3e zondag van de paastijd C - 2013

Zusters en broeders,

Het evangelie vertelt een heel mooi, maar ook een heel merkwaardig verhaal. Jezus verschijnt bij het Meer van Tiberias aan zeven van zijn leerlingen. Dat was ook vorige zondag zo, maar toen gebeurde dat in Jeruzalem, wellicht in de zaal waar ze enkele dagen voordien samen het laatste avondmaal hadden gehad. Bij die eerste verschijning waren op Tomas na alle apostelen aanwezig, in het evangelie van vandaag waren ze maar met zeven, en ze waren niet in Jeruzalem, maar wellicht in Kafarnaüm, waar Jezus gewoond had en waar ook Petrus, Andreas, Jacobus, Johannes en Mattheus woonden. Op een avond zie Petrus: ‘Ik ga vissen’, en dat was een heel normaal voornemen, want hij en zijn broer Andreas waren vissers, dus ging hij zijn gewone werk doen. De andere leerlingen gingen zonder aarzelen mee, maar het werd een ontgoocheling, want de hele nacht vingen ze niets. Dus moesten ze ook negatief antwoorden wanneer een onbekende man hen van op de oever vroeg of ze soms iets te eten hadden. Hij raadde hen aan hun net rechts uit te werpen. Een vangst van 153 vissen was daarvan een gevolg. Nu erkende een van de leerlingen Jezus, en Petrus zwom onmiddellijk naar Hem toe. Nadien hadden Jezus en de leerlingen samen een bijna intieme maaltijd, en op vraag van Jezus sprak Petrus zijn trouw uit. ‘Weid mijn lammeren en mijn schapen’, zei Jezus. en Hij voegde eraan toe: ‘Volg Mij.’ 

Mooi is dat verhaal. Mooi om de ontmoeting met Jezus die zijn vissende apostelen op de oever opwacht, mooi omdat Jezus al eten heeft bereid terwijl de apostelen nog op het meer zijn, mooi om het bijna intieme maal dat ze daardoor samen genieten,  mooi ook om de trouw van Petrus. Maar ook merkwaardig, want waarom speelt dit verhaal zich af in Galilea, terwijl de apostelen zich even voordien nog in Jeruzalem, dus in Judea bevonden? Waarom hebben ze de hele nacht geen enkele vis gevangen, en hebben ze ineens een overvol net wanneer ze doen wat Jezus zegt? Waarom wordt Jezus alleen door die ene apostel herkend? Waarom durven ze eigenlijk niet met Hem spreken wanneer ze van die intieme ochtendmaaltijd genieten? 

Mooi en merkwaardig, zo is dit verhaal, maar het is evenzeer, en wellicht zelfs vooral, een verhaal met een diepe boodschap. De boodschap namelijk dat het zonder Jezus niet gaat, wat je ook doet en wat je ook probeert. Dat wordt duidelijk door de mislukte visvangst van de apostelen: zonder Jezus vangen ze niets, maar op zijn aanwijzing barst hun net bijna met 153 vissen. En dat is niet zomaar een getal, want 153, dat is het totale aantal soorten vis dat in die tijd bekend was. Met andere woorden: de apostelen hebben door te doen wat Jezus zegt ineens iets ondenkbaars gepresteerd: ze hebben van alle soorten vis één exemplaar gevangen. Maar is dat wel mogelijk? Zitten al die vissoorten inderdaad in het meer van Tiberias? Of staan die vissen voor iets anders? 

Weet je nog wat Jezus zei toen Hij zijn eerste apostelen riep? Het waren vissers, en Hij zei:  ‘Kom, volg Mij. Ik zal vissers van mensen van jullie maken.’ Hij zei niet ‘vissers van joden’, maar uitdrukkelijk ‘vissers van mensen.’ Hij was dus niet gekomen voor de joden alleen, maar voor alle mensen, want alle mensen zijn kinderen van zijn Vader. Dat is dus de betekenis van die 153 vissen. Ze staan niet voor alle soorten vis, maar voor mensen van alle rassen en alle volkeren. En ze maken dus duidelijk aan de apostelen dat ze Jezus’ leer, zijn woorden en daden niet alleen aan de joden, maar aan alle mensen moeten verkondigen. Misschien is de mislukte visvangst wel een symbool van het feit dat ze dat tot dan toe niet goed gedaan hadden. Dat ze te veel met zichzelf en met het joodse volk waren bezig geweest, en te weinig met Jezus en met andere volkeren. Misschien waren ze dus te weinig vissers van mensen geweest zoals Jezus hen had gemaakt.  

Zusters en broeders, dat is de diepere betekenis achter dit mooie verschijningsverhaal. Het maakt twee dingen duidelijk. Vooreerst: zonder Jezus lukt er niets, want de apostelen ook proberen. En verder: Jezus moet aan alle volkeren verkondigd worden, want alle volkeren zijn Gods lieve kinderen. En weet je wat we daarbij zeker niet mogen vergeten? Dat  dit verhaal ook op ons slaat, want ook tegen ons zegt Jezus dat Hij van ons vissers van mensen maakt. Laten we daar dus naar leven, laten we altijd proberen te leven naar zijn woorden en daden, en naar het enige gebod dat Hij ons heeft voorgeleefd: ‘Bemin God boven al en uw naaste gelijk uzelf.’ Weet je, ik ben er zeker van dat, als we dat doen, ook wij op die heerlijke, intieme maaltijd met Hem worden uitgenodigd. Amen.