Vast voor uw Vader, die in het verborgene is

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

"Vast voor uw Vader". Kun je alleen maar iets doen voor je medemens, kun je ook iets doen voor God? Wij kijken er misschien van op wanneer wij onze Heer Jezus Christus horen zeggen: "Vast voor uw Vader". Wat ziet Jezus in het vasten? Wat Hij van het vasten zegt, zegt Hij ook van het gebed: "Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen hij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader die in het verborgene is en uw vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden" (Mt. 6,5-6).
Jezus' uitspraken over het vasten klinken als een echo op wat Hij van het gebed heeft gezegd. Voor de aalmoes, die ook een vorm is van afstand nemen en afstand doen, een vorm van afzien, geldt hetzelfde (Mt. 6,1-4). Gebed is een soort vasten, en vasten is een vorm van gebed, waarbij het lichaam zelf bidt. De liturgie van de vasten noemt ze in één adem en in één geest, en ook die liturgische gebeden die niet uitdrukkelijk het vasten aan God aanbieden, geven toch altijd de bezieling aan van het vasten, geven ziel aan het vasten.

Vasten en bidden horen hij elkaar en verduidelijken elkaar. Beide scheppen leegte om ruimte te maken voor God: het gebed is een gat in de dag, het vasten een gat binnen in je lijf; het gebed geeft je een lege tijd, het vasten een lege maag.
Om wanneer wij door niets gevuld worden, te ervaren dat God ons vervult: "Uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden". Is God dan zo, dat wij om Hem te ervaren, ons van alles moeten ontledigen? Verdraagt God Zich niet met zijn eigen schepping? Jawel, maar het is niet de vraag, of God het samenzijn met zijn schepping verdraagt, maar hoe wij hun samenzijn verdragen, of wij in alles ook Hem zoeken die erin verborgen is, of dat wij beseffen dat wij niet over Hem kunnen beschikken wanneer wij dat wel over de dingen kunnen, of dat wij Hem gewoonweg vergeten. Gebed en vasten dienen om ons opnieuw tot het besef te brengen dat de verborgen God niet is in te passen in ons leven, maar dat wij in Hem passen, dat wij Hem niet kunnen bevatten, maar dat Hij ons omvat houdt, dat wij met de schepping moeten leven maar niet zonder de Schepper. Gebed en vasten zijn vormen om Hem zuiverder te zoeken en te vinden, om Hem dan opnieuw en echter in alles te kunnen vinden.

Het is dus om onze liefde te zuiveren. De versterving hoort dus bij ons leven, bij onze liefde. Het doet er niet zo veel toe of zij zelf-gekozen is of onontkoombaar; ook de door de situatie ons opgelegde versterving doet een beroep op onze vrijwilligheid; en ook de door onszelf opgelegde versterving is een teken van de situatie waarin wij onontkoombaar staan, van de menselijke situatie die wezenlijk verstervend is, die een verstervingssituatie is; alle versterving is een teken van onze bereidheid in de menselijke verstervingssituatie te staan en te blijven staan, om door de versterving onze liefde uit te zuiveren, om door de versterving te komen tot zuiverder leven.
Het uitzuiveren van de liefde is ook voor de aardse liefde een opgave, zoals de dichter J.C. Bloem aan zichzelf doorzag: "Nog vele liefden moeten in mij sterven, voordat mijn liefde naar u heen kan gaan" (In Twijfel, in: Het Verlangen).
"Vast voor uw Vader". De negatieve versterving van het vasten heeft dus een positieve bedoeling: gerichtheid op wat wij onvergankelijk, onroofbaar, hemel of God noemen. Op Hem is onze onthechting gericht: "Verzamelt u geen schatten op aarde, waar ze door mot en worm vergaan en waar dieven inbreken om te stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar ze niet door mot of worm vergaan en waar dieven niet inbreken om te stelen" (Mt. 6,19-20).
Daarom moet onze versterving niet gespannen zijn: de versterving moet niet zelf onze gespannen aandacht opeisen, maar ons juist ontspannen en onze aandacht vrijmaken voor Hem: "Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn" (Mt. 6,21). Wij kunnen ons alleen onthechten om ons méér te hechten; wij kunnen ons alleen versterven om meer te leven; wij verzorgen onszelf minder om ontvankelijker te zijn voor zijn zorg, zoals de tweede lezing van Aswoensdag belooft.

Laten wij nuchter blijven. Dat past ons, wanneer wij het hebben over het vastend nuchter zijn. Laten wij ook vasten in onze gevoelens. Want hoe meer wij inkeren in de verborgenheid van ons hart, des te meer zullen wij ervaren hoezeer God een verborgen God is, "uw Vader die in het verborgene is", en deze verborgen Godservaring zal ons loon, ons deel zijn: "Uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden" (Mt. 6,18).