Al gij de liefde onder elkaar bewaart (Joh. 13,35)

De sfeer bij het laatste avondmaal was ongetwijfeld zwaar. Het is het afscheid van Jezus. De leerlingen beseffen het niet ten volle, wanneer hij zegt dat hij nog maar kort bij hen zal blijven. Het is zo menselijk om slecht nieuws af te wenden en te ontkennen.

Jezus heeft in het evangelie van Johannes veel te zeggen bij zijn afscheid. Zijn leerlingen beluisteren zijn woorden, nog onder de indruk van het ongewone gebaar, waarmee hij hun de voeten had gewassen. Hun leraar en meester deed het werk van een slaaf. Hij deed er afstand van zijn heerlijkheid en grootheid en hij werd groot door zijn dienst en zijn liefde. Na dit tekenend gebaar spreekt hij aan zijn leerlingen over de heerlijkheid die hij zal binnengaat. De heerlijkheid ligt bij zijn Vader. Een gelovige eert God om zijn heerlijkheid. De joden deden dit in de psalmen en wij doen het samen met hen. In het Gloriagebed prijzen wij Gods heerlijkheid en in de prefatie bezingen wij samen met engelen en heiligen Gods heerlijkheid.

In het eerste deel van het vierde evangelie zegt Jezus herhaaldelijk dat hij de gezondene van de Vader is en met hem verbonden. Hij beweert nu bij het Laatste Avondmaal dat hij deelt in die heerlijkheid van de Vader en dat hij Gods heerlijkheid naderbij brengt. Hij beschouwt dat wat hij ondergaat en vrijwillig op zich neemt als de doorbraak van grootheid en heerlijkheid. Het is paradoxaal, want als hij het cenakel verlaat, kom hij in de nacht, waarin hij verraden wordt en overgeleverd aan de soldaten. Die ontlediging wordt door Jezus, en zeker de schrijver van het vierde evangelie, beschouwd als een verheffing en verheerlijking. Johannes gebruikt graag de woorden heerlijkheid om het levenseinde van Jezus aan te duiden, zowel zijn sterven als verrijzen. De Heerlijkheid manifesteert zich niet in een schone, gave, atletische man, maar in een man aan het kruis. In zijn gegeselde, geslagen en gekruisigde lichaam is heerlijkheid aanwezig. Als verrezen zal hij de wonden blijven tonen. Doorheen een gekwetste mens kan Gods glans stralen. Dit mochten we vieren tijdens het heilig Triduüm.

Jezus spreekt in zijn afscheidsrede niet alleen over zichzelf en de Vader, maar hij spreekt over zijn leerlingen. Hij heeft zelfs degene in blik die door hun woord zullen geloven. Hij drukt hun op het hart dat zij elkaar moeten beminnen. In het licht van het afscheid, op de vooravond geeft hij hun een nieuw gebod.

Jezus is niet de eerste om over liefde te spreken. De Thora doet het al. “Bemin je naaste als jezelf” (Lev. 19,18). In gesprekken met schriftgeleerden had hij gesproken over het ene grote gebod, met daarin de drieklank van liefde tot God, liefde tot de naaste en liefde tot jezelf. In zijn afscheid zegt hij het enigszins anders: “Bemin elkander zoals ik u heb liefgehad.”

Jezus was innig verbonden met zijn leerlingen. Als hij hen geroepen heeft, dan was dit uit liefde. Jezus heeft van mensen gehouden. Hij was thuis in Betanië bij Lazarus en zijn twee zusters. Jezus was liefdevol bezorgd om zijn volk. Onbegrip en afwijzing deden hem pijn. “Jeruzalem, hoe vaak heb ik je kinderen bijeen brengen, zoals een hen haar kuikens verzamelt” (Mt. 13,37). Jezus heeft vaak ondervonden dat zijn leerlingen niet mee waren, dat zij hem niet verstonden, dat zij maar weinig geloof hadden, dat zij aasden op ereposten. Jezus eiste zijn leerlingen niet op. Hij gaf hun in Kafarnaüm bij de discussies over het teken van het brood de vrijheid van hem weg te gaan (Joh. 6, 67). Onbegrip en tegenkanting weerhouden Jezus niet. Hij blijft trouw aan zijn Vader. Hij zoekt de dood niet, maar hij ontvlucht haar evenmin. Wanneer de soldaten hem zoeken in de Olijfhof zegt hij hun: “Ik ben het. Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan” (Joh. 18,8). Jezus heeft zijn leerlingen lief tot aan het kruis en blijft hen na zijn verrijzenis beminnen.

Bemin elkander. Wat is liefde? Zich toewenden naar de ander. Het goede voor hen willen. Liefde houdt de wens in naar wederkerigheid. Ze is vooral gericht op de promotie van de andere. Liefde kan nochtans heel bezittelijk zijn en de andere opeisen. “De liefde is een zich geven aan de ander, is in zoverre een loslaten van zichzelf; wel om een ruimer en een breder en volwaardiger ‘ik’ terug te vinden, maar daarom niet minder een loslaten van zichzelf, in zoverre dit op het eigen ‘ik’ geconcentreerd is” (A. A. Terruwe, De Liefde bouwt een woning 1968, p. 103).

Johannes krijgt het verwijt dat hij de liefde beperkt tot de gelovigen van een zelfde groep, die alles met elkaar delen. « Il a qumranisé l’amour universel, généreux, ouvert sur tous, y compris les ennemis, que l’on trouve dans les synoptiques » (Alain Marchadour). De liefde in de gemeenschap (sekte) van Qumran beperkte zich tot de eigen groep. Een groep kan zo gesloten zijn dat een ander er niet binnen mag en dat ze zich afgrenst, zich afsluit knusjes onder elkaar zonder enige missionaire openheid.

Zie hoe ze elkaar beminnen. Zo hebben de eerste christengemeenschappen op anderen indruk gemaakt.   Zoals Jezus uit liefde voor de zijnen de weg naar het kruis is gegaan, zo zal de christengemeenschap door haar broederlijke en zusterlijke liefde beantwoorden aan het handelen van Jezus.

Zie hoe ze elkaar beminnen. Vaak schieten we hier tekort. Hoe houden christenen van de verschillende confessies van elkaar? Hoe is het gesteld binnen eigen kerk? Gepolariseerd, verbrokkeld? Wie gaan we uit de weg? Over wie vertellen we kwaad? Hoe houden we van elkaar doorheen onze verschillen op zoveel terreinen? Een student aan de universiteit wist dat twee hoogleraars, allebei priesters, niet te best accordeerden. Hij lanceerde over hen deze boutade: « Ils se détestent cordialement dans le Seigneur. » Een pater prees de wijsheid en de vooruitziendheid van een architect van de abdij die de gangen van het kloosterpand breed genoeg had getekend en in het gebouw meerdere trappen had voorzien. Zo konden kloosterlingen elkaar ontwijken. Zijn medebroeder vulde aan en zei: “Samen vieren we dagelijks eucharistie. Deze begint met een gebed om vergeving en de Kyrielitanie. Ze bereikt haar hoogtepunt, wanneer wij kort voor de communie Gods vrede aan elkaar doorgeven.”

 Wij verheerlijken de Vader en Jezus, zijn Zoon, als wij in de kracht van de heilige Geest de liefde onder elkaar bewaren.