Van intelligente, en van domme schapen!

4e zondag van Pasen – Cyclus C – 2013 Joh 10,27-30

 

Van intelligente, en van domme schapen!

 

 

Maandagochtend, 9.30h, midden op een druk kruispunt. Het verkeer valt stil. Tientallen voertuigen beginnen te claxonneren. Er staat een kind op het kruispunt. Onberoerd door de plotse opwinding om hem heen loopt een driejarige kleuter rond tussen de met loeiende motoren en krijsende remmen nog juist op tijd stoppende auto's. Zijn rustige wandeling kan schijnbaar door niets worden verstoord. Ergens achteraan wordt er een knal gehoord. Een aankomende auto heeft één van de stilstaande wagens aangereden.

"Is er dan niemand die dat kind daar weghaalt” roept een vrouw uit de op het voetpad samengestroomde menigte. Tientallen nieuwsgierigen staan daar te kijken als naar een spannend TV-feuilleton. “Zijn zijn ouders dan nergens?”

"Toch wel!" roept een vrouw met rustige stem, “ik ben zijn moeder.” “Bent u dan helemaal gek” brult een man achter haar, “hoe kunt ge uw kind over een druk kruispunt laten lopen en dan zelf zo rustig aan de kant op het voetpad blijven staan?” – “Ik heb hem gezegd dat het gevaarlijk is om over het kruispunt te lopen”, zegde de moeder met dezelfde rustige stem, “Ik heb hem gezegd dat het niet aan te raden is om dat te doen!” En dan ging ze rustig verder...

 

Beste vrienden,

Een zeer irreëel verhaal, waarvan ik zelf niet kan geloven dat het zich ergens zo zou kunnen hebben afgespeeld. Welke vader of welke moeder zou werkelijk kunnen blijven toezien hoe hun kind zich in een dergelijk gevaar begeeft? Ik denk dat we het daar allemaal wel over eens zijn. Dat heeft er niets mee te maken dat men een kind niet zou respecteren of niet ernstig zou nemen. Er zijn situaties waarin men niets anders kan doen dan vastgrijpen en vasthouden, en soms zelfs zeer krachtig vastgrijpen om erger te voorkomen.

Moeders en vaders die dat niet zouden doen, zouden wij niet begrijpen, net zoals we die vrouw uit het verhaal niet kunnen begrijpen. Dergelijke ouders zouden we gewoon niet in staat achten om de verantwoordelijkheid voor een kind op zich te nemen en het echt op te voeden.

Natuurlijk zal een kind dat zelf misschien op verschillende punten anders zien. Het kind vindt die hand van zijn ouders, die de zijne bij het oversteken van de straat stevig vasthoudt, beperkend en lastig. Het engt zijn vrijheid in. Je moet je daarvan bevrijden om echt vrij en ongehinderd verder te kunnen gaan.

Een kind weet nu eenmaal niet beter. Later zal het misschien wel inzien dat het voor hem of haar echt niet goed zou zijn geweest om los te lopen. Het is immers nog veel te klein om echt te kunnen begrijpen waar het over gaat.

Voor dat kind weten we dat allemaal, maar wat als het nu plots over onszelf gaat?

Wat zou er gebeuren wanneer iemand ons plots tot ons geluk zou willen dwingen?

Wat zouden wij doen in situaties waarin men met ons zou omgaan als met een klein kind?

Maar dat lijkt nu net de situatie te zijn die Jezus Christus steeds weer vooropstelt, Hij spreekt er altijd weer van, dat de God die Hij verkondigt, als een Vader voor ons is.

En voor de in de Thora geschoolde oren, waar Jezus in zijn tijd tegen sprak, was het duidelijk dat, betrokken op God, het Vader en het Moeder zijn altijd samen horen.

God als vader en moeder, zorgt zoals bezorgde ouders, liefdevol om zijn kinderen. En die onmondige kinderen, dat zijn wij!

