De gelovige Thomas

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De apostel Thomas is misschien wel de apostel die het dichtst bij de gelovigen van onze tijd staat. Thomas is blijkbaar een kritisch, maar reëeldenkend mens. Wanneer Jezus bij het laatste avondmaal tot zijn apostelen zegt dat Hij hun voor wil gaan naar de Vader om hun een woning te bereiden, wil Thomas toch wel meer uitleg daarover. Thomas denkt nuchter. Is hij daarom een ongelovige?

Thomas heeft ook een zwaarmoedig karakter. Hij maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Hij denkt na, onderzoekt, komt gemakkelijk tot moedeloosheid. Als Jezus terug wil gaan naar Jeruzalem, waar de Joden Hem willen stenigen, verzetten de apostelen zich daartegen. Maar Thomas zegt: 'Kom, laten we gaan om met Hem te sterven', Hij weet niet precies wat hun te wachten staat, maar zijn trouw hart weet dat hij, in goede en in kwade dagen, onafscheidelijk met Jezus verbonden is.

Ook na Pasen heeft Thomas het moeilijker dan de anderen. Hij trekt zich terug uit de groep. Hij wil eerst met zichzelf in het reine komen. Zo komt het dat hij er niet is als de verrezen Heer op Paasdag aan de groep verschijnt. Als ze hem, boordevol van vreugde begroeten met: wij hebben de Heer gezien, voelt hij zich een buitenstaander. Ja, Thomas had de Heer ook gezien - dag en nacht - sinds Hij eenzaam op het kruis was gestorven. Zijn ver-scheurd lichaam, zijn doorboorde handen en voeten, zijn geopende zijde blijven hem bij. Mét Jezus was al zijn hoop begraven. Het ongeloof van Thomas kwam voort uit zijn grenzeloze liefde voor de Heer. Dat wil niet zeggen dat zijn liefde vrij was van eigenzinnigheid, integendeel!

In onze dagen zijn er ook veel gelovigen, die altijd kinderlijk geloofd en vertrouwd hebben en die dan plotseling in een geloofscrisis geraken. Zij die Jezus liefhebben en Hem kennen, moeten er wel bijzonder onder lijden, wanneer ze verzinken in de diepe afgrond van twijfel en ongeloof. Mensen die blij geloofd hebben en dan ineens geconfronteerd worden met een sterfgeval of een ernstige ziekte, mensen die hun kinderen gelovig opgevoed hebben en dan ineens moeten meemaken dat diezelfde kinderen het geloof opgeven: zij stellen zich zoveel vragen naar het waarom van dat alles. Een vrouw die door kanker getroffen was, klaagde: 'Ik zou graag zingen en ik kan niets dan jammeren!' Waarom laat de Heer de mensen in zulke nood komen? Waarom liet de Heer de apostel Thomas acht dagen op zijn hulp wachten?

Laten we met die vragen bij Thomas in de leer gaan. Thomas had één fout begaan. Hij was in zijn eisen te ver gegaan. Hij stelt aan het geloof voorwaarden: zien en dan pas geloven. Maar wie dat vraagt, geeft in wezen zijn geloof op. Geloof is vertrouwen, is de liefde gelijk geven, ook tegen alles in. Daartoe roept Jezus Thomas op, als Hij zegt: 'Steek uw hand in mijn zijde'. Van Thomas wordt verwacht dat hij bereid is Jezus te erkennen als de gekrui-sigde Heer. Dit is een genade die de verrezen Heer alleen kan schenken. Eigenlijk houdt ons geloof vaak op, waar het eigenlijk pas moet beginnen. Het geloof steunt niet op de dingen die wij zien, maar op God, die wij niet zien.

Thomas ging eenzaam de weg van het geloof. Maar hij komt tot de getuigenis in zijn belijdenis: 'Mijn Heer en mijn God'. Er staat niet in het evangelie dat Thomas zijn vinger of zijn hand heeft uitgestoken... Aan de bewijzen heeft hij verzaakt toen hij door de liefde voor zijn Heer overmeesterd werd. Ook wij bestaan nog veel te veel op tekenen en wonderen. Het geloof kan alleen uitmonden in de belijdenis: 'Mijn Heer en mijn God'.

Zalig zijt ge, als ge niet ziet en toch gelooft! Dat is de boodschap van vandaag voor alle Thomaszielen. Als wij ons in onze nood, in de ergernis aan de dingen en de mensen, durven toevertrouwen aan God, zullen wij ervaren dat ook die ergernis een bron van vrede kan worden. Ze kan ons voeren tot de diepste vorm van het geloof, waar wij niet meer steunen op de vertroostingen van God maar op de God van alle vertroostingen.