Ook een schaap wil gekend worden (2010)


De telefoon is een mooi middel om te communiceren, maar kan ook ongewenste indringer zijn wanneer je bezig bent met een intensief gesprek, een vergadering of arbeid waarbij concentratie nodig is. Fijn is het bij afwezigheid wanneer op het display het nummer verschijnt van degene die belt. Dan kun je altijd terugbellen. Moeilijker is het wanneer je gebeld wordt en je ziet een aantal nullen op het display. Terwijl ik dit optyp meldt zich een anonieme beller. Hebt u even wat tijd om wat vragen te beantwoorden voor een onderzoek over de ziekte van Alzheimer. Een onbekende stem die ik waarschijnlijk nooit in levende lijve zal ontmoeten. Toch zijn bepaalde stemmen wel te herkennen, ook al verschijnen op het display de bekende nullen. "Ben jij het",vroeg ik, toen iemand belde zonder de naam te noemen en noemde de naam". "Hoe weet u dat ik het ben", klonk aan de andere kant. "De herder kent zijn schapen". "Maar ik ben geen schaap", klonk het enigszins verontwaardigd aan de andere kant. Echt iets van deze tijd waarin niemand als schaap beschouwd wil worden. Daarom maar een charmeoffensief om de evangelische weg te kunnen blijven wandelen. "Jawel, jij bent het liefste schaap". Zo iets moet mensen toch goed doen. Dit is alleen maar mogelijk als je mensen kent.

Wanneer wij tegenwoordig het werk van een priester bekijken, dan wil iedere priester graag mensen ontmoeten en leren kennen. Het wordt gedragen door de zorg voor de mensen, die voortkomt uit de liefde die God in ons hart heeft gelegd en die wij ook aan anderen willen betonen. Toch merken wij dat er steeds meer een situatie ontstaat waarin een kudde aan zijn lot wordt overgelaten omdat er te weinig priesters zijn. In een parochie die tien jaar geleden nog een vitale parochie was, moeten ze het al jaren stellen met emeriti die missen doen, maar daar houdt het ook bij op. In zo'n gemeenschap merken wij dat mensen zonder vast aanspreekpunt zaken op hun eigen manier aanpakken. Er worden beslissingen genomen waardoor mensen afhaken. Bepaalde mensen nemen plaatsen in waardoor voor anderen geen plaats meer is. Financiƫn lopen terug, maar ook gebeurtenissen die gevierd worden, zijn er minder. Schijnbaar geeft menige herder meer binding aan een gemeenschap dan op het eerste moment wordt gezien. De verwachting voor de toekomst is niet rooskleurig. Over vijf tot tien jaar zal niet meer in iedere parochie de eucharistie gevierd kunnen worden. Van parochiepriester tot missionaris zal het toekomstbeeld zijn. Niet meer bij de herder die herkenbaarheid van de schapen met oog voor de eigenheid van mensen in een gemeenschap, maar veel meer in het voorbij gaan beheerder zijn van vele kuddes, waarbij kortstondig de warmte van het Herderschap van Jezus wordt ervaren.

Is dit alles een hopeloze situatie. Of kunnen mensen toch nog ergens op terug vallen. In de Schrift wordt God de Herder genoemd. Hij leidt zijn volk. Maar Hij kan alleen maar Zijn Volk leiden als het zich ook door Hem laat leiden. Als Goede Herder kent Jezus het probleem van de kudde. Er zijn schapen en bokken en de laatste hebben geen goede naam. Maar ook een schaap loopt wel eens weg en moet worden gezocht. Bij elkaar blijven is wezenlijk. Her herkennen van de stem van de Herder draagt daar toe bij. Wanneer de schapen geen aandacht meer hebben voor de stem van God worden zij steeds meer tot verstrooiing gebracht. Ook zij die hun leven aan God hebben toegewijd, ervaren dat de kudde steeds meer uit elkaar valt door gebeurtenissen in het leven van de kudde, maar ook door druk van buiten af en durven het herderschap niet meer op zich te nemen. Toch blijft het priester zijn nog steeds mooi en een grote uitdaging.

Roepingenzondag mag niet blijven steken in alleen maar bidden voor nieuwe priesters. Maar bidden voor iedere gedoopte om inzicht te krijgen in wat men voor de geloofsgemeenschap kan betekenen. Er zijn heel wat gewone mensen die heel veel investeren in de Kerk en eenvoudig zeggen waar het om gaat. Priesters kunnen met vreugde functioneren als ze ingebed zijn in de gemeenschap. Zoals je geen vis in de mooiste plantenbak kunt zetten, want dan gaat hij dood, zo moet men een priester laten leven een ruimte waarin geloofd en geleefd wordt met Jezus als de ene Herder. Multiculturele vachten maken de kudde veelzijdig. Als het geblaat een eenstemmige lofzang is voor dezelfde Heer wordt die eenheid ten volle gediend.