weet je wat je weet (2010)


Door de groei van technische mogelijkheden zijn we in staat om veel over onze situatie en onze toekomst te weten. Een vrouw die in het verleden een kind verwachtte, wist niet of het een jongen of meisje was, een gezond kind of een ziek kind. Dit niet weten hoorde bij het leven. Door de echografie wordt op al deze vragen aan de vrouw in verwachting een antwoord gegeven. Het woord 'verwachting' is nu omgezet in het woord 'zeker weten'. Dit kan ouders ook voor problemen plaatsen omdat men van alles weet. Het gevoel voor het wonder van het leven treedt op de achtergrond. En de drang om de regie van het leven in eigen hand te nemen neemt toe. Zo kan de vraag niet meer uit de weg gegaan worden: wat doe ik wanneer ik weet dat een kind ernstige afwijkingen heeft. Is het zinvol om dit kind geboren te laten worden. Er moet gekozen worden. Wanneer wij 'de ander' aanvaarden, ongeacht hoe die ander is', kiezen wij voor het leven. Wanneer wij dit kwetsbare leven niet kunnen aanvaarden, kiezen wij voor de dood. Toch merk je dat mensen die het gekwetste en onvolmaakte leven aanvaarden heel gelukkig hiermee kunnen zijn omdat ze op niet rationeel, maar emotioneel de waarde van het leven gaan invullen. Hoeveel ouders beleven naast zorgen ook veel vreugde aan hun gehandicapte kind. Voor buitenstaanders soms niet te begrijpen, maar voor de mensen die het aangaat heel goed te begrijpen. Weten wat het leven biedt kan ons soms ook verhinderen om nog echt te kunnen leven. Het wordt vaak een blokkade om ons leven te leggen in Gods hand.

Ook Thomas, een van de leerlingen van Jezus, had hiermee te maken. Hij wist dat Jezus dood was en dat je van iemand die dood is, niets meer kunt verwachten. Wat hij zich van het leven met Jezus had voorgesteld, was helemaal weg. Hij leefde slechts met het beeld van de gestorven Jezus, bij wie de wonden aan handen, hoofd, voeten en zijde goed zichtbaar waren. Nu wilde hij de regie van zijn leven in eigen hand nemen. De anderen leerlingen hadden reeds een ander beeld van Jezus toen Hij aan hun verschenen was. Zij hadden zij zich reeds kunnen toevertrouwen aan het nieuwe Leven en daardoor waren zij blij gestemd. Zij hadden de verrezen Heer gezien. Hij had hun vrede toegewenst. Zij hadden nu een andere Jezus in gedachte. Niet langer was Hij de gestorven, maar de door God uit de dood opgewekte Heer. Hun weten dag door hun geloof een andere richting gekregen. Met wat ze eerst wisten konden zij niet verder. Met wat ze nu wisten was dat wel het geval. Zij geloofden voortaan in de verrezen Heer. Dit was het grote verschil tussen Thomas en hun. Hij wist alleen dat Jezus dood was. Hij zag Hem nog steeds als de gewonde en gestorven Heer. "Laat mij zijn wonden aanraken", was zijn wens om daarmee zijn ongeloof te bevestigen. De grootste wond was aanwezig in het leven van Thomas: zijn teleurstelling en ongeloof. Het was een pijn waar hij ook niet los van kon komen. Toch is het vreemd dat, wanneer Jezus ook aan Thomas verschijnt, het aanraken van de wonden opeens onbelangrijk wordt. Als de verrezen Heer ook hem de volgende keer aanspreekt, vindt hij genezing voor zijn pijn. In zijn leven is voortaan het nieuwe weten binnen getreden. Het aanvaarden dat je nooit alles weet en dat het leven vol wonderlijke gebeurtenissen bestaat.

Mensen die de Kerk de rug hebben toegekeerd, hebben veel gelijkenis met Thomas. Ze zeggen te weten hoe er aan nu nog aan toe gaat in de Kerk, zelfs al zijn ze er twintig of dertig jaar, niet meer mee aanraking geweest. Er worden nog steeds dezelfde verhalen verteld. Bij de geboden en verboden is niets veranderd, evenals de gebruiken. Zij hebben de regie van hun leven in eigen hand genomen. En het geloof in de Kerk verloren. De wond die ze hebben opgelopen blijven zij koesteren. Omdat zij alles zo goed weten hebben zij zich, jammer genoeg, gemist wat de christengemeenschap aan groei en ontwikkeling heeft doorgemaakt. Totdat zij. na vele jaren, misschien weer met de Kerk in aanraking komen, en de verrezen Heer weer tegen komen. Vaak worden zij hiertoe gebracht door mensen uit hun eigen omgeving: kinderen, vrienden of bekenden. Als zij hun wonden van onverschilligheid, gekwetstheid, teleurstelling en ongeloof van zich afschudden, krijgt de verrezen Heer weer ruimte om in hun leven te verschijnen. Niet voor niets kreeg de tweede zondag na Pasen de benaming mee: zondag van de goddelijke barmhartigheid. Jezus pint ons niet vast op ons verleden, maar geeft ons voortdurend kansen om ons opnieuw toe te vertrouwen aan Hem. Daarmee geeft Hij een nieuwe wending geeft aan ons bestaan.