6e zondag van Pasen (2010)

Het gaat in de lezingen van vandaag ogenschijnlijk over zaken van heel verschillende aard. Over banale dingen als je onthouden van bepaalde spijzen (1e lezing) en over God die in mensen woont en over de heilige Geest die met Pinksteren zal komen (2e lezing).

Beide lezingen maken duidelijk hoe intensief en emotioneel gelovigen uit een ver verleden bezig waren met wat hun overkwam. Die Jezus heeft een beweging op gang gebracht en de groep leerlingen die in Hem gelooft wordt steeds groter. Er ontstaat een kerk, een gemeenschap waar mensen van allerlei rangen en standen, Joden en heidenen zich thuis gaan voelen door de inspiratie van die wondere man Jezus, die ook na zijn dood als herrezen onder hen aanwezig wordt ervaren.

Maar de groei van de nieuwe kerk gaat niet zonder pijn. Er is onrust in die dagen. Dat gebeurt niet alleen in de kerk van nú, maar dus al heel vroeg.
Een meningsverschil onder de leerlingen over de voorwaarden om toe te mogen treden tot de kerk, leidt uiteindelijk tot de eerste kerkvergadering.

Vooral Petrus had er moeilijk mee. Sommigen wilden dat de nieuw gedoopten zich in alles moesten houden aan de volledige wetgeving van Mozes, b.v. de besnijdenis, de rituele voorschriften over het eten van vlees, de sabbatwet.
Petrus, door en door een Jood, ging al vroeg heel vrij met de heidenen om, maar trok zich weer terug, uit vrees voor de Joden. Paulus verweet hem die wijfelachtige houding (zie: Gal. 2, 12-14). Paulus verzette zich hevig tegen de Joodse voorwaarden om christen te kunnen worden.

In die strijd van verschillende meningen wint het ruimte standpunt het en het is wonderlijk te zien hoe ruimdenkend de geloofsgemeenschap van de jonge kerk zich opstelt. Veel rituele zaken zijn voor een echte Jood heilig. Toch wordt praktisch alles prijsgegeven wanneer blijkt dat die Joodse wetten en gebruiken voor de nieuw bekeerden een te zware last blijken te zijn.
Ruim denkend zijn, niet persé je altijd vooral aan regels moeten houden: zo hoort de geloofsgemeenschap van de kerk er ook in 2010 uit te zien!

Terug naar bijna 2000 jaar geleden. Petrus en de andere leerlingen komen er uiteindelijk, na veel heen en werd gepraat, toe om het ruimte standpunt te verdedigen en in praktijk te brengen. Oorspronkelijke Joden en heidenen zijn in de nieuwe geloofsgemeenschap één in het geloof. We mogen elkaar geen zwaarder juk opleggen dan wat strikt noodzakelijk is. Anders gezegd: we mogen de geloofsgemeenschap van de kerk niet kleiner en enger maken dan Jezus het bedoeld heeft. Het heil is bestemd voor iedereen die er open voor wil staan. In de kerk is ruimte voor velerlei mensen, voor vele vormen van geloofsbeleving. Dit alles gedragen door eenzelfde geloof in Jezus.

U begrijpt waarschijnlijk wel waarom ik zo lang stil sta bij deze vroege spanningen in de jonge kerk van toen. Omdat ik het troostend vind voor ónze tijd, voor de kerk van nú, voor de manier waarop wij als parochiegemeenschap praten over hoe we samen kerk kunnen zijn. Zonder alles in regels vast te leggen: wat mag wel en wat mag niet. Wat mag hij wel en zij niet.

Ik constateer dat er al heel vroeg in de jonge kerk een geweldige ruimte is ontstaan, ondanks zoveel verschillende manieren van kerk-zijn en van geloofsbeleving.
In de kerk zoals Jezus die bedoeld moet hebben, is ruimte voor pluriformiteit; het is niet een kerk van óf zus óf zo.
Al heel vroeg mochten alle leden van de kerk meepraten en meedenken. Het gaat over de ‘gehele gemeenschap'. Er staat: de heilige Geest wordt meegedeeld aan állen en niet alleen aan de leiders.

Blijkbaar hoort het tot een christelijke gemeente dat je elkaar geen zwaardere lasten oplegt dan strikt noodzakelijk is, niet meer regels dan strikt vereist. Over heel veel kun je van mening verschillen en toch één zijn in het geloof in de ene Heer, één zijn in het vertrouwen dat de heilige Geest zijn werk doet, één in de liefde die ons in Jezus bindt.

Om die Geest bidden we vooral in deze laatste weken voor Pinksteren. Die moge ons helpen om goede gelovigen te zijn in ons persoonlijk leven als christenen en als leden van de geloofsgemeenschap van de kerk. Ik bid dat de heilige Geest ons allen moge verlichten: u en mij, en niet alleen paus en bisschoppen.
Zo moge er vrede en rust komen in ons hart, vrede en rust in de geloofsgemeenschap van de kerk. Dat wens ik ons allen van harte toe in de laatste weken voor het feest van de heilige Geest dat we vieren met Pinksteren.