2e Paaszondag

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Overvloedig put de Kerk in de Paastijd uit de Handelingen van de Apostelen en uit Het Boek der Openbaring, de Apocalyps van Johannes. Het zijn twee boeken van strijd en glorie. Christus zelf leidt er de Kerk. De Geest brengt steeds nieuwe gelovigen aan. Geen vervolging kan de Kerk klein krijgen. De Apostelen preken en getuigen. De oogsten staan wit en de maaiers volgen de zaaiers.

De Evangelies steken daar tegen af. Eerst overtuigen de engelen de vrouwen en dan proberen die de Apostelen te overtuigen. Tenslotte verschijnt Jezus zelf. Langzaam komt de kleine groep van vrouwen en Apostelen en leerlingen wakker. Langzaam dringt de waarheid tot hen door. Langzaam laten ze zich overtuigen. Langzaam komen ze tot inzicht. Langzaam herinneren ze zich de woorden van Jezus. Hij had voorzegd dat Hij zou verrijzen 'op de derde dag'.

Langzaam vooral dringt de betekenis door van wat eigenlijk gebeurd is, van wat met Jezus gebeurd is en van wat met henzelf gebeurd is. Langzaam gaan hun ogen open voor wat God hen wil zeggen, voor Gods laatste openbaring. Wat is er met hen gebeurd en wat heeft God hier geopenbaard?

Het antwoord ligt in de boeken van strijd en glorie. Daar leeft iets. Daar leeft Iemand. Hij is gekleed met goud en in wit linnen. Hij is hiermee getekend als Hij die eeuwig blijft, die de dood heeft overwonnen. Dat betekenen het onvergankelijke goud en het zuivere linnen. Hij verschijnt tussen de ‘‘zeven gouden luchters''. Die stonden in het heiligdom van de woestijn en later in de tempel van Jeruzalem. Ze waren er teken van Gods aanwezigheid. God had zijn Naam bekend gemaakt: Ik was er, Ik ben er, Ik zal er altijd zijn. Ik ben boven alle tijden en toch u nabij. Diezelfde levende God is in Jezus, die in het visioen van Johannes zegt: 'Vrees niet, Ik ben er, Ik was er altijd, want Ik ben de Eerste, Ik zal er altijd zijn, want Ik ben de Laatste''. En Hij voegt eraan toe: 'Ik ben de Levende, Ik leef in de eeuwen der eeuwen'. Het is voortaan in de verrezen Christus dat God onder ons leeft.

Rond Hem leeft een gemeenschap. Ze komt bijeen 'in de Zuilengang van Salomo'. Dat is de buitenste portiek van de tempel. De tempel zelf zal voor de leden zijn betekenis verliezen. Jezus, de Verrezene is de nieuwe tempel. Van de wereld zijn ze ook niet meer. 'Mannen zowel als vrouwen' sluiten zich aan. Ze zijn niet meer gescheiden zoals in de oude tempel. De wereld die vervalt, die ziek is, wordt door Petrus genezen. Zijn schaduw is voldoende want zij is het teken dat het licht van de Verrezene op hem valt. Toch is er een drempelvrees om zich bij de nieuwe groep aan te sluiten. 'Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen,' schrijft Lucas in de Handelingen. Schrik voor de Joodse overheden en voor Gods heilige aanwezigheid in de groep weerhoudt hen. Ze durven de nieuwe tempel niet betreden, tot de Christus niet naderen, zich bij de heilige Kerk niet aansluiten, in Jezus niet geloven.

Ze hebben schrik voor het Joodse establishment. Zo hadden de Atheners schrik bij het horen van de prediking van Paulus. 'Alle Atheners en de vreemdelingen die in hun stad woonden, verdreven het liefst hun tijd met het vertellen en het aanhoren van de laatste nieuwtjes'. Zo heeft de moderne mens schrik om zich in het avontuur met de Verrezene te wagen. Hij luistert iedere dag naar het nieuws, of hij is zo knap of zo wreed dat hij voor nieuws zorgt, of hij snijdt het nieuws de publieke opinie voor, maar het grote nieuws over de Verrezene durft hij niet, wil hij niet, kan hij niet aan. Hij legt de vinger niet op de wonden van de Verrezene en niet op zijn eigen wonden. Wie dat wel doet, vindt het Leven in Jezus. Dat is het wat God op Pasen openbaart.