Welke duivel heeft me dat weer ingefluisterd?“ Misschien kent u die uitdrukking ook. Ik heb haar van mijn grootvader en ik gebruik haar wel eens wanneer ik te laat merk dat ik me in de luren heb laten leggen, me heb laten beetnemen, of wanneer ik gewoon iets heb gedaan wat ik normaal niet zou doen. Ik heb dus een fout begaan, of me laten verleiden tot iets wat ik eigenlijk helemaal niet wou. Een dergelijke vaststelling is wel ergerlijk, maar ze is ook van nut, omdat ze me helpt om in mijn leven dichter bij de waarheid te komen.

Voor veel mensen is het in onze moderne tijd moeilijk om zich onder het begrip Duivel iets zinnigs voor te stellen. Dat heeft volgens mij veel te maken met de nasleep en de bijwerkingen van een verkondiging, die meer dreigde met hel en verdoemenis, dan dat ze de mensen vertelde van de hemel. Het gaat er niet om zich de duivel voor te stellen als onvolmaakte mens of een gevallen engel met bokkenpoten en een pijlstaart. Het gaat er ook niet om het noodlot uit te dagen, maar wel om waakzaam en opmerkzaam te zijn voor wat er om ons heen gebeurt. Want die zelfde duivel zit ook vandaag nog achter alle verleidingen die ons mensen van God willen verwijderen en naar een leven willen leiden dat nog alleen zichzelf ziet. een leven van snel en oppervlakkig geluk, van totale bevrediging, van absolute macht, maar dikwijls ook met zeer vernederende gevolgen.

In het verhaal over de bekoringen van Jezus is dat ook niet anders. In het Evangelie beleven we als het ware een dialoog tussen de duivel en Jezus. De verleider lokt Jezus op een berg en begeleidt Hem zelfs naar Jeruzalem. Hij doet Jezus verschillende, heel verlokkende, voorstellen en probeert Hem in zijn zwakke punten aan te vallen. bv. de honger die Hij na 40 dagen vasten heeft. Hij gaat in op Jezus’ geloof en probeert Hem erin te laten lopen. In plaats van de moeizame weg van de eigen overtuiging wordt Hem de weg van het grote succes voorgespiegeld. Maar “Succes” behoort niet tot de namen van God. De verleiding toont ook altijd maar de halve waarheid, en juist dat maakt haar zo gevaarlijk. Aan elke verleiding is iets goeds, iets waars, iets moois: het zou toch wel mooi zijn, met een vingerknip de honger in de wereld oplossen. Zou het geen zegen zijn als je je macht voor positieve doeleinden zou kunnen gebruiken? Een sensationeel wonder zou toch wel een groter effect hebben dan een lange preek?

De andere kant van de medaille blijft echter duister. Jezus liet zich niet verblinden: Gemakkelijk dagelijks brood voor iedereen is een drogreden. Machthongerigen kunnen geen tussenmenselijke betrekkingen uitbouwen en wie met trucs werkt zal spoedig altijd weer nieuwe konijnen uit zijn hoed moeten toveren. Wat hier in het Evangelie over de bekoringen van Jezus wordt verteld geldt natuurlijk ook voor ons. Daarom is het voor ieder van ons belangrijk om zich af te vragen: Waar en wanneer word ik in mijn leven in verleiding gebracht? Waardoor en waarom laat ik me verleiden alhoewel ik dat helemaal niet wil? Hoe zien al die vallen, waar ik voortdurend intrap er uit? Tot en met de verleiding om het gebed door een goocheltruc te vervangen, waarbij het er vooral om gaat bepaalde behoeften te bevredigen of mijn slecht geweten te sussen.

Hoe de mensen zich de duivel al dan niet voorstellen. De vraag blijft: waar in deze wereld heeft de duivel overal de hand in het spel? Denken we er toch al maar alleen aan in hoeveel oorlogen en op hoeveel slagvelden hij zich vandaag kan vergenoegen. Door hoeveel trucs worden de mensen niet verleid en bedrogen? Of denken we aan al die duivelse vicieuze cirkels van armoede en onrecht, van terreur en angst, van de georganiseerde criminaliteit, de handel in drugs, de mensenhandel en de prostitutie.
Hoe dikwijls kwetsen mensen elkaar niet omdat ze naar macht en aanzien streven, om boven de anderen te staan. Hoeveel energie brengen de mensen niet op om zichzelf en anderen te bewijzen hoe tof ze zijn, wat ze allemaal kunnen en vooral wat ze zich allemaal kunnen veroorloven!
En hoeveel mensen lijden er niet onder dat ze niet zo groot, zo succesrijk en zo vooraanstaand zijn als anderen? En we mogen ons gerust ook afvragen waar de duivel in onze kerk aan het werk is. Hoe vele van de soms zeer vroom klinkende discussies zijn eigenlijk alleen maar gebakkelei om macht en om eigen gelijk. Hoeveel tijd gaat er niet verloren om de gewone werking draaiende te houden in plaats van ons af te vragen wat God van ons wil en wat de mensen om ons heen nodig hebben? We discuteren soms urenlang over de feestelijke klanken van een hoogmis, of over het feit dat er onvoldoende geld binnenkomt, en nemen de tijd niet om te spreken over de zorgen, de angst en de hoop die de mensen met zich dragen. Verleidingen, zo zegt Lucas, herhalen zich steeds. Ze zijn niet gemakkelijk te doorzien en ze klinken doorgaans logisch en verlokkelijk. Ze komen in de vermomming van een schriftwoord, klinken vroom en vleien ons. Hun aanknopingspunten zijn altijd onze zwakheden. (zoals de honger bij Jezus)

Wat blijft me nu als slotsom? Uit de omgang van Jezus met zijn verleidingen kan ik leren hoe ik hen als dusdanig kan herkennen en doorzien om door hen niet beheerst te worden. Ik kan leren om niet toe te geven aan de alom heersende machtshonger maar me door vertrouwen op God te laten leiden. Ik kan leren om me niet te laten leiden door misleidende boodschappen of stemmingen, want die brengen me meer schade toe dan dat ze me kunnen helpen. En ik kan mezelf oefenen om te weerstaan aan de neiging om verkeerde zaken te bagatelliseren en goed te praten. Zo blijft dat verhaal van de bekoring van Jezus een doorlopende opdracht voor ieder van ons om in ons dagelijks leven alert te blijven en de juiste keuzes te maken.
„Leid ons niet in bekoring“ of zoals de mensen in Latijns-Amerika bidden: „Laat ons niet in bekoring vallen“ – is een zin uit het Onze Vader die de houding van Jezus voortreffelijk beschrijft. Het is een oproep die eigenlijk overbodig is, omdat God ons nooit laat vallen. Maar voor ons is het belangrijk dat we eraan herinnerd worden: God laat ons niet verloren gaan. De “barmhartige vader” is het beste argument tegen alle mogelijke verleidingsverhalen. Gelijk hoe het afloopt, we kunnen niet verloren gaan: God komt ons tegemoet; hij breidt zijn armen uit en wij kunnen ons daarin laten vallen.
Die boodschap van het Evangelie is onherroepbaar. Amen.