Aan het slachtoffer

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Victimae paschali laudes immolent Christiani.
Agnus redemit oves:
Christus innocens Patri reconciliavit peccatores.
Mors et vita duello conflixere mirando:
dux vitae mortuus, regnat vivus.
Dic nobis, Maria, quid vidisti in via?
Sepulcrum Christi viventis, et gloriam vidi resurgentis:
Angelicos testes, sudarium, et vestes.
Surrexit Christus spes mea: praecedet suos in Galileam.
Scimus Christum surrexisse a mortuis vere:
tu nobis, victor Rex, miserere.

Aan het slachtoffer, het lam van Pesach,
komt het loflied toe van al wie zich christen noemen mag.
Dat lam nam op zich, heeft gedragen de last der kudde;
een bres geslagen in de muur van schuld die ons omsloot.
‘Vader, hier ben ik' - trouw tot de dood.
Dood en leven: het oergevecht uitgevochten en beslecht.
De levensgids gedood. Verloren?
Deze dode leeft als nooit tevoren.
‘Vertel maar, Maria, wat heb je onderweg gezien?'
‘Het graf van de Christus, hij is in leven,
zijn lichtglans zag ik, hij rijst rechtop.
Engelen gehoord, getuigen gesproken?
Zweetdoek en doodshemd lagen er nog.'
De zon is al op, het duister vliedt.
Als daglicht daagt de hoop. En zie:
hij gaat ons voor naar het Grensgebied.
‘Christus uit de doden opgestaan',
- gij, winnaar-koning, zie ons aan
waar wij tastend uw weg op gaan.

Het lam

Een lammetje brengt de lente in beeld: onstuitbaar leven, nieuw en gaaf. Het herinnert aan de oorsprong, en ruikt naar de toekomst. Het huppelt de vrijheid tegemoet met poten op de groei gemaakt. Het lam van Pesach zegt echter méér: het leven wordt telkens bedreigd, moet groeien tegen de verdrukking in. De dood passeerde ons rakelings; wij moesten haastig eten; ‘het was nog donker'. In het ‘Victimae paschali' staat letterlijk het offerdier voorop, het slachtoffer. Dit lied verheft de geringen, de mensenkinderen die moeten leven in de marge, en sterven vóór hun tijd. Wie het kleine eert, is de naam weerd van de Christus, het Lam.

Schuld

Met ‘schuld' kun je anderen om de oren slaan, isoleren en kleineren. Of je zegt juist: ‘Niemand heeft schuld', en laat alles bij het oude. Intussen draait de aarde met haar bewoners dol in zichzelf; we gaan van kwaad tot erger, lopen muurvast. Hoe kom je eruit?
Jezus verzoende, door er middenin te gaan staan. Hij verving niet de ene dwingelandij door de andere maar ‘genas allen', ging naast mensen staan in hun donker en licht, koos partij. Solidariteit tot op het kruis: God was met hem; wij gaan voortaan met God; de weg ligt open.
God zocht en vond ons, in de dienaar Jezus.

Dood en leven

Het gevecht tussen dood en leven speelt zich niet af in het graf. Het vindt plaats hier en nu: als ik kiezen moet, als jij mij te na komt, als wij geconfronteerd worden met honger en onrecht op allerlei fronten. Ik kan de strijd ontwijken, maar leef ik dan wel echt? Ik kan vluchten, maar dood na dood zal me treffen in de rug.
Met open vizier heeft Jezus gevochten: tegen de valse hoop van rijken, tegen de wanhoop van armen, god-weet tegen zichzelf. Wij weten wat er gebeurd is; wij weten hoe zoiets afloopt: ‘Hem hebben ze aan het kruishout geslagen en vermoord'. Pasen vieren is: met God deze verliezer de winnaar noemen (de ‘rechter over levenden en doden'), en de strijd voortzetten, voort kúnnen zetten.

Vertel maar

Maria van Magdala was de eerste getuige van de opstanding toen, zoals vandaag de dwaze moeders der vermisten ons voorgaan en alle vrouwen die treuren om hun doden. Wil mogen doen wat de apostelen ondanks hun haast deden: hen aan het woord laten, hen hun verhaal laten vertellen. Zeggen: ‘Vertel maar', om te horen waar we naar toe moeten.
Wat krijgen we te horen van de profetessen die naar het graf gingen, of de straat op? Geen verhalen die af zijn, geen gave theorieën. Ze rijmen niet; ze vertellen stotterend. Ze weten van de reële dood én van het leven daar doorheen, beide. Ze hebben niet begrepen, wel goed gekeken. Dan is de dood geen stoplap meer.

Als daglicht

Het was vroeg in de morgen, zegt het evangelie. Maria van Magdala vertrouwde haar ogen nog niet; de leerlingen konden nog nauwelijks geloven. Maar de weg lag open: ze konden op pad, weg van het graf, naar Galilea, het heidensgewest.
De achtste dag - de eerste - is nog maar net begonnen. Maar de zon is al op; en ook al zien we nog geen tuinman, we zien vandaag wel even de tuin, de schepping zoals bedoeld. In dat prille licht kunnen we op weg naar de woestenij waartoe onze aarde verworden is, naar het grensgebied: om putten te slaan, licht te maken, leven op te delven. Daar zal hij zijn, als levend water, licht voor ons uit, ingeloste belofte van leven.

Winnaar-koning

De Romeinse oppergod werd wel genoemd: ‘Iupiter Victor', ‘de zegevierende, de supersterke die de overwinning behaalt'. Zo'n god kun je bewieroken en bejubelen, maar hij blijft ver. Je kunt hem naspelen en imiteren, maar niet echt volgen. Wat wij echter vieren is: dat een slachtoffer winnaar werd. Die wij bezingen is: een dienaar die koning bleek. Zo iemand kan de eerste onder vele broeders en zusters zijn. De Christus is te volgen. Liefde is te doen, trouw is te doen, Pasen is te doen.