Pasen C (2010)

 

"Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt", woorden uit psalm 118, de slagzin voor Pasen. De officiële openingszang voor deze dag luidt: "Verrezen ben ik, en nog altijd ben ik bij u: Gij hebt uw hand op mij doen rusten," uit psalm 138. Beide teksten zijn geschreven eeuwen voordat iemand dacht aan opstanding of verrijzenis uit het graf. Zij zijn het thema geworden voor de dag dat we de opstanding uit het graf van Jezus vieren.
Opstaan uit het graf. De dood overwinnen. Kan dat dan? Mensen kunnen opzien tegen de dood, zich verzoenen met de dood, ja zelfs de eigen dood zoeken als wapen en daarmee dood en verderf zaaien, zoals maandagmorgen weer gedaan is in de ondergrondse van Moskou. En zij die de zelfmoordaanslagen plegen worden geëerd als helden en heldinnen die vijanden een vernederende slag hebben toegebracht, niet om de dood te overwinnen maar juist om hem zijn werk te laten doen.
Volgens ons geloof heeft Jezus zijn dood in gehoorzaamheid op zich genomen, juist om de dood zelf te vernietigen. Terwijl hij voor onze zonden gedood is, heeft hij daarmee de dood, het gevolg van onze zonden, overwonnen. En daarmee blijft hij in het sacrament van brood en wijn levend onder ons tegenwoordig, is ons voedsel tot leven en heeft onze dood gereduceerd tot iets voorlopigs.
Dit zijn woorden en gedachten die passen bij een feest als Pasen.
Voor hoeveel mensen hebben zij nog die gloedvolle betekenis van weleer?.
Als we lezen over het doen en laten van de eerste volgelingen van Jezus, die zijn Weg gingen, dan valt het op hoezeer zij aandacht hadden voor elkaar: Op zondag, de dag des Heren, kwamen ze bij elkaar om samen Jezus te gedenken bij eten  en drinken, zo kregen ze er oog voor hoe het iedereen in hun gemeenschap verging, zij hielpen wie in nood was, zij hadden zorg voor zieken, indien nodig, deelden zij hun bezittingen met elkaar. Voor die tijd was dat een volslagen nieuwe manier van leven. Allemaal mantelzorg, nog voor het woord bestond. Geen grote woorden, geen directeuren, met oog voor normen en competenties en klanten. Wel een weefsel sterk genoeg om iemand in nood op te vangen en vast te houden wie zwak was. Zoveel wisten zij over Jezus dat hij hen inspireerde om te leven zoals hij het deed: samen, met medemensen zijn Weg gaan.
Het blijft een vraag of Verrijzenis en Opstanding in hun levenswijze even geladen woorden waren als in de apostolische geschriften.
In het evangelie van Johannes op Paasdag lezen we: "Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Zij liepen samen vlug voort, maar die andere leerling snelde Petrus vooruit en kwam het eerst bij het graf aan.
Johannes liet Petrus, de steenrots, voorgaan in het graf. Wat hij zag waren kledingstukken alsof hij in een kleedkamer kwam. Toen pas ging Johannes het graf binnen, en: "Hij zag en geloofde want ze hadden nog niet begrepen wat er geschreven stond, dat hij namelijk uit de doden moest opstaan." Alweer was die andere leerling, Johannes, de eerste!
Alsof het een wedstrijd was! Het was een wedstrijd: ieder van de vier evangelies pretendeerde het beeld van Jezus te schilderen. In dat perspectief is de Reformatie niet in 1517 begonnen maar al gauw na de dood van Jezus.
Talloze evangelisten hebben zo ieder hun kijk op Jezus voor hun kerk of bisdom op papier gezet, op lijnen door Paulus getrokken, in de overtuiging dat hun visie de beste of de enig juiste was. Uiteindelijk heeft Athanasius van Alexandrië in het midden van de vierde eeuw het aantal evangelies beperkt tot vier. Al de anderen moesten verbrand worden.
Verrijzenis en Opstanding uit de doden zijn begrippen die een overweldigend effect hebben: ze zijn te groot om ze in mijn leven een concrete plaats te geven. Ik hoor liever woorden als Barmhartigheid en Compassie. Het is een verademing en een vertroosting terug te kijken naar die eerste christenen: hoe zij de Weg van Jezus volgden: ‘Wat gij wilt dat anderen aan u doen, doe dat ook aan hen. Dat is de Wet en de Profeten."(Mt. 7, 12)