God was met hem (2010)

Wat brengt de verrijzenis teweeg?  Lucas geeft daarop een antwoord door het schrijven van 'De Handelingen van de apostelen', zijn tweede boek.  Hij draagt dit boek op aan dezelfde man, aan wie hij zijn evangelie heeft opgedragen.  Deze man heet Theofilus.  Theofilus is de naam van een romein en de naam voor elkeen die vriend van God mag zijn.  Lucas houdt van de term: 'godvrezend'.  Zo iemand was bv. Cornelius, een Romeinse officier.  Het is in zijn huis dat Petrus de preek houdt, die de liturgie ons op Pasen aanreikt.

 Lucas vertelt in de Handelingen hoe de apostelen de verrezene Heer hebben verkondigd.  Hij verklaart hoe vanuit dit geloof een christelijke gemeenschap is gevormd met joden en heidenen.  Lucas wil op het einde van de eerste eeuw stromingen verzoenen.  Lucas situeert zijn christenen in de hellenistische romeinse wereld en wijst op hun joodse banden.  Het is voor een gemeenschap van belang dat zij een geschiedenis heeft en er weet van heeft.  Als je een geschiedenis hebt, kan je er over vertellen.  Dit geeft aan een groep een gewicht en belang. 

In de paastijd leest de liturgie elke dag uit de Handelingen der apostelen, zowel op de weekdagen als op de zondagen.  In deze tijd van vijftig dagen brengen de Handelingen ons de jonge kerk nabij.  Ze nodigen meteen uit er zelf verder aan te schrijven.  Geloven gaat verder en de Handelingen van de christenen houden niet op.  Pasen heeft de leerlingen uit de ontmoediging weggerukt.  Met de kracht van de Geest die over hen kwam hebben ze geleefd zoals Jesus heeft voorgedaan.  Als Paas-en Pinksterenmensen hebben christenen geloofd dat Jezus redding brengt en dat hij de uiteindelijke rechter is. 

De lezing uit de Handelingen op deze Paasdag brengt ons in Caesarea, een Griekssprekende havenstad en garnizoenstad in het Noorden van het land.  Op Pinksteren zullen we met apostelen te Jeruzalem zijn op de plaats waar het aardse leven van Jezus eindigde en een nieuwe elan ontstaat.  Pasen en Pinksteren hebben tot vandaag bijgedragen tot grensoverschrijding. 

 De Handelingen maken de beloften van het derde evangelie waar.  Ze bevatten een aantal redevoeringen, die telkens willen aangeven wie Jezus was en is.  Deze tonen aan dat in hem de Schriften in vervulling gaan.  Petrus en Paulus zijn hoofdactoren in de Handelingen.  Zij houden daarin de meeste toespraken.  Lucas geeft daarvan geen stenografische neerslag, maar wijst telkens op de zending van Jezus, de Verrezene en op de missionaire opdracht voor zijn volgelingen.  Het is alsof Lucas met de Handelingen een apostolisch handboek wil aanreiken voor predikanten bij hun verkondiging (G.K. Barrett, Acts). 

De preek in het huis van Cornelius is een korte samenvatting van het christelijk geloof.  Hij gelijkt op onze 'schone belijdenis'.  We belijden dat God in Jezus aan het werk was en is.  Jezus ging weldoende rond.  Hij genas zieken.  Hij dijkte het kwaad in.  Hij was en is sterker dan de boze.  Petrus is daarvan een bevoorrechte getuige.  Dat heeft hij op ons voor. 

Jezus is gekruisigd.  Hij is verrezen.  Petrus beweert dat hij Jezus als de verrezene heeft ontmoet.  "Het gaat duidelijk om dezelfde Jezus, voor en na zijn verrijzenis, het is de gestorvene die is opgestaan.  Het is dezelfde Jezus die aan het kruis heeft gehangen die voor zijn apostelen staat.  Goede Vrijdag en Pasen horen samen en zijn niet te scheiden.  De verrijzenis is de overwinning op die concrete dood.  Goede Vrijdag is hopeloos zonder Pasen, maar  Pasen is ook niet te verstaan zonder de ernst van Goede Vrijdag.  Anders ware het kruis gewoon een ongelukkig moment - een accident de parcours - iets om zo vlug mogelijk te vergeten.  Maar Jezus' wonden mogen niet vergeten worden, al zijn ze verheerlijkt.  De Verrezene is geen loutere illusie, geen zinsbegoocheling, noch een geest die zich toont, een schim of een projectie.  Het is de verrezen Heer zelf in zijn volle verheerlijkte lichamelijkheid (Lc 24,41b-43).  Hij heeft een lichaam: Hij eet en drinkt met hen.  Wij 'die met Hem gegeten en gedronken hebben na zijn opstanding uit de doden' (Hnd. 10,41b).  Maar nu is Hij verheerlijkt: Hij gaat door deuren en wanden heen en komt binnen waar deuren en vensters gesloten blijven (cf Joh 20,26b)" (De schone belijdenis, 35-36). 

Het lukte Petrus in Caesarea gemakkelijker om over de verrijzenis te spreken dan voor Paulus op de Aereopaag.  Mensen trokken hun schouders op als hij in Athene over de verrijzenis sprak (Hnd.17,32).  Hoe kunnen we aan onze tijdgenoten laten aanvoelen dat Jezus als verrezene tot op vandaag werkzaam is?  De beste weg hiervoor is dat wij zelf een beetje - of heel veel - paasvreugde doorgeven aan anderen.  Het is even belangrijk dat wij openstaan voor de pijn die wordt geleden en behulpzaam zijn om te helen.  Hoe laten wij aanvoelen dat Jezus in kracht aanwezig is?  Dit doen we zeker niet als we de moed laten zakken en treurend naast het graf blijven zitten.  Petrus wees op de centrale plaats van Jezus.  Hij noemt hem de uiteindelijke rechter.  Zijn we op Jezus gericht?  Is hij onze maatstaf?  Hoe keren we ons tot hem?  Hij is de levende die bijdraagt tot vergeving.  Hij is redder.  Een vrouw dacht er even aan haar kindje de naam Jezus te geven.  Deze naam betekent; 'God redt'.  "Maar hoe legt ge dit uit?" vroeg ze dan.  Pasen drukt uit dat wij niet verloren zijn in het groot heelal.  Dat er altijd iemand is om zijn hand op onze schouder te leggen.  Jezus verzekert dat wij nooit van zijn liefde afgesneden zijn.  "Niet het snijden doet zo'n pijn, /maar het afgesneden zijn (M. Vasalis).  Als paasmensen geloven we dat Jezus opnieuw verbindt.