De warmte van het houtskoolvuur

 

De evangelieverhalen in de paastijd zijn inrijpoorten op de weg naar een ontmoeting met de verrezen Heer. Een van deze wegen loopt langs de oever van het meer van Galilea. De leerlingen waren naar hun gewone doen teruggekeerd. Zij waren opnieuw aan het vissen gegaan en het viel hun alweer niet mee.

Voor een derde keer zouden zij op het onverwachts de verrezen Heer ontmoeten. Hun eerste ontmoeting met de verrezen Heer was op de paasavond. Het evangelie van Johannes brengt daarna het verhaal van de tweede ontmoeting, acht dagen later en schenkt aandacht aan de belijdenis van Thomas.

De apostelen hebben enige tijd nodig aleer hun frank valt en zij de verrezen Heer toelaten in hun leven. Hun geloof in de verrezen Heer is een langzaam proces, waarbij Jezus het initiatief neemt. Voor ons duurt het ook een wijle om naar een nieuw perspectief toe te leven en paasmens te worden.

De Verrezen overweldigt niet. Zoals op de eerste paasochtend bij de verschijning aan Maria Magdalena was zijn komst aan de oever van het meer bescheiden. Maria Magdalena herkende de Verrezen niet in de gestalte van de tuinman. De vissers vermoedden evenmin dat de belangstellende kijker aan de rand van het meer Jezus was. Pas wanneer de onbekende met hen sprak, begon een licht te branden. Woorden zijn bruggen. Het woord van Jezus, opgetekend in de Schrift, is een uitgelezen ontmoetingsplaats met de Heer.

In de ochtend aan het meer

Dit tafereel bij dageraad is mooi. ”Toen het reeds morgen begon te worden, stond Jezus aan het strand, maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was” (Joh. 21,4). De attentievolle man heeft een vuurtje aangelegd, waarop wat vis aan het braden is. De vissers kunnen nadien van hun grote vangst zelf meer vis aanbrengen. God heeft het eerste woord. Hij brengt een proces op gang. Hij heeft het vuur aangestoken. Hij is, zoals op andere plaatsen in het evangelie, alweer de gastheer. Jezus wordt soms afgebeeld onder het teken van een vis. Oude muurschilderingen in kerken van het Oosten geven taferelen weer van het Laatste Avondmaal met een grote vis op de schotel. De geroosterde vis is Christus.

Aan de dageraad is de nacht voorafgegaan. Een moeizame nacht. De vissers hadden vakkundig hun netten uitgeworpen. Zij hadden gewacht en gezwoegd en toch niets gevangen. Het kan best dat Petrus en zijn gezellen zich op voorhand niet te veel zorgen hadden gemaakt. Zij waren wellicht eerder vanuit een ietwat fatalistische houding uitgevaren. Zij waren gaan vissen en zij zouden wel zien wat het zou geven. Het gebeurt vaker dat een visser zonder veel vis thuiskomt.

Het net met honderddrieënvijftig vissen

De vissers kwamen pas in verlegenheid wanneer die onbekende hun wat vis vroeg. Van een visser mag je toch verwachten dat hij vis heeft. Die man die zich als vrager aandiende, gaf zelf aanwijzingen hoe ze hun net dienden uit te werpen. Door het samenspel van de man aan wal en de stuurlui in de boot lukte de vangst.

Wat een hemelsbreed verschil, tussen de eerste vaststelling dat zij die nacht niets hadden gevangen en die tweede vaststelling, opgedaan in de ochtend, toen zij honderddrieënvijftig stuk van opmerkelijke kwaliteit bovenhaalden. Er stak meer in het meer dan zij vermoedden. Plus est en vous! De honderddrieënvijftig stuks duiden op de grote verscheidenheid. Zo is onze wereld. Hij is multicultureel en niet monochroom.

Opvoeders, catechisten, priesters en veel andere behalen ondanks inzet niet altijd een resultaat. Het bootje-kerk ligt zomaar te dobberen. Of zij links of rechts het net uitwerpen, het net blijft leeg. Wanneer we dan echter een vraag krijgen, kan het gebeuren dat een nieuw proces op gang komt. Wij moeten dan samen op zoek naar een geëigend antwoord, omdat het passe-partout-antwoord niet mee voldoet.

Een ziekenhuispastor staat met lege handen bij een patiënt. Hij heeft geen dossiers, hij heeft geen instrumenten om de pijn te meten. Hij kan geen medicijnen aanreiken. Samen met de zieke worstelt hij met de vraag van het lijden. Zieken kunnen zijn leermeester zijn. In hen brandt het vuur, waarop hij eveneens zijn deel van de vissen mag leggen. Wanneer mensen in een gesprek zorgen mogen uiten bij een luisterend oor, kunnen stenen van voor het graf weg rollen en gebeurt er verrijzenis.

 

Een houtskoolvuur met vis erop en brood…”

Bisschop Johan Bonny gebruikt deze woorden uit het evangelie van Johannes (Joh. 21,9) als titel voor de pastorale visietekst in het bisdom Antwerpen. Hij kijkt uit naar de komende jaren met de ogen van het begin, deze van een nieuwe paasochtend. “Van Christus geloven we - zo schrijft bisschop Bonny- dat Hij als het morgenlicht is. Vroeg in de morgen is Hij opgestaan uit de dood. In dat morgenlicht mogen wij gaan staan. Ook en vooral vandaag. Als kerkgemeenschap hebben wij iets nieuws om van te leven en om van te getuigen. Die nieuwheid is niet alleen voor ons bestemd. Het Evangelie is blijde boodschap voor alle mensen en voor heel de samenleving. Als gemeenschap van leerlingen mogen wij daartoe bijdragen. Trouwens aan het meer van Tiberias, op een frisse ochtend kort na Pasen, is voor de vissers alles opnieuw begonnen. Aan de oever van het meer stond de Heer op hen te wachten en toen ze aan land waren gestapt, zagen ze dat er een houtskoolvuur was aangelegd, met vis erop en brood ernaast.