3e zondag Pasen (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 194 niet laden

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom op deze derde zondag van Pasen.

In het journaal en vooral op internet krijgen wij nogal eens informatie over christenen, die onderdrukt worden. In 2009 werden er wereldwijd maar liefst 170.000 christenen vermoord.

Ikzelf ben soms diep onder de indruk van mensen, die - dikwijls met gevaar voor eigen leven - opkomen voor de onderdrukten.

Zoiets horen wij ook in de eerste lezing. De apostelen werden bedreigd. Wij weten, dat zij door de joodse overheid zelfs gegeseld zijn, maar dat weerhield hen niet om te vertellen over Gods liefde voor alle mensen.

Laten ook wij vurige getuigen zijn van Gods liefde. Dit moet eigenlijk ons voornaamste levensdoel zijn, iedere dag opnieuw. Als wij opkomen voor de Naam van God, voor de rechten van de armen en de kleinen, zal God ook opkomen voor ons.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer God, door de profeten hebt Gij tot ons gesproken en in Jezus, uw Zoon, is hun woord tot vervulling gebracht. Wij danken U om het levende woord, onze verrezen Heer, en vragen: open onze ogen voor Hem, die met ons door het leven gaat; open onze oren voor Hem, die tot ons spreekt in het evangelie; maak onze geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .

PREEK

Broeders en zusters, wij leven in een tijd vol grote spanningen in Kerk en wereld. Dat is altijd al zo geweest. De ene keer meer dan de andere. Maar reeds in de eerste christentijd lezen wij over spanningen tussen Petrus en Paulus, tussen de Griekse en de Joodse christenen. En tegen deze achtergrond heeft de evangelist Johannes op gegeven moment geschreven over het kleed van Jezus dat uit één stuk geweven was, zonder naad, en schreef hij over het net, dat vol grote vissen was, en toch niet scheurde. In dat kleed zonder naad ziet Johannes de eenheid van de Kerk. Het net van de Kerk, dat alle gemeenschappen en heel de wereld omvat, mag niet scheuren.

De band, die mensen bij elkaar moet houden, is de liefde. Drie keer vraagt Jezus aan Petrus: "Heb je Mij lief?" Liefhebben, wat betekende dat voor die eerste generatie christenen en wat betekent het voor ons?

Als wij vandaag de dag in de Kerk spreken over liefde, over solidariteit, dan denken wij meestal meteen aan de armen van de Derde Wereld, Zuid-Amerika of Afrika. En dan valt de liefde ons niet zo zwaar. Wij willen best een beetje van onze rijkdom afstaan aan de mensen, die het minder goed hebben dan wij.

Maar wat de liefde van Jezus Christus ons op de allereerste plaats vraagt is aandacht voor de mensen, die ons het meest nabij zijn: onze eigen familieleden en vrienden, medeparochianen, de mensen van onze straat, onze collega's van het werk. Dat zijn mensen, die wij kennen. Het zijn mensen met hun goede en hun minder goede eigenschappen en hen liefhebben, dat is minder gemakkelijk, want zij kunnen ons soms echt voor de voeten lopen, en dat doen mensen in bijvoorbeeld Afrika niet.

Ná de verrijzenis, maar vóór Pinksteren - de apostelen zijn nog niet vol geestkracht - zegt Petrus op een dag, dat hij gaat vissen. Zes anderen gaan met hem mee. En zij vangen 153 grote vissen. Het aantal van 153 is misschien wel een verwijzing naar het aantal toen bestaande christengemeenschappen dat Petrus bijeen moest zien te houden, in één net, zonder dat het scheurde.

Maar aan deze wonderbare visvangst ging wel iets vooraf. Zij hadden de hele nacht gewerkt en niets gevangen. Ontgoocheling, teleurstelling, gevoelens van onmacht, horen bij het werken in Jezus' Kerk. Mooi uitgewerkte methodes en uiterste inspanningen garanderen lang niet altijd de groei van ons geloof en de opbouw van een gemeenschap. Ook onze netten blijven soms leeg.

Maar dan zegt iemand aan de kant een eenvoudig woord:"Werpt het net uit, rechts van de boot, daar zult ge iets vangen", en dan wordt het net opeens gevuld. En dan roept één van de apostelen het uit: "Het is de Heer!" De apostelen hadden de man aan de oever niet zo gauw herkend. Zij waren zo druk bezig met hun werk. Ook wij zijn soms druk doende, zo ijverig, dat wij de Heer vergeten.

De apostelen moesten ervaren, dat zij zonder de Heer niet tot resultaat kunnen komen, maar in gemeenschap met de Heer èn in gemeenschap met elkaar raken de netten boordevol.

Denken ook wij er aan dat de Heer leeft, dat Hij ons begeleidt, ons werk zegent als wij in gemeenschap blijven met elkaar.

Petrus, de eerste onder de apostelen, trekt het net aan land. Ook onze Petrus, paus Benedictus XVI, heeft een groot net vol van allerlei volkeren. Ook dit net mag - ondanks alle hedendaagse drama's in de kerk - niet scheuren! Blijven wij samen in de liefde, hoe moeilijk het soms ook is. Dan zullen wij - door de liefde - onverwacht een grote vangst doen.