4° Paaszondag C (2010)

Het evangelie van deze zondag is de aanleiding om deze dag tot roepingenzondag te proclameren. Het is de droom van elke paus en bisschop over "zijn priesters" : "Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ik ken ze en ze volgen mij."
Het evangelie voor vandaag gaat verder met deze woorden: "Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn vader roven. Ik en de vader: Wij zijn één." Wat Jezus zelf ooit in dit verband gezegd heeft, zullen we nooit weten: Hij heeft alleen woorden in het zand geschreven! En de evangelietekst voor deze dag is pas zo'n 70 jaar na zijn dood op papier gezet. Het is bijna onmogelijk dat men zich nog precies uitspraken van Jezus kon herinneren. In die tijd werden er veel evangelies geschreven, door bisschoppen of andere leiders van christelijke gemeenschappen. Sommigen schreven om de leden ervan aan te sporen en te bemoedigen. Anderen wilden hun overtuiging of geloof duidelijk maken tegenover twijfelaars of tegenstrijdige opvattingen weerleggen. Want er heersten veel meningsverschillen over Jezus, wie hij was en wat zijn bedoelingen waren. Denk aan de PKN, de protestantse kerken van Nederland, allemaal christenen, hoeveel hebben zij er voor moeten doen vóór zij zich één gemeenschap konden noemen.
Veronderstel dat iemand sterrenkunde wil studeren. Dag en nacht buigt hij zich over de boeken, hij reist er bibliotheken voor af. Eindelijk is hij klaar. Hij weet ontzettend veel over sterren maar hij heeft nog nooit een ster gezien.
Op zo'n manier kennen wij God en Jezus van Nazareth: uit boeken als de catechismus, uit preken en godsdienstlessen, uit vrome toespraken en brieven van paus en bisschoppen. Maar zelden of nooit denken wij aan de mogelijkheid te ervaren en zelf mee te maken wat Jezus heeft meegemaakt en aan wat mensen aan Jezus beleefd hebben toen ze met hem omgingen.
Het eerste stukje: "Mijn schapen luisteren naar mijn stem en ik ken ze en ze volgen Mij". Met die woorden probeert de schrijver uitdrukking te geven aan een diep verlangen om bij elkaar te horen, helemaal in de geest van Jezus: weten dat je naar elkaar luistert en elkaar wilt verstaan, dat je niet aan je lot wordt overgelaten, of aan een baas, directeur of chef. Je kunt lid van een elftal zijn, opgesteld zijn in een wedstrijd en toch voelen dat je er niet bij hoort, dat er niets van je verwacht wordt.
"Niemand zal ze van mij wegroven. Mijn Vader immers, die ze mij gegeven heeft, is groter dan allen en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven."
Met deze woorden beschrijft de auteur de volkomen stabiliteit van Jezus, diep geworteld als een boom. Die stabiliteit baseerde Jezus op de ervaring van wat vader is. Hij verwees naar een vader, die alles kan en alles weet, die in de ogen van zijn kind grenzeloos is. "Ik en de vader, Wij zijn één". De schrijver bedoelde met deze woorden een ervaring in lichaam en geest, geen theologisch begrip.
In feite gaat de gevoelswaarde van die tekst helemaal aan ons voorbij.
Want als wij het woord "Vader" horen dan denken wij, met ons verstand, onvermijdelijk aan Vader, Zoon en Heilige Geest, die in 325 een theologische werkelijkheid geworden zijn, de kernformule van de nieuwe godsdienst, het christendom. Dan zijn we 150 jaar verder, op het Concilie van Nicea , bijeengeroepen en voorgezeten door keizer Constantijn die toen nog niet eens christen was.Toen ging het over sterren, zonder er ooit een te zien. Dat was theologie. De vader met wie Jezus zich helemaal één voelde was niet god of een leer, wel de overweldigende ervaring dat er iemand was, die hem nooit verloren zou laten gaan. Diens welgeliefde, diens zoon, naar wie men met vertrouwen kon luisteren.
De schrijver van het evangelie gebruikte hier de woorden: "Ik en de vader, Wij zijn één," in een poging om uit te drukken wat voor een geheim die Jezus in zijn tijd geweest is: zo nabij, zo gewoon en toch een mens die iets onuitsprekelijks uitstraalde, "overweldigd als hij was door de adem van de barmhartige", in de woorden van een beroemde soefi meester, Ibn ‘Arabi, uit het 17de eeuwse Spanje.
Jezus blijft te groot voor theologische definities en geloofsbelijdenissen.
We kunnen hem wel ervaren als werkelijkheid telkens als we in ons zelf en samen met anderen voelen dat we één zijn, dat we meetellen, gehoord en gezien worden, gemogen zijn. Dan komen we dichtbij bij die woorden van Jezus : "Ik en de vader, Wij zijn één". Dan kunnen we de uitwerking ervan in onszelf ondervinden.