Hem volgen in zijn opstanding (2010)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden

 

* Jezus is opgestaan uit de dood. Na zijn verrijzenis is Hij door een wolk van getuigen gezien (1 Kor 15,5-8). Zijn dood en verrijzenis waren de inhoud van de oerverkondiging in de jonge kerk en blijven  tot vandaag het onvervreemdbaar kernstuk van ons geloof: "Als Christus niet verrezen is, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof zonder grond... Als Christus niet verrezen is, is uw geloof ijdel en zijt gij nog in uw zonden" (1 Kor 15,14.17). Jezus' opstanding was het grote nieuwe begin.

* Doch Jezus' verrijzenis treft niet louter zijn aparte persoon. In de paaswake hoorden we: "Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood (in het doopsel), dan moeten wij Hem volgen in zijn opstanding" (Rom 6,5). Hij stierf en is verrezen voor ons opdat ook wij in zijn verrijzenis zouden delen: "Christus is opgewekt uit de doden als eersteling van hen die ontslapen zijn" (1 Kor 15,20). "Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid" (Kol 3,4; tweede lezing Pasen). Jezus' verrijzenis tast heel ons wezen aan en de ganse kosmos.

 

1. Daarom is de verrijzenis hoogst actueel.

 

- Het is niet zomaar een feit ingekapseld in het verre verleden, een gebeurtenis die tweeduizend jaar terug zich heeft voorgedaan en zich dan weer heeft uitgewist. Christus' verrijzenis is nu, omdat Hij als verrezen Heer leeft in zijn Kerk, en haar met zijn aanwezigheid vervult, doordrenkt en leven doet. De Kerk is zijn lichaam. Hij had toch bij zijn afscheid gezegd: "Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug" (Joh 14,28). Aan zijn wederkomst in glorie op het einde der tijden gaat nog zijn tussentijds komen vooraf.  

- Daarom zei Hij eerder al: "Waar twee of drie in mijn naam samen zijn, ben Ik In hun midden" (Mt 18,20). Zo is Hij bij ons aanwezig in de verkondiging van het Woord. Hij is het die spreekt als wij zijn  Woord beluisteren. In elk sacrament is Hij het die werkt en genade geeft. Met Hem wordt de kleine of de volwassene bekleed wanneer hij of zij wordt gedoopt (Gal 3,27). De levende Heer is het die in de biecht door de mond van de priester vergiffenis schenkt. De grote invalspoort is de heilige eucharistie waarin Hij aanwezig komt met zijn verheerlijkt lichaam en bloed, als voedsel dat Leven geeft en ons vernieuwt. Uiteindelijk leeft Hij in ons zoals Paulus het uitriep: "Niet ik leef meer, maar Christus leeft in mij", en hij wilde alle weeën doorstaan tot Christus in de anderen gevormd was (Gal. 2,20; 4,19).

- Het Rijk Gods dat Jezus beloofde is Hijzelf. In de parabelen over het Rijk Gods, waarin Hij zich voorstelt als de gastheer of de uitnodigende koning, voelen we aan dat Hij toen sprak over de grote liefdesgemeenschap van de toekomst. Daarin zou Hij de onmisbare Leider, het hart en het bindteken zijn. In de verrijzenis komt de parabel van de wijnstok tot zijn volle betekenis: "Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft terwijl Ik blijf in hem, die draagt veel vrucht" (Joh 15,5). Het Rijk Gods is midden onder ons, maar onze ogen merken het niet aanstonds op (Lc 17,20-21). Waar Hij in het schenken van zijn Geest aanwezig is, ervaren we de dynamiek en de groeikracht van zijn Rijk. Als dit Rijk van liefde zo traag komt, is het omdat wij de Verrezen Christus niet centraal hebben gesteld.

 

2. Zijn verrijzenis mag ook onze toekomst zijn.

 

- Dit is het geloofsoptimisme van Paulus geweest: "Wij zullen voor altijd samen zijn met de Heer. Troost elkander dan met deze woorden" (1 Tess 4,17-18). Het Rijk Gods zal uiteindelijk de hemel zijn. De hemel is onze onvoorstelbare groepsdeelname aan Jezus' verrijzenis en verheerlijking: "Geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenverstand is opgekomen wat God bereid heeft voor wie Hem liefhebben" (1 Kor 2,9). Met verwondering gaan we vinden wat ons uiteindelijk nog ontbrak zonder dat we het goed beseften, en gaan we met vreugde ontdekken wat wij ten diepste hadden gemist, wat veel verder gaat dan we ooit hadden durven dromen of verlangen.

- Meer nog. We kennen goed het adagium van de heilige Kerkvader Irenaeus: "De glorie van God is de levende mens". Die geïsoleerde zin voert naar een horizontaal humanisme. Maar dan volgt: "En het leven van de mens is God te zien". Irenaeus behoorde indirect tot de school van Johannes die schreef: "We zullen gelijk zijn aan Hem omdat we Hem zullen zien zoals Hij is" (1 Joh 3,2). De zichtbare ontmoeting met Christus, het definitief binnentreden bij Hem zal een omvorming vergen. Het vuur van zijn liefde is een verterend vuur, feitelijk een transformerend vuur. Die vuurervaring zal verbranden wat de volkomen liefde nog verhindert. Zij zal het onstilbaar verlangen verwekken Hem steeds meer te mogen beminnen. Liefdepijn die overgaat in mateloze vrede. Het zal onze spijt zijn, in ons aardse leven niet genoeg bemind te hebben en niet genoeg vergeving te hebben geschonken. Dat zuiverend vuur is Hijzelf, het Licht, het begin van die ongehoorde zaligheid die geen einde kent..

- Daar zullen alle muren van haat worden gesloopt, daar zal alleen universele liefde het leven zijn.  Alles zullen we hebben losgelaten en gedeeld om alles te kunnen ontvangen. De Griekse Anastasis-icoon vertoont de opgestane Jezus omringd door bijbelse figuren, terwijl Hij de eerste mensen uit de krocht bevrijdt: zijn zgn. "nederdaling ter helle".  Zijn Pasen is bedoeld voor heel de mensheid, uit alle rassen en tijden. Mochten wij ooit aansluiten bij de grote schare, die niemand tellen kan, opgesteld voor de troon en het zegevierend Lam (Openb 7,9): Christus die lijden en dood overwonnen heeft tot heil van ons allen.  Zijn Pasen is reeds nu ons Pasen en mocht het ooit ook ons grote Pasen zijn.