De Thomas-test

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Ook dit verrijzenisverhaal is een herkenningsverhaal. Het herkennen van hem is iets waarmee ze in alle verrijzenisverhalen moeite hebben. Hoe weetje nu echt dat het Jezus is die ie daar te midden van je groep ziet? Zelfs als ze hem ineens herkennen, wat ze niet steeds doen, is er twijfel. Een twijfel die ze soms wat onhandig probeerden op te bossen door hem een stuk vis te laten eten, om te zien waar dat bleef als hij het at. Tomas was er niet bij. Die krijgt het verhaal later te horen. Voor Tomas is wat de anderen hem vertelden over zijn vredesgroet, over hun beademd worden door hem, over het vergeven zijn en over het samen eten van wat gebakken vis met hem, niet voldoende.

Tomas hanteert een andere norm. Hij denkt aan een andere test. Hij wil de tekens in zijn handen zien, en de wond in zijn zijde. Hij wil de directe evidentie dat hij degene was die in deze wereld werkte, leed en stierf aan het brengen van het koninkrijk van God. Daar ging het om. ‘Zolang ik in zijn handen niet het teken van de spijkers zie, en mijn vinger in de plaats van die spijkers kan steken, en mijn hand in zijn zijde kan leggen, zal ik zeker niet geloven.'

Acht dagen later waren ze weer bijeen. Dit keer was Tomas er wel bij. Jezus nep Tomas en zei: ‘Kom hier met je vinger, en bekijk mijn handen. Steek je hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.' Zelfs voordat hij die wonden met de handen raakte geloofde Tomas al, dat het Jezus was die voor hem stond. De verschijning was geslaagd. Tomas had gelijk. Je kunt Jezus en zijn geest alleen maar herkennen aan harde feiten, aan de wonden en het eelt, aan de littekens en het hartzeer, opgelopen bij het realiseren van Gods rijk hier op aarde.

Die Tomastest geldt niet alleen voor Jezus. Die test geldt ook voor de gemeenschap die hij achterliet, ze geldt voor iedere volgeling van Jezus, ze geldt voor ieder mens. En daar wortelde Tomas' twijfel en ongeloof. Hij wordt vaak de ongelovige Tomas genoemd en hij staat model voor de ongelovige. Soms wordt zelfs gezegd dat hij het type is van de moderne ongelovige. Als dat waar is, dan loont het de moeite om na te gaan waar Tomas precies aan twijfelde, en waarom hij dat deed.

Tomas zei dat hij niet geloofde dat de anderen Jezus gezien hadden. Meestal verwijten we hem dat hij niet in Jezus geloofde, dat hij aan Jezus twijfelde. Dat is niet juist. Tomas geloofde wel in Jezus. Op het ogenblik dat hij Jezus en diens wonden zag, was er geen spoor van twijfel over in hem. Hij sprak de duidelijkst mogelijke geloofsbelijdenis uit, toen hij riep: ‘Mijn Heer en mijn God'.

Tomas geloofde niet dat die anderen hem gezien hadden. Waarom zou hij daaraan getwijfeld hebben? Was het wellicht omdat hij niet kon geloven dat die anderen zo rustig in hun zaaltje hadden kunnen blijven zitten, als ze hem werkelijk gezien hadden? Zou het niet normaler geweest zijn dat ze er onmiddellijk op uit getrokken zouden zijn? Zou het hun hele leven niet terstond veranderd hebben? En wellicht raken we hier de diepste grond van het ongeloof in de wereld rond ons. Het is niet zo moeilijk om in Jezus te geloven. Zelfs van Karl Marx wordt gezegd dat hij dat deed. Maar het is heel moeilijk om van zijn volgelingen te geloven dat ze in hem geloven. Als we hem werkelijk gezien hadden, dan zouden we toch helemaal anders leven. Zijn zij die in hem geloven werkelijk anders dan zij die dat niet doen?

Er is een verhaal dat in verschillende variaties steeds weer verteld wordt door missionarissen en zendelingen. Het verhaal van de oude Afrikaan of de wijze Indiaan die zegt: ‘Als wat jullie zeggen over Jezus waar is, hoe kan het dan dat jullie zo lang gewacht hebben voor jullie het ons kwamen vertellen?'

Ieder die zich christen noemt, komt op zijn weg de ongelovige Tomas tegen. De ongelovige Thomassen, die ons testen en ons vragen om onze handen te laten zien. En als daar de littekens van onze strijd voor gerechtigheid en vrede niet in staan, dan zullen ze niet in ons geloven, maar eigenlijk wel in hem Want ze verwachten van ons dat wij zouden zijn zoals zij zich hem voorstellen, als iemand die zich in Gods naam inzet voor vrede en gerechtigheid.