4e zondag van Pasen C (2013)

Na 100 meter bent u op uw bestemming. Dat zei mijn Tom Tom onlangs. Een mooi woord, bestemming. Op de snelweg zag ik een vakantiereclame: Meer dan 200 bestemmingen. Ik kan het me van lang geleden herinneren dat een moeder na de bruiloft van haar dochter zei: “Mijn dochter is op haar bestemming”. Dat is een andere bestemming dan een vakantiebestemming of de bestemming van mijn Tom Tom. Wanneer ben je op je bestemming?

Is kroonprins Willem Alexander straks op zijn bestemming, als hij koning van het koninkrijk is? Hebben wij op aarde wel een echte bestemming? Is onze uiteindelijke bestemming niet de hemel? Wat Willem Alexander betreft, hij is geboren om koning te worden. Dan mag je in zekere zin spreken over bestemming. Jezus zei tegen Pilatus ook zoiets: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”

Jezus koppelt koningschap direct aan de waarheid. Hij is koning van de waarheid. Van welke waarheid? De waarheid over God en de waarheid over de mens. Van Jezus leren we wie God is, en zo wie wij zijn als kinderen van God en daarmee leren wij dus ook van Hem wat onze bestemming is.

Koningschap en herderschap hebben alles met elkaar te maken. Koning David was eerst herder. Die tijd als herder was een oefenschool. Er is wel een flink verschil, mensen zijn geen schapen, maar het beeld is toch heel passend. Hoe houd je de kudde bij elkaar? Heb je oog voor de zwakke dieren? Ken je de dieren persoonlijk? Weet je waar ze eten en drinken kunnen vinden? Ben je bereid te vechten tegen roofdieren, zorg je voor veiligheid en bescherming? Kroonprins Willem Alexander mag straks meer dan ooit in Jezus een spiegel vinden voor zijn eigen herderschap en koningschap.

Als wij Jezus als herder en koning hebben, dan zitten daar twee kanten aan. Jezus zegt tegen Pilatus: “Alwie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.” En vandaag zegt Hij over zijn kudde: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij.” Willen wij Jezus als onze herder en koning, dan moeten wij luisteren naar zijn stem. Sterker nog, je hoort pas echt bij zijn schapen als je luistert naar zijn stem. Dat is wat Jezus hier zegt: “Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij.” Naar Hem luisteren en Hem volgen, zijn twee kenmerken van mensen die bij Jezus willen horen.

Dat heeft met onze bestemming te maken. Onze bestemming is: Kind van God zijn. Dat is iets dat je wordt gegeven en dat je tegelijk ook zelf moet waarmaken. Het is net als het koningschap van Willem Alexander; het wordt hem geschonken, maar hij moet het ook waarmaken. Wij zijn kinderen van God, het wordt ons al aangeboden door God, zodra ons leven begint, nog voor onze geboorte. Het wordt concreet bij ons doopsel, vanaf dat moment mogen we onszelf echt “Kind van God” noemen. Maar het wordt pas werkelijkheid als we ons als Kind van God gedragen, als we ons in ons doen en laten richten op dat eerstgeboren Kind van God, Jezus Christus.

Maar wie denkt nog na over bestemming? Meer dan vroeger heerst in onze tijd de mentaliteit van de maakbaarheid. We kunnen maken wat we willen. We kunnen intelligentie namaken in onze computers. We kunnen leven namaken in reageerbuizen. We leven steeds meer alsof het de bedoeling is dat we zelf ons bestaan bedenken en maken en veranderen en verzinnen. Daarmee wordt het leven een supermarkt met allerlei doe het zelf dingen om te kijken of je iets leuks van je leven kunt maken.

“Bestemming” ademt een heel andere mentaliteit. Het is wat we in het boek Prediker horen als raadgeving aan de jeugd: (11,9): “Jongeman, geniet van je jeugd … Doe wat je hart je ingeeft en naar je eigen visie. Maar besef dat God je over alles rekenschap vraagt”. In onze wereld lijkt het soms alsof we wel het eerste deel van deze woorden van Prediker aan willen nemen, maar de laatste woorden vergeten: “... besef dat God je over alles rekenschap vraagt”.

Dat heeft te maken met “bestemming”. Het betekent dat ons leven beantwoordt aan Gods bedoeling. “Bestemming” heeft dan ook alles te maken met roeping en zending. God roept ons en zendt ons om voortdurend te werken aan onszelf, om goed doen en om mee te werken aan een betere wereld.

Zo begrijpen we die opmerking van vroeger: Mijn dochter is op haar bestemming, of mijn zoon is op zijn bestemming. Zij hebben ja gezegd op hun roeping om echtgenoot en vader of moeder te zijn, met de vreugde en de last die daarbij hoort. Dat geldt ook voor een priester. Als hij ja zegt tegen de bisschop bij de wijding, zegt hij ja op zijn roeping. Hij aanvaardt zijn bestemming om priester te zijn en Jezus werk hier op aarde voort te zetten en zijn Woord te verkondigen.

Het klinkt heel aardig als je Tom Tom zegt: Over 100 meter bent u op uw bestemming. En ook die tweehonderd bestemmingen in de reclame zijn wel aardig. Toch is er niets zo vreugdevol als te weten dat je echt op je bestemming bent en waarbij je elke dag opnieuw “Ja” zegt op je roeping om Jezus na te volgen, Hij, de Goede Herder en ware Koning. Amen.