Zoek Hem bij de doden niet

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Het gebeurt ons dat we iemand tegenkomen van wie we dachten dat hij al dood was. Dat is me gisteren gebeurd. Ik zag iemand in Delhaize, hij deed boodschappen met een karretje. Om zoiets te doen, moet je leven. Hij eet nog driemaal per dag en elke nacht probeert hij te slapen. Hij is wel eventjes in het ziekenhuis geweest voor een kleine ingreep of zo, maar ik heb me niet vergist: hij leeft nog. Ludo is nog niet de hoek om. Volgende bladzijde graag.

Dat is een inleiding op een verrijzenis verhaal maar dan een zeer, zeer slechte inleiding. Het heeft er namelijk niets mee te maken. Op Ludo kan je botsen, je kan hem tegen het lijf lopen: ha, hij is er nog.
Dat kan je met Jezus niet. Als je hem nog wil zien, moet je hem zoeken. Dan moet je pijn voelen omdat hij er niet meer is. Dan moet je met veel interesse vragen stellen over hoe het met hem is afgelopen. Degenen die hem hebben gedood, hebben boven op het kruis geschreven: volgende bladzijde graag. Zij hebben hem ook nooit meer teruggezien, in geen enkele winkel, op geen enkele straat.

Alleen de mensen die niet konden geloven, dat hij dood was, hebben hem nog teruggezien. Ze konden namelijk zonder hem niet leven. Dat was geen leven meer. Hij was hun te dierbaar geworden. Zijn woorden waren te belangrijk voor hen. Ze misten hem. Hij was een stuk van hun leven geworden. Zij zochten hem dus. Zij zagen hem ook en zij vergisten zich niet.

Zij zagen, dat het allemaal verderging: zijn woord werd nog gesproken, de zieken werden nog aangeraakt en genezen in zijn naam. Hij was er nog altijd. Hij was nog altijd te zien. Hij werd nog altijd beluisterd, aangenomen of afgewezen, nog altijd geprezen en bespot, nog altijd in de buurt van slechte buurten, nog altijd bij kleine mensen, nog altijd bij de waterput waar mensen nog steeds levend water zoeken. En als je leefde met je ogen vol vragen, kon je hem ook tegenkomen in de winkelstraten. Maar dan moest je wel grote open ogen hebben.

En dat is gebeurd. Mensen, echte mensen van vlees en bloed vrouwen en mannen hebben hem ontmoet. En ze vergisten zich niet: hij was het helemaal. Nog altijd dezelