2e zondag in de paastijd C - 2007

Raar toch hoe een verhaal kan lopen, hoe het leven kan lopen. Vorige week was het nog opendeurdag in het graf van Jezus, nu, enkele verzen later zitten de leerlingen bijeen achter gesloten deuren. Is de verrijzenis dan een doodgeboren kind? Is de zon van de verrijzenis verdwenen achter een mistgordijn van twijfel of achter de donderwolken van angst voor repressie? God heeft de steen weggerold, enkele van de leerlingen hebben gezien en kwamen tot geloof. "Hij is verrezen", maar wat doe je daar nou mee? Als ze dit uitbrengen, dan zijn ze zeker loslopend wild. En opnieuw komt het initiatief van Godswege: Jezus komt in hun midden staan. Hij wenst hen vrede toe. Die arme schaapjes zonder herder, worden vrede gewenst. Over die vrede is al veel geschreven, maar ik denk dat ik niet lieg als ik zeg dat echte vrede in het hart begint, in een hart dat te-vrede-n is. In zo'n hart is er geen ruimte voor haat, voor angst, neen, wie leeft vanuit een tevredenheid kan veel aan. Die tevredenheid, daar kan je maar gedeeltelijk zelf voor zorgen, het komt vooral van anderen, van de Andere. Zij zijn het die je zo'n basisvertrouwen kunnen geven dat je mag leven vanuit een innerlijke vrede. Jezus zegt hier tot Zijn leerlingen en ook tot ons: Ik mag je namens God die innerlijke vrede toewensen. Pas wanneer je die innerlijke vrede gevonden hebt, kan je uitgezonden worden om te getuigen van de Blijde Boodschap. Maar dan nog wordt het een moeilijke klus, maar zoals God in de beginne de mens levensadem inblies, zo ontvangen de leerlingen nu Gods Geest om hun taak aan te kunnen. En zij die deze Blijde Boodschap aanvaarden krijgen het goede nieuws dat hun zonden vergeven zijn.

En dan dat befaamde stukje over Thomas. Het geloof van de andere leerlingen lijkt in onze gedachten groter te zijn dan dat van Thomas. En toch, hadden ook zij niet een tweede teken nodig om geest-driftig de Blijde Boodschap te durven verkondigen? Toch wordt alleen Thomas gezien als de ongelovige leerling. Diezelfde Thomas, de leerling die vond dat ze als leerlingen maar moesten meelijden tot het einde: "laten wij ook maar gaan, dan kunnen we samen met Hem sterven" (Joh. 11, 16). Is dit geen schoolvoorbeeld van geloof: zo in iemand geloven dat je Hem wilt volgen, waar dan ook? Het is deze Thomas die maar niet kan geloven dat de Heer verschenen is aan de andere leerlingen. Wij, de tweelingbroer of tweelingzus van Thomas begrijpen maar al te goed dat Hij wil verifi