5e zondag van Pasen C (2013)

Een nieuw gebod geef Ik u: “gij moet elkaar liefhebben”. Een nieuw gebod noemt Jezus dit. Wij zijn aan die woorden zo gewend dat ze de glans van nieuwheid toch wel wat verloren hebben. Hoe nieuw was dat gebod van Jezus in zijn tijd? In het boek Leviticus (19, 13-17) lezen we het volgende: “13 U mag uw naaste niet uitbuiten en hem in niets tekortdoen. Wat een dagloner verdient mag u niet vasthouden tot de volgende ochtend. 14 U mag een dove niet vervloeken en een blinde niets in de weg leggen waarover hij struikelen kan. U moet ontzag hebben voor uw God. Ik ben de HEER. 15 Wees niet partijdig bij het rechtspreken: begunstig de arme niet en zie de rijke niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten. 16 Strooi geen lasterpraat rond over elkaar en sta uw naaste niet naar het leven. Ik ben de HEER. 17 Wees niet haatdragend tegen uw broeder. Wijs elkaar terecht: dan maakt u zich niet schuldig aan de zonde van een ander. 18 Neem geen wraak op een volksgenoot en koester geen wrok tegen hem. U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEER.”

U hoorde aan het slot van deze tekst van Leviticus dat dit in Jezus tijd niet nieuw was: “U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEER.”

Het nieuwe zit dus niet in het liefhebben van de naaste. Het nieuwe zit hem in de zin erna: Jezus zegt: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.”

Daar zit het verschil. De Farizeeën en Schriftgeleerden konden eindeloos hierover discussiëren. We hoorden wat Leviticus erover zei: De naaste niet uitbuiten. Het dagloon niet vasthouden. Een dove niet vervloeken. Een blinde niet hinderen. Onpartijdig en goed rechtspreken. Niet lasteren of roddelen. Niet haten. Elkaar corrigeren. Geen wraak nemen, niet wrokken. Over elk onderdeel kun je eindeloos discussiëren. Meestal betekent zo'n discussie een beperking van zorg voor de naaste. Zoals Petrus ooit al vroeg: “Hoe dikwijls moet ik vergeven? Zeven maal?” Maar heel die discussie doorbreekt Jezus: “Niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal.”

Zo is het ook met de liefde. Jezus beëindigt hiermee alle discussies onder Rabbi's, Priesters, Levieten, Farizeeën, Sadduceeën, Oudsten, Schriftgeleerden, Zeloten, Herodianen, Essenen, Godvrezenden en alle anderen. Je hoeft niet meer te vragen wat de maat van jouw liefde moet zijn. Wie leerling van Jezus wil zijn; wie kind van God wil zijn; wie mee wil werken aan de bevrijding van de wereld, die heeft maar één maat, de goddelijke maat: “Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Verraden worden, gevangen worden, veroordeeld worden, gegeseld en gekruisigd worden, sterven in trouw aan de liefde voor God en de naaste. Dat is Jezus maat, dat is de goddelijke maat van de liefde en tot die liefde zijn wij geroepen. Wie bij Jezus wil horen moet dat als het centrale gebod in zijn of haar leven aanvaarden: God en de naaste liefhebben met de liefde waarmee Jezus God en de naaste heeft liefgehad.

Is dat reëel? Is dat haalbaar? Is dat niet te hoog gegrepen? Word je daar niet moedeloos van wanneer je daar aan wilt beginnen? Het wordt pas mogelijk wanneer wij ervaren en diep beseffen dat Gód ons zó liefheeft; dat Jézus ons zó liefheeft. Wanneer je ouders hebt gehad die veel voor jou hebben overgehad, die veel hebben prijsgegeven om jou verder te helpen, dan helpt jou dat om op jouw beurt iets voor anderen over te hebben. Goed voorbeeld doet goed volgen, dat geldt bovenal voor de liefde.

Uit onszelf hebben wij die mateloze liefde niet in ons; er mankeert altijd wel iets aan. Als we dat wel hadden gehad, had Jezus ons niet hoeven te verlossen. Het betekent dus dat we nog steeds behoefte aan verlossing hebben, we hebben nog steeds zijn hulp nodig.

Wanneer we hier in de kerk zijn, wanneer we hier samenkomen en Eucharistie vieren, is dat ook omdat we zijn Kracht zoeken, zijn Hulp en zijn Troost. Troost omdat we vaak tekortschieten, Hulp omdat we een leermeester nodig hebben, Kracht omdat we het uit onszelf niet kunnen.

Hoe geeft God ons die kracht, die hulp en die troost? Natuurlijk door de liturgie waaraan we deelnemen, door het Woord dat we ontvangen, door het gebed dat we zelf bidden en de gebeden die voor ons worden uitgesproken. Maar ook door de gemeenschap van de mensen, doordat we hier samen zijn, doordat we zien hoe we allemaal ons best doen op die weg.

Soms is het wel handig om in het Oude Testament te kijken en te zien hoe concreet die geboden zijn om op te letten. Als we maar nooit denken dat je er dan bent, als je al die geboden en verboden, al zijn het er meer dan zeshonderd, allemaal kent en onderhoudt. Dan sta je nog maar aan het begin. Jezus helpt ons met zijn gebod: “Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” En dat andere woord van Hem is daarbij ook een hulp (Lukas 6,31): “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, zo moet gij het hun doen”. Het is dus echt katholiek, oerchristelijk, om even die oude buurvrouw of buurman te bezoeken, om zomaar tijd, aandacht, geld en goed weg te geven. Alhoewel het is niet zomaar, het is uit de liefde van Christus. Amen.