5° Paaszondag C (2010)

 

In de eerste lezing van deze zondag horen we over Paulus en Barnabas die vanuit Antiochië, als missionarissen, de steden en gemeenschappen bezochten, die zij eerder tot het geloof in Christus gebracht hadden. Tijdens deze tweede ronde bevestigden zij hen in het geloof en stelden ze er mensen aan om het werk dat zij er begonnen waren, onder eigen leiding voort te zetten.
Dat wordt met deze woorden beschreven: "In elke gemeente stelden zij na gebed en vasten oudsten voor hen aan, en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij geloofden."
Paulus en Barnabas waren mensen die konden bezielen. En zij waren mensen die niet op één plaats wilden blijven steken.
De gemeenschappen die zij her en der in het leven riepen, begonnen heel klein. Zoals een sportclub, zou je kunnen zeggen: die begint ook onder leiding van een paar mensen die door de sport geraakt zijn, niet door vaklui.
Paulus en Barnabas wijdden geen priesters. Priesters, die naam was toen voorbehouden aan voorgangers in de heidense godsdiensten. Zij stelden wel vrijwilligers aan, ouderlingen, vertaling van het Griekse woord presbyteroi, waar ons woord priester van komt. Geen mensen met een lange beroepsopleiding. Geen reizende apostelen zoals Paulus, maar wel mensen die bezield waren door dezelfde boodschap. Mensen die iets hadden met die boodschap over Jezus, er door geraakt waren. En mensen die geworteld waren in hun gemeenschap en daar iets voor wilden doen.
Wat wij nu in parochies hebben is zo iets als een apostel die niet rondreist zoals Paulus maar die een die in één parochie is blijven steken. En die parochie is zo'n beetje van hem geworden. Hij is aan niemand rekenschap verschuldigd en alles draait rond hem. Anders gezegd: een parochiepriester van nu gaat te werk zoals in Paulus' tijd priesters van de heidense godsdiensten.
Als er in iedere parochie mensen zijn die een gemeenschap zo gaande willen houden en die op willen treden als trainer of coach, dan wordt de priester weer zoals hij bedoeld is. Hij trekt rond en bevestigt, ondersteunt en bemoedigt, als Paulus en Barnabas, en verbindt de gemeenschappen met elkaar. Op die manier zijn er opeens weer priesters genoeg. En die hoeven dan niet meer rond te rennen om overal missen te doen.
Als ik overmoedig ben, dan vraag ik soms aan iemand die altijd naar de kerk gaat, of zij of hij ook iets met Jezus heeft, wijzer of gelukkiger geworden is van zijn boodschap. Het antwoord komt dan meestal hier op neer: "Nee, dat niet maar ik ben wel elke zondag naar de kerk geweest."
Bij de kerk horen, zoals Paulus en Barnabas dat zagen, is dan niet langer hetzelfde als 's zondags altijd naar de kerk gaan en de mis bijwonen. Wel vraagt het: een klein groepje mannen en vrouwen die bezield zijn met een overtuiging, die geraakt zijn door Jezus. Mensen die zo'n overtuiging op allerlei manieren met de gemeenschap willen delen, zoals een aanstekelijk voetbaltrainer een elftal traint.
Het heeft eeuwen geduurd voor die gemeenschappen echt meetelden. En toen kwamen er mensen uit voort zoals Augustinus van Hippo. In de zevende eeuw zijn ze allemaal overgegaan tot de nieuwe godsdienst van de Islam. Juist in de tijd dat het christendom zich in onze streken begon te verspreiden. Een wonder dat het hier zo lang "aan de macht" gebleven is. Die macht is nu aan het verdampen. Het kan nu opnieuw beginnen, niet meer als de enig ware godsdienst maar als gemeenschappen die hun bezieling willen delen met alle andere mensen van goede wil, van welke godsdienst of filosofie dan ook.
Allemaal kunnen ze samenwerken om de Gouden Regel wereld wijd waar te maken: "Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen."
Daar heb je geen priesters voor nodig, wel mensen die het samen vóór gaan doen. En die zo de parochies opnieuw gaan uitvinden.