En in een ander beeld, het beeld dat Hij vandaag gebruikt, het beeld van de goede Herder met zijn schapen, wordt dat aspect nog veel duidelijker. De God, die door Jezus Christus wordt verkondigd, is de God die zich, zoals een goede Herder, om zijn schapen bekommert.

En die schapen, dat zijn wij. En dan hoor ik reeds alom protest! Wie laat zich vandaag de dag nog vergelijken met een onmondig schaap? Een voorstelling die ons toch wel tegen de haren strijkt. Wie wil er graag een schaap zijn? Wie wil er toegeven dat hij de weg niet zelf kan vinden, dat hij niet zelf al groot genoeg is, dat hij zijn leven niet zelf in de hand kan nemen?

In het vel van een schaap voel ik me toch ook niet thuis en ook ik zou al willen protesteren, maar dan valt me plots weer dat beeld van die kleuter op het kruispunt te binnen, en die andere kleuter aan de hand van zijn moeder die zich partout van haar wil losrukken, en waarvan ik blij ben dat ze hem stevig en beslist blijft vasthouden. Blij omdat ik niet zou willen weten wat er anders met hem zou kunnen gebeuren.

Iets verstandiger kinderen zien meestal wel in dat het dikwijls een goede zaak is om aan de hand genomen te worden. Het is meestal een teken van inzicht, van begrip, ja, van toenemende intelligentie, wanneer kinderen leren begrijpen dat de bezorgdheid van de ouders belangrijk is. Dat het dom zou zijn om daartegen in opstand te komen. Dat je veeleer dankbaar moet zijn dat je ouders bezorgd voor je zijn.

Er zijn kinderen die dat relatief snel begrijpen, die op dat gebied misschien een tikje intelligenter zijn dan anderen, op dit gebied misschien zelfs veel intelligenter dan sommige volwassenen, die zich al helemaal afsluiten wanneer ze dat woord van de schapen nog maar horen.

Laat ons dat evangelie van de Herder en zijn schapen toch gewoon nemen zoals het is bedoeld: als een formidabele belofte. Is het geen fantastische boodschap dat ik niet voor alles en nog wat zelf moet zorgen, dat ik niet alles zelf moet doen, niet alles moet begrijpen, zelfs niet op alles ja en amen moet zeggen en dat ik toch, door die herder geleid, mijn doel kan bereiken?

En laten we toch toegeven: Eigenlijk is dat toch wel juist de God naar wie wij verlangen. De God die ons daar opvangt waar wij onze voet verkeerd zetten, die weet dat wij niet alles aankunnen, ook al doen we stoer, en die ons daarom geen zeven keer, maar zeven maal zeventig keer, vergeeft. Wat voor een God zouden we eigenlijk willen? Toch wel een God die ons heel stevig bij de hand neemt wanneer het gevaarlijk wordt.

En dat is nu juist de God die Jezus Christus verkondigt. En Zijn spreken over die God, Zijn spreken over die Goede Herder en zijn schapen, dat is zijn goede boodschap.

Weten jullie, waarschijnlijk zijn er maar twee soorten schapen, intelligente en iets dommere. De intelligente schapen dat zijn dan die schapen die weten dat ze schapen zijn en die beseffen dat schapen nu eenmaal een Herder nodig hebben. Een herder die hen leidt, die hen beschermt en die hen liefdevol verzorgt wanneer ze ziek zijn.

De intelligente schapen zijn die schapen die er dankbaar voor zijn dat ze een herder hebben en die zich niet langer inbeelden dat die herder hen in hun schaap zijn wil hinderen. De dommere schapen daarentegen zijn die schapen die denken dat ze zelf groot en sterk genoeg zijn, dat ze die herder niet nodig hebben en dat ze pas zonder herder vrije en ongebonden schapen kunnen zijn. Dat zouden dan de domme schapen zijn.

Maar, zeg nu eerlijk, wie zou er een dom schaap willen zijn?

Amen.