Pasen (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Het wil nog maar geen voorjaar worden. De knoppen staan op springen, maar het wil nog niet echt. In mijn tuin staan wel een paar bloemen, maar de meeste tulpen en narcissen blijven nog binnen. Mij te koud! En wij denken er hetzelfde over.

 Het klimaat wat onze kerk betreft is ook erg kil. Oef! Wat een Veertigdagentijd hebben we gehad! Vele malen begon het achtuurjournaal met "ons", met onze kerk, in verband met het seksueel misbruik door priesters, paters, zusters en broeders én het toedekken van dat misbruik door de kerkleiding. Beerputten van heel onfris gedrag zijn opengegaan. En aan de kant van slachtoffers zijn zeeën van verdriet en ellende en zijn stormen van woede en frustratie zichtbaar geworden. Oef! Wat een Veertigdagentijd! Dat is tegelijk het enig goede dat we er van kunnen zeggen, van wat nu aan de oppervlakte is gekomen: Het paste precies in de tijd van het kerkelijk jaar. De Veertigdagentijd is immers een tijd van opnieuw naar jezelf en naar onszelf, óók als Kerk, kijken. De Veertigdagentijd ís een tijd van bekering, van reiniging en van orde op zaken stellen. Ja, die tsunami van ervaringen van kerkelijk seksueel kwam in díe zin precies "op tijd" - al heeft het natuurlijk veel te lang geduurd voordat er ruimte en gehoor was voor het verhaal van slachtoffers en hebben ze er in vele gevallen veel te lang mee moeten rondlopen - met alle gevolgen van dien.

 Het wil nog maar geen voorjaar worden en in de beleving van vele katholieken en anderen al helemaal niet in de Kerk. Met weemoed denken veel mensen wat dat betreft terug aan Johannes XXIII, aan de dikke paus aan het begin van de sixties, de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij wilde een "aggiornamento". Hij wilde de Kerk bij de tijd brengen en de tijd bij de Kerk. Lente in de Kerk. De ramen en deuren open. Laat het maar eens lekker doortochten. Geef de adem Gods, geef de Geest, die van Jezus, die "weldoende rondtrok en allen genas die in de macht van de duivel waren", gééf die Geest maar lekker vrij spel. De goede paus Johannes begon het Tweede Vaticaans Concilie. Maar al spoedig stierf hij en stierf in de beleving en beoordeling van velen mét hem ook de geest van het concilie. Lente in de Kerk maar er kwam nachtvorst en die nachtvorst houdt maar aan. Het wil nog maar geen voorjaar worden.

 Maar intussen is het dus wel Pasen. De Veertigdagentijd, de Vasten, is echt voorbij. "Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt" zeggen de mannen in de stralend witte kleren tegen de vrouwen die 's morgens heel vroeg naar het graf gekomen zijn. Het is Pasen. Maar durven we het nog wel te vieren? En durven we nog Kerk te zijn? Willen we er nog wel bij horen? Wint onze schaamte, teleurstelling en boosheid het niet van ons vertrouwen, van ons geloof, van onze hoop? De vrouwen "wisten niet wat ze ervan moesten denken", van het lege graf. En wij kunnen precies zó érg in dubio zijn.

 Als de vrouwen hun verhaal doen is dat "onzin" in de ogen van de apostelen. Ze geloofden hen niet. En wij kunnen ons dat ongeloof denk ik goed voorstellen.

Petrus "holde", zo staat er, echter tóch naar het graf. Ach ja, Petrus, de eerste paus. Een beetje een brokkenpiloot is hij, een struikelende, héél feilbare figuur. In die zin kan paus Benedictus XVI zich wél aan hem spiegelen zo dunkt mij. Ook op hem valt veel aan te merken. En dat gebeurt dan ook. In de media, op straat en ook binnen de kerk krijgt hij dezer dagen voortdurend onder uit de zak. Arme paus. De hele wereld, of in elk geval óns deel ervan, valt over hem heen.

 Maar ik moet zeggen: op Goede Vrijdag werd ik wél door hem geraakt. De paus nam deel, in Rome, bij het Colloseum, de grote arena waar in de oudheid ook christenen gemarteld zijn; de paus nam er deel aan de kruisweg. Ook hij tilde er het kruis op. En hij zei: "Ons falen, onze desillusies, onze verbittering die het signaal van de totale ineenstorting lijken, worden verlicht door de hoop." Volgens de paus is dát de essentie van Pasen. Ik vind dat goed gezegd. De krant[1] citeerde een Mexicaanse student, Juan Paolo Hernandez. Die was er bij en hij zei: "Het is indrukwekkend hoe hij na alle aanvallen de rust bewaart en de ogen op God richt." Ik moet zeggen veelgeliefden: dat herken ik van de paus. Inderdaad, dat doet hij, zo is ook mijn indruk. De paus, Petrus, bewaart de rust en richt zijn ogen op God.

 Maar wat is dat? En hoe doe je dat, je ogen op God richten? Ik denk, onze tweede lezing op deze Eerste Paasdag, uit de brief aan de Kolossenzen, brengt dat onder woorden: "Als u met Christus ten leven bent gewekt, zoek dan (...) wat boven is. (...) Zet uw zinnen op wat boven is, niet op het aardse. U bent immers gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God." Als mens je uitgangspunt, je oriëntatiepunt en het punt waarnaar je streeft niet binnen de zichtbare en tastbare werkelijkheid zoeken, maar het vinden, dat punt, in een ándere werkelijkheid, áchter de horizon van deze wereld: "daar waar Christus zetelt aan de rechterhand van God" om met de Kolossenzenbrief te spreken. De inhoud van Jezus' leven, wie Hij was, Zijn werkelijkheid, het, díe, is onaantastbaar. En het, nee Híj, is voorgoed in veiligheid gebracht, geborgen bij en in God. Niemand kan daar aankomen en er iets aan afdoen. Jezus is en blijft een levende werkelijkheid. Je kunt je nog altijd voor Hem openstellen. Je kunt je door Hem nog altijd laten raken. Wie het vatten kan die vatte het.

 Of ben ik aan het luchtfietsen mensen? Spreek ik abstracte taal waar u helemaal niets mee kunt? Dat kan zijn. Want hoewel Jezus' werkelijkheid nog altijd een concrete is, kun je die toch niet vastpakken. Mensen kúnnen er echter wél door gepakt wórden. Mensen kunnen wel door Hém, door Jezus, door Zijn Vader, door hun beider Geest gepákt worden. Vorig jaar op vaderdag was Steven Hendrik hier voor het eerst in de kerk. Hij heeft mij toestemming gegeven om aan u te vertellen dat hij het toen moeilijk had. Hij liep bij de Jellinek, hier in de straat. Een soort laatste kans. Die pakte hij. En die pakte hij óók hier in de kerk. Hij is hier in het afgelopen jaar echt een trouwe kerkganger geworden. En vandaag wordt hij in ons midden gedoopt; wordt hij opgenomen in Christus' Lichaam dat de Kerk ondanks alle ellende toch ook ís en blijft. In de afgelopen Paasnacht hadden we in de andere kerk al zes volwassen dopelingen, waaronder twee van hier. Steven wilde graag hier en nu gedoopt worden. En wij zijn hem er dankbaar voor. Want zo wordt zichtbaar dat Hij, dat Christus tot leven is gewekt en Steven mét Hem. Veelgeliefden, moge het met ons allen en met onze kerk evenzo gebeuren. Het wil nog maar geen voorjaar worden, maar het is wel Pasen - al dringt het tot de vrouwen bij het lege graf, tot de apostelen, Petrus voorop, en ook tot ons misschien nog maar nauwelijks door. Het echte geloof dat Hij, dat Jezus is opgestaan, dat moet misschien nog komen. Van harte wens ik u toe dat u zich er aan over wilt en kunt geven. Van harte wens ik u een Zálig Pasen. Amen. Alleluia. Christus is verrezen. Hij is waarlijk verrezen. Alleluia. Praise the Lord.