Een goed gesprek tussen Els en Thomas (2001)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ONGELOVIGE DARWIN

In het midden van de negentiende eeuw ontdekte Darwin dat het leven verklaard kon worden uit een blind toeval en de overwinning van de sterkste. Hij schetste een lijn die mensen met apen verbond. Toch was dit inzicht voor deze geniale bioloog geen reden om met God te breken. Toen echter zijn tienjarig dochter stierf kon hij in de religie geen troost vinden. Hij had intens van Annie gehouden. ‘O, wist zij maar’, verzuchtte Darwin, ‘hoe teder wij nu en altijd haar lieve, vrolijke gezicht zullen blijven beminnen. Gezegend zij ze.’
Het ontroert me dat Darwin geen persoonlijke God meer kan zien en toch zegt: ‘Gezegend zij ze.’ Het ontroert me dat Darwin de wreedheid van het lot ervaart en toch voor Annie heilige liefde voelt. Het ontroert me dat z’n ongeloof niet voortkomt uit wetenschap maar uit verdriet.

STEUN BIJ LOTGENOTEN

Wie een dierbare heeft verloren, is zelf aangetast. Zo treffen we de leerlingen van Jezus aan: opgesloten en bang voor de mensen. De wereld is vijandig. De Schepper zelf, hun bestaansgrond lijkt onbetrouwbaar. Ze zoeken steun in de groep.
Ouders hadden een kind verloren. Ze hadden zich aangesloten bij een groep lotgenoten. Ze vonden er voldoening. De vader bracht het onder woorden: ‘Gesprekken met andere ouders zijn moeilijk. Ze vragen hoe je je voelt. Dat doet pijn. Als ze niks vragen voel je je ook onbegrepen. Maar déze ouders hebben allemaal hetzelfde meegemaakt. Dat weet je ook als je zwijgt en praat over kinderen en Sinterklaas.’ De moeder vulde aan: ‘Ons dochtertje was erg ziek. Toen het dood was kreeg ik reacties als: dat is maar het beste voor haar. Dan kon ik wel schreeuwen. Die mensen begrepen niet hoe innig verbonden ik met mijn kindje was. Déze ouders begrijpen wèl hoe gelukkig je in alle ellende kunt zijn.’
De leerlingen zitten bij elkaar. Misschien bidden ze wat. Misschien kunnen ze niet meer bidden.

DAPPERE THOMAS

Ze zijn er niet allemaal. Thomas is er niet. Waar zou hij zijn? Is hij niet zo bang als de anderen? Is hij eerder klaar met de rouw? Had hij het zien aankomen?
In het evangelie komt Thomas drie keer voor. De eerste keer als Jezus naar zijn zieke vriend Lazarus wil gaan. De leerlingen willen hem tegenhouden. Wist hij dan niet meer dat hij de laatste keer bijna gestenigd was? Thomas roept uit: ‘Dan sterven we maar samen met hem.’ Dappere Thomas! Het mogelijk sterven van Jezus schrikt hem niet af. Integendeel, hij wil wel mee gaan. De tweede keer wil Thomas nog steeds mee. Jezus zegt: ‘Jullie weten waar ik heen ga’. ‘Nee hoor’, meldt Thomas. ‘Ik ken je bestemming niet, hoe zou ik de weg kennen?’ Thomas wil de levensweg van Jezus kennen. Hij wil zich ervan overtuigen dat het de gekruisigde is die leeft. Thomas gelooft dat er zelfs geluk en groei kan zijn waar mensen kampen met lijden en tegenslag.
Dat geloof van Thomas lijkt soms ver te zoeken. Het is alsof we alleen nog in vermaak, in ‘fun’, de vervulling van ons mens-zijn kunnen beleven.

GENADIGE DOOD

Neem bijvoorbeeld het actuele onderwerp euthanasie. Ik gun het mensen met een zwaar lijden dat ze daaruit -hoe dan ook- worden verlost. God wil het lijden niet. Ik heb vaak gezien dat het genadig is om iemand de dood te gunnen. Ik kan me wat voorstellen bij het besluit van de regering om de euthanasie onder voorwaarden niet strafrechtelijk te vervolgen. Maar het irriteert me mateloos dat bewindslieden arrogant en ‘woedend’ reageren als iemand op gevaren wijst.

OOG VOOR GEVAREN

Er kleven grote bezwaren aan een al te vanzelfsprekend en grootschalig aanbod van zelfdoding, denk ik. Ik heb menigeen gezien die van het leven hield maar doodsbang was anderen tot last te zijn. Zij voelden zich nu al door de publieke opinie verplicht om dood te gaan. Ministers kunnen verontwaardigd roepen wat ze willen, maar ik zag de afgelopen 20 jaar dat het een glijdende schaal is. Steeds vaker wordt ‘mensonwaardig’ genoemd wat afwijkt van een productief en gezellig leven. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse wetgever het goed voor heeft met de zieke. Ik vrees dat het maatschappelijk heel anders zal uitpakken. Ik zou wensen dat men hier serieus naar zou luisteren. Thomas zou eens een goed gesprek moeten hebben met Els.

BESCHERMING

De tegenstanders van Darwin hadden ongelijk. Er ís een lijn die ons verbindt met de apen. Maar vooraanstaande gelovigen hadden een heel ander bezwaar tegen Darwin’s wetten. Zij vreesden onder ogen te moeten zien dat de sterke moet winnen van de zwakkere. Zij vreesden een immorele samenleving. Enkele decennia later zagen zij in het nationaal socialisme inderdaad een ideologie die het zwakke uitroeit en zich door de natuur gelegitimeerd acht.

MAX ONTSNAPT

Lieve kinderen. Max had zijn vuisten gebald en iedereen woedend aangekeken. Toen draaide hij zich om en liep stampvoetend de trap op naar de badkamer. Hij had ruw het slot erop gedaan. Max was boos en verdrietig. Daarom sloot hij zich op. Hij wilde met niemand meer iets te maken hebben. Toen mamma aan de deur riep: “Max, doe onmiddellijk open!” had hij de w.c. doorgetrokken. Na tien minuten vond Max het wel genoeg. Zijn woede was gekoeld. Maar hoe kom je dan je gesloten kamertje uit? Zijn broertje zou hem uitlachen, zijn zusje zou zeggen: ‘Zie je wel.’ En pappa: ‘Ben je eindelijk afgekoeld?’ Hij kon er niet tegen. Als hij eens het raam uitklom en over een uurtje gewoon door de voordeur met een kilo aardappels thuis zou komen? Jezelf opsluiten is niet zo moeilijk, maar hoe kom je er uit? Misschien kon hij de kraan hard aanzetten en dan zachtjes het slot omdraaien. Max ging moedeloos op de rand van het bad zitten. Ineens hoorde hij de stem van pappa. ‘Lieve Max, mag ik even naar binnen. Even maar, ik moet naar een vergadering, ik moet mijn After Shave hebben. Wil je zo goed zijn even open te maken?’ Dit was zijn kans. ‘Lieve Max’ had pappa gezegd. Vooruit maar, bromde hij en opende de deur. ‘Ik was hier toch klaar.’ Opgewekt liep Max naar beneden. Om van je gesloten kamertje af te komen heb je iemand met lieve woordjes nodig!
'Vrede voor jullie' zei Jezus tegen de opgesloten vrienden en hij blies over hen.