In de Zuilengang van Salomo (2010)

 Optimistischer kan het niet.  Het gaat goed in de eerste kerk.  Ze groeit en ze is eensgezind.  Daar gaat een uitstraling van uit.  Daar gebeuren wonderen.

 Die jonge groep komt regelmatig samen op een plaats in en rondom de tempel (Hnd. 3,11).  Die zuilengang bevond zich bij een van de poorten van de tempel.  (de Schone Poort).  Het was wellicht een lange overdekte gang.  De plaats bood beschutting tegen zon, regen en wind.  Ze kan niet juist meer worden gelokaliseerd.  Het was wellicht een plaats waar christenen regelmatig vergaderden.  Ze beschikten wellicht niet over een eigen ontmoetingshuis.  Was het een soort Hydeparkcorner, waar allerlei meningen kunnen worden gezegd en geuit?  De christenen gingen daarbij regelmatig naar de tempel om er te bidden.  De nieuwe groep heeft een eigenheid en wordt door de Joden aanvaard. 

De groep neemt toe, zowel met mannen als vrouwen.  Lucas blijft zichzelf trouw aan wat hij reeds in zijn evangelie had onderstreept.  Vrouwen tellen mee. 

 De tekst van Handelingen leest hier wat stroef.  Enerzijds is er een afstand tussen de groep nieuwe christenen en de massa daarbuiten.  Die durfde zich niet bij hen voegen.  Was dit al uit schrik voor de Joodse autoriteiten of uit angst voor de eisen van de nieuwe levenswijze van die christenen en hun geloofsbelijdenis?  Anderzijds wordt gezegd dat de groep toeneemt.  Dit was effectief het geval.  We kunnen ons inbeelden dat die nieuwe groep rondom de apostelen nieuwsgierigheid uitlokte.  Die is van alle tijden.  Interesse en argwaan.  "Nieuwe mesjes snijden goed", zeggen de sceptici.  De markt van de hedendaagse zingeving is groot en zoekt overal adepten.  We kunnen voorbeelden halen uit de geschiedenis van de nieuwe bewegingen, die in de voorbije veertig jaar in aantal zijn gegroeid. 

Zieken zijn welkom in de groep van de eerste christenen.  Zoals in het evangelie mensen met allerlei kwalen bij Jezus werden gebracht, zo komen veel zieken naar Petrus.  Lucas bedoelt niet dat Petrus een wonderdokter of wonderdoener is.  Elke speculatie in die zin is in de Handelingen afgewezen.  Het goede dat gebeurt, geschiedt vanuit de kracht van God.  

De wijze waarop mensen betekenis hebben voor elkaar is gevarieerd.  Wie ziek is, vraagt om deskundige aanpak en wenst tevens aandacht.  Elke mens heeft vele kanten.  Een binnenkant en een buitenkant.  We hebben materiële behoeften en spirituele.  We vergeten al eens dat er eveneens religieuze behoeften zijn.  We kunnen voor elkaar op al die domeinen een weldoende invloed hebben.  "Geen mens kan de andere van zijn lijden bevrijden, maar kan hem de moed geven het lijden te dragen" (Selma Lagerlöf). 

Jan Peters, een Nederlandse karmeliet, schreef in 1985 een boek over "Een spiritualiteit voor de hulpverlening" en had daarvoor als titel: "Als was het maar je schaduw."  De beginnende Jezusbeweging had een sterke uitstraling.  Jan Peters schreef in zijn inleiding: "Als je nú zoekt naar een dergelijk soort uitstraling dan word je getroffen door de grote groep vrijwilligers, hulpverleners van allerlei soort en diverse pluimage naar wie mensen van nú uitkijken in de hoop dat iets van hun activiteit ook hen weldoend zou raken: al was het maar hun schaduw!  Er zijn grote groepen vrijwilligers en hulpverleners die proberen op dit verlangen in te gaan.  Uit ervaring weten zij door hoevelen gevraagd wordt naar een helpende hand, een beetje schaduw.  Denken we maar aan mensen die een rouwproces moeten verwerken, soms op hun eentje; ouderen, werkelozen, jongeren.  Er zijn méér mensen die vragen om hulp, dan mensen die hulp kunnen en willen bieden.  Hierdoor wordt er soms roofbouw gepleegd op de vrijwilligers en andere hulpverleners.  Je vraagt je soms af waar zij de kracht vandaan halen om te blijven helpen, ondanks desillusie en tegenwerking.  Zij raken leeg en hebben niets meer te geven."  We kunnen elkaar helpen om de glans van het leven te ontdekken.  "Spiritualiteit maakt krachten vrij, waardoor de mens de ervaring krijgt dat hij de toekomst aankan; christelijke spiritualiteit ervaart en máákt ervaarbaar, dat de  krachten van het evangelie nog niet zijn uitgeput, maar dat sommige krachten nog niet zijn aan geboord" (Op. cit., p. 13).

 Zoveel mensen zijn verstoken van gezondheidszorgen.  Zuster Angèle Verstraete icm Roeselare werkt sinds vele jaren in Mama Yemo, het grootste hospitaal van Kinshasa.  Ze ziet dagelijks de nood van mensen die niet opgenomen worden omdat ze niet kunnen betalen.  De ICM-zusters hebben een hospitaal binnen het hospitaal waar ze die mensen, die buiten liggen, opnemen en verzorgen. 

In november 2009 kwam kardinaal Toppo (India) in Izegem een medisch project voorstellen van de Indische bisschoppenconferentie.  Deze wil in Ranchi een Medische Faculteit en Universitaire kliniek oprichten.  Ze geven deze de naam mee van Constant Lievens, de West-Vlaamse missionaris van Moorslede, de grote verdediger en beschermer van de Adivasi.  Het peil is van de gezondheidszorg is laag.  Het aantal hospitaalbedden is er onder het nationaal gemiddelde.  

De Handelingen van de apostelen worden geschreven ondermeer door hen die deskundig en gedreven zieke medemensen helpen en begeleiden.  Nog altijd hebben mensen te lijden onder ziekte, armoede en angst.