Spreken in voor iedereen begrijpelijke taal!

Pinksteren 2013 Cyclus C                                                                                                                                                                                                                    Hand. 2,1-11

 

Spreken in voor iedereen begrijpelijke taal.

Kennen jullie deze grap?

Een Franciscaan en een Dominicaan biechten afwisselend bij elkaar. Toen nu op een dag de Dominicaan kwam biechten zei de Franciscaan op het einde: “Als penitentie moet ge een rozenhoedje bidden, en na ieder tientje een litanie van alle heiligen. De Dominicaan ergerde zich duidelijk en dacht bij zichzelf: “Wacht maar tot jij bij mij te biechten komt.” En als de Franciscaan dan echt te biechten kwam zegde de Dominicaan op het einde van de biecht met vaderlijke stem: “ En als penitentie bidt ge heel eenvoudig een litanie van alle heiligen en na iedere heilige een rozenhoedje.”

 

Beste vrienden,

Jullie lachen. Jullie kunnen hierom lachen wan jullie hebben de grap begrepen. Maar wat zou er gebeuren wanneer ik die zelfde grap aan een groep jongeren op school zou vertellen? Zouden die scholieren nog weten hoe lang een rozenhoedje duurt? Of wat men verstaat onder een Litanie van Alle Heiligen? En als ik die zelfde grap zou vertellen op de werkvloer van een groot bedrijf? Hoe velen zouden me dan niet raar aankijken en zich afvragen wat er aan dat verhaaltje zo grappig zou zijn!

Over grappen kan je alleen maar lachen als je ze hebt begrepen! En als een grap handelt over biechten, rozenhoedjes en litanieën, dan is dat al een insider grap. Dan kunt ge er al echt niet meer op rekenen dat iedereen die grap nog verstaat.

Het volstaat niet dat een dergelijk verhaal in gewoon Nederlands wordt verteld. Het volstaat niet als je alleen de woorden en de taal begrijpt. Als je het verhaal echt wil begrijpen moet je ook de achtergrond kennen. Je moet op de hoogte zijn als je ermee wil kunnen lachen. Je moet niet alleen dezelfde taal spreken, maar ook dezelfde horizon hebben.

En dat is niet alleen bij grappen zo. Dat is altijd zo, wanneer anderen moeten begrijpen waar het mij om gaat, altijd wanneer ik iets aan anderen wil meedelen.

Daarom is die grap ook alleen maar een voorbeeld. Een voorbeeld voor het feit dat grappen over religieuze inhoud in onze tijd door bijna niemand meer worden begrepen. Een heleboel dingen die met de Kerk te maken hebben zijn voor onze medemensen intussen zo vreemd geworden dat ze voor hen gewoon niet te begrijpen zijn. De leefwereld, het denken en de omgeving van onze jongeren b.v., is intussen zo verschillend van het klassieke kerkelijke milieu dat alles wat de kerk vertelt over de samenleving, over de verhouding tussen partners of over seksualiteit, kompleet wereldvreemd overkomt.

Dan kunnen de bischoppen nog zo erg inspannen, dan mogen hun kerkelijke mededelingen nog zo goed geformuleerd zijn, een groot deel van de mensen zal ze gewoon niet meer begrijpen. We spreken nog wel allemaal dezelfde taal, maar we denken gewoon totaal anders. En spraakverwarring begint niet bij de taal, ze begint bij het denken van de mensen.

Op Pinksterdag heeft de Geest de spraakverwarring overwonnen. Op Pinksterdag werd duidelijk dat de boodschap van Jezus Christus een boodschap voor alle mensen is, onafgezien hun ras, hun taal of hun levensomstandigheden. Toen heeft de Geest zelfs alle taalgrenzen doorbroken. En dat heeft Hij bereikt door er zorg voor te dragen dat iedereen de boodschap zo hoorde, als was ze in zijn taal gesproken, binnen de horizon van zijn denken.

Christenen van alle tijden hebben dat begrepen en hebben zich door de eeuwen heen steeds ingespannen om de boodschap van de verrezen Heer in voor de mensen begrijpelijke taal om te zetten. Ze leerden vreemde talen en vertaalden de Evangelies uit het Aramees naar het Grieks, uit het Grieks naar het Latijn, uit het oosterse denken naar het denken in het Avondland. Daarbij hebben ze voortdurend nieuwe beelden en nieuwe woorden gezocht. Beelden en woorden die de mensen in de betreffende tijd en ruimte konden begrijpen en die hen aanspraken.

Soms heb ik het gevoel dat wij dat in onze tijd hebben vergeten. Sommigen doen net alsof er in de Kerk nooit een dergelijke overdracht naar een nieuw denken is geweest. Sommigen wekken de indruk als zou de taal van de verkondiging eeuwig, onaantastbaar en altijd dezelfde zijn geweest. En zij vinden dat andere mensen, in een gedurig veranderende tijd en in een totaal veranderde wereld, de woorden, de beelden en de taal van honderden jaren geleden nog steeds zouden moeten begrijpen. En dan staan we verbaasd als we ontdekken dat ze dat al lang niet meer doen.

Als de Geest, die de taalbarrières overwint, ons op deze Pinksterdag één ding zou willen leren, dan is het zeker dit: dat we zo moeten spreken dat de mensen ons kunnen verstaan!.

Dat betekent in de eerste plaats dat we de boodschap van ons geloof moeten vertalen zodat ze weer in het denkpatroon van de mensen past. Daartoe moeten we eerst onszelf vertalen; We moeten ons terug in de mensen inleven, vooral in diegenen die we in het kerkelijke milieu reeds lang niet meer ontmoeten.

Wanneer we, zoals het in onze Kerk toch veel te dikwijls gebeurt, willen vervallen in het geven van geniale antwoorden op vragen die door niemand meer gesteld worden, dan moeten we eindelijk de vragen die bij de mensen leven herkennen en leren begrijpen. Zonder begrip voor de anderen gaat het niet. Ook als dat moeite vraagt en soms zeer veel inspanningen van ons vergt.

En dan hebben we ook nog moed nodig. Moed om onze geloofsovertuiging ook uit te dragen. Haar uit te dragen op een manier en met een taal die door de anderen ook begrepen kan worden. Daarvoor zijn moderne beelden en een moderne taal in de eredienst nodig. Daar horen gelovige antwoorden bij die ook in de levenswerkelijkheid van de mensen passen en die niet, zoals nu zo dikwijls gebeurt, aan de werkelijkheid van het leven voorbijgaan.

De Geest zelf drijft ons daar naartoe. Hij zet ons aan om naar de mensen te luisteren en om de boodschap van Jezus Christus op een manier door te geven waarmee de mensen vertrouwd zijn. We moeten de moed hebben om van verouderde beelden en formuleringen afscheid te nemen, ook dan wanneer anderen dan weer de vrees uiten dat de boodschap zelf anders zou klinken.

Wees maar niet bang! Het mag dan op het eerste gezicht iets anders klinken, andere talen klinken nu eenmaal anders. Maar het is alleen de klank die anders is. Jezus Christus blijft dezelfde, ondanks vertaling en actualisering. Niet alleen gisteren, vandaag en in de toekomst, maar ook in alle talen een beelden ter wereld. Amen.