Beloken Pasen C 2007

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
In ons klooster in Haastrecht woont een oudere pater die er bij ons om bekend staat dat hij altijd de deuren die open of op een kier staan dicht doet. Hij komt duidelijk uit een tijd dat elke open deur gezien werd als verspilling en er nog geen aandacht was voor ventilatie en luchtcirculatie. Natuurlijk, er zijn deuren die beter meestal dicht kunnen zijn: de deuren naar buiten toe bijv., zodat de huiselijke warmte binnen blijft en ongewenste gasten buiten blijven. En in zo'n groot gebouw moeten ook bepaalde tussendeuren meestal dicht blijven als er niemand door hoeft. Maar er zijn ook deuren die beter doorgaans open of tenminste op een kier kunnen blijven staan: zo waait er wat frisse lucht door de gangen en worden vocht en onaangename geuren verdreven. Er is bij ons ook een aantal paters die de deur van hun eigen kamer altijd op een kier heeft staan: als een teken dat ze er zijn en dat je welkom bent.

         In het evangelie houden de leerlingen de deuren liever dicht: "uit angst voor de joden" [Joh 20,19], uit angst voor ‘de grote, boze buitenwereld'. Na de gewelddadige dood van Jezus en Zijn vermeende opstanding [Lk 24,11v etc.] zoeken ze elkaar op. Ze willen elkaar vasthouden in de onzekere tijden, elkaar troosten, elkaars geloof sterken. Omdat ze zich bedreigd voelen [cf. Ps 118,10], sluiten zij zich af van hun omgeving: deuren en ramen blijven dicht en op slot. Jezus echter laat Zich niet tegenhouden door zo'n menselijke blokkade. Hij breekt er doorheen [cf. Ex 15,7]. Immers, de gemeenschap van leerlingen die Hij samengebracht heeft, is niet bedoeld om een sekte te worden. Jezus heeft tijdens Zijn aardse leven duidelijk laten zien dat Hij een open gemeenschap wil, waarbij je geloof in Hem bepalend is en niet je afkomst, je intelligentie, je rijkdom, sociale status, sexuele oriëntatie of nog iets anders.  Dit is het beeld van de Kerk dat door het evangelie van vandaag ons weer helder voor ogen komt te staan: we zijn bedoeld en geroepen om een open gemeenschap te zijn, wier deuren en ramen niet potdicht zitten, maar geopend zijn. Zo kan het licht van de zon [Mal 3,20. Lk 1,78v], het licht van Christus dat we met de Paaswake hebben binnengedragen, ook binnenschijnen. Zo zullen we als een open gemeenschap dat licht ook zichtbaar uitstralen [Js 46,6. 49,6. Lk 2,32]. De Z. Paus Johannes XXIII heeft de ramen al opengezet en Paus Johannes Paulus II heeft het willen voortzetten: een voortdurende dialoog met andere godsdiensten en met de verschillende wetenschappen, met kunstenaars en dichters; betrokken en actief zijn in quaesties van gerechtigheid, oorlog en vrede, armoede en onderdrukking, vluchtelingen, handel, de gelijkwaardigheid van mensen - op wereldniveau, maar ook locaal, in je eigen woonplaats.

Tegelijkertijd zien we echter bewegingen in onze Kerk die van een andere houding getuigen. Aan enthousiasme voor Jezus en Zijn evangelie ontbreekt het hun niet. Het lied van Mozes in de Eertse lezing, dat JHWH de Allerhoogste is, zou zó hun lied kunnen zijn. Maar daarin schuilt dus tegelijkertijd een probleem. Want terwijl in het lied in Exodus 15 God Zelf voortdurend Degene is Die het initiatief neemt, Die het oordeel velt en de kwade machten breekt, wordt die rol in de praktijk al gauw overgenomen door degenen die in God geloven. Zo ontstaan er o.a. discussies over wie erbij mag horen (en wie de kwade machten zijn). Op zich zijn zulke discussies helemaal niet zo vreemd of verkeerd. Maar wel als het uitgangspunt is: "Wie mag er niet in?" i.p.v. "Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen erbij kunnen horen [immers: 1Tm 2,4], zich thuis kunnen voelen in de geloofsgemeenschap van Jezus Christus?" Jezus kwam er N.B. zelfs nog apart een keer voor terug om de twijfelende Tomas erbij te houden! Het is tekenend voor heel Zijn optreden [cf. Lk 15,1-32].

Bovendien zien we in het evangelie van vandaag wat het criterium is voor zo'n discussie. Of je bij de Kerk hoort of niet, hangt af van je geloof. Zij heet immers "geloofs-gemeenschap". We zien dat allerhande zogenoemde zondaars juist dáár een plek vinden, omdat ze zich in hun gelovige zoeken erkend en als mens gewaardeerd weten. Niet hun gebrokenheid of gemaakte fouten tellen, maar hun wil om deel uit te maken van de groep van Jezus' leerlingen en vrienden; die goede wil wordt herkend als een waar teken van hun geloof. We zien dat steeds weer: tijdens Jezus' aardse leven en in de Handelingen van de Apostelen. Jezus zag de wil van Tomas om te geloven [Joh 20,25], waardeerde die en kwam hem tegemoet: zonder verwijten, zonder voorwaarden, zonder te oordelen. "Wees voortaan gelovig." [Joh 20,27] "Leef met Mij in een relatie van vertrouwen."

Met het oog op het bevrijdende verhaal van Exodus en in het licht van dit evangelie moeten er alarmbellen gaan rinkelen als de vraag gesteld wordt of iemand wel echt tot de Kerk behoort, zeker als diegene een toegewijde katholiek is. De lezingen vandaag roepen immers de geloofsgemeenschap als geheel en iedere gelovige individueel op tot een inclusieve spiritualiteit. D.w.z., de Kerk moet zich niet angstvallig afzetten tegen ‘de grote boze wereld', zich opsluiten in zichzelf en mensen uitsluiten die niet volledig aan haar ideaalbeeld kunnen voldoen (zoals Tomas bijv.). Vernieuwingsbewegingen en studiegroepen binnen een parochie dienen te blijven deelnemen aan de Eucharistie in het kerkgebouw samen met andere parochianen en worden aangespoord om zich óók in te zetten voor andere activiteiten binnen de parochie [cf. Joh 20,21]. En iedere persoon die gelooft of probeert te geloven is bedoeld en geroepen om hen die "anders" zijn dan jezelf tegemoet te treden met een open houding, buiten [Joh 10,16] en binnen [Joh 21,15-17] de geloofsgemeenschap. ls we onze deuren en ramen voor elkaar potdicht houden, komt de Levende, de verrezen Heer, er wel gewoon doorheen. Hij komt Zelf op ons toe en opent ons vandaag voor elkaar. We hoeven niet bang te zijn voor tocht, want de Geest van God zal een frisse wind door ons laten waaien [Joh 20,22 cf. Hnd 2,2]. We hoeven niet bang te zijn voor warmteverlies, want de vrede van de Heer en de liefde van welkome medemensen zal ons verwarmen. Mogen wij door samen ons geloof te vieren, groeien in deze open houding en elkaar van harte insluiten: in onze gemeenschap, in onze armen, in ons hart. Moge zo de vrede die Jezus ons vandaag toewenst [Joh 20,19.21.26] werkelijkheid worden in ons dagelijkse leven. Amen.