Eerste H. Communie (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

KORTE PREEK ZATERDAGAVOND

Morgen doen ruim 40 kinderen hun eerste communie. Ze hebben als thema van de viering ‘Wil je mijn vriendje zijn?’ Dat is niet alleen een vraag die mensen stellen aan elkaar, maar ook de vraag die Jezus stelt aan deze kinderen. We lezen er het evangelie bij van Jezus die leerlingen zoekt bij de vissers aan het meer van Galilea. Maar ook bij de zusjes van Lazarus. Meisjes en jongens heeft hij nodig om zijn droom te realiseren: een wereld naar Gods hart! Ik hoor vaak wat cynische commentaren op de eerste communie. Mensen ervaren de lege kerken en vragen zich af: is die eerste communie niet tegelijk de laatste? Doen ze het niet voor de cadeautjes? Daar wil ik twee dingen op zeggen. Het patroon van kerkbezoek is danig aan het veranderen. Het is duidelijk dat de kerk naast de zondagse viering ook andere podia op moet zoeken om Jezus’ verhaal aan moderne mensen door te geven. Maar voor veel van deze kinderen wordt de kerkdeur geopend, en ze kunnen - als de nood hoog is - ergens een kaarsje opsteken, of in de parochie kerstmis vieren, of een uitvaartdienst bijwonen zonder zich misplaatst te voelen. En als er een kind bij is, dat er helemaal niets mee doet, dan is niet die eerste communie de fout geweest, maar de keren dat de ouders hem weghielden uit de kerk. En dan de cadeautjes. Natuurlijk zijn wij Nederlanders van 2013 verschrikkelijk verwend. We beseffen zelf niet hoe erg. Het zijn onze kinderen. Ons verwend-zijn komen we in hen tegen. Maar we moeten het de kinderen op de laatste plaats kwalijk nemen. Ik realiseer me ook dat het de kinderen eigenlijk ook niet om het cadeautje zelf gaat. Het geschenk is een symbool van genegenheid, van geliefd zijn, van waardering. En is dat niet onze opdracht: dat we de kinderen opnemen in gemeenschap van vrienden, in een gezin of een kerk waar we omzien naar elkaar en elkaar achten? Woont God niet in de liefde? Bidden we vandaag voor de communicantjes!


EVANGELIE EN PREEK EERSTE COMMUNIE

Jezus droomde niet alleen van een betere wereld. Hij begon er ook aan! Hij hielp zieke mensen en vroeg iedereen om zijn brood te delen met anderen. Hij sloot vrede als er ruzie was. ‘Dat land van God, daar hoef je niet op te wachten, daar kun je nu al mee beginnen!’, zei Jezus altijd. En dat vond iedereen een goed idee! Je begrijpt wel: dat kon Jezus niet alleen. Eerst ging Jezus kijken bij het meer. Daar stonden vissers, Petrus en Andreas. Ze waren klaar met hun werk. ‘Hallo’, zei Jezus. ‘Hoi’, zeiden de twee. ‘Doen jullie met me mee?’ Ze wilden graag Jezus’ vriend worden. De volgende dag ging Jezus met zijn vrienden eten bij Lazarus. Lazarus had twee zussen: Marta en Maria. Marta ging koken maar Maria bleef bij Jezus. ‘Mag ik ook meedoen?’ ‘Natuurlijk’, zei Jezus. Kom maar mee. We hebben iedereen nodig. Maria nam nog enkele vriendinnen mee. Zo ontstond de vriendenclub van Jezus. Ze zingen van een wereld zoals God hem heeft bedoeld, en ze werken daaraan!

Lieve kinderen. Patrice zat met een rood hoofd en een bak chips achter de computer. Met driftige vinger-bewegingen op het toetsenbord liet ze een mannetje huppelen door lange donkere gangen van een doolhof. Af en toe sprong er een blaffende hond te voorschijn of verscheen er een krijsend spook. Ai! Daar was er weer een. Patrice reageerde te laat. Het monster beet. Patrice viel. Ik keek vragend naar de echte Patrice. Die haalde haar schoudertjes op: ‘Ik heb nog vier levens’ zei ze luchtig. Patrice was zo druk bezig dat ze de bel niet had gehoord. Michelle stond voor de deur. ‘Ga je mee spelen?’ vroeg ze met een lief stemmetje. Patrice aarzelde. Ze had meer zin om in de monitor te blijven rondrennen dan met Michelle te gaan rolschaatsen. ‘Ik heb nog vier levens’, riep ze naar haar vriendinnetje. Maar Michelle was een slimme meid. Die zei: ‘Ik heb maar één leven. Dus ik zou maar gauw meekomen, anders heb je geen vriendinnetje meer.’ Patrice schrok. Daar had een groen monster op gewacht, die sloeg haar met zijn klauw neer. Patrice save-de haar drie overgebleven levens en koos voor Michelle. Even later huppelde ze samen hun ene leven van vriendschap en buitenlucht in. Ik hoop dat jullie altijd goede vrienden en vriendinnen hebt. Erik keek zijn mailbox in. Hij schrok. Er zat een briefje tussen van ‘een Vijand’. Heus, dat stond er op. Dat was de naam ‘Vijand! Hij maakt de brief op en las: ‘Stomme Erik, als jij je nog eens in mijn straat laat zien dan trap ik je half dood. Jij bent de slechtste voetballer ter wereld. Een vijand!’ Eric las de brief wel vijf keer. Wie kon dat geschreven hebben? Waar was hij geweest? In gedachte liep hij alle straten af van de afgelopen dagen. En hij ging alle jongens na van het voetballen en van de meisjes in de klas. Op straat keek hij naar elk kind en dacht: is dat misschien mijn vijand? En op school schrok hij van iedereen die zijn naam riep. Was dat zijn vijand? Door dat ene rotbriefje, was de hele wereld een rotwereld geworden. Jezus wilde een wereld van God. Een wereld waarin alle mensen vrienden zijn en waar ze het eten met elkaar delen. Een wereld waar kinderen niet worden gepest en waarin de mensen geen oorlog voeren. Een wereld waarin ze elkaar het leven gunnen, want het leven is iets heerlijks, iets heiligs, iets goddelijks. Om zo’n wereld te maken heeft God jou vandaag geroepen. Boris vond ook een brief in zijn mail. Hij las hem ook vier keer. Er stond: ‘Ik vind jou de liefste en stoerste jongen van de aarde. Een fan!’ Het stond er echt. ‘Een fan!’ Eric liep over straat. Zou dat mijn fan zijn? Iedereen kon het zijn. Hij begon ervan te huppelen. Het leven is mooi als je vrienden hebt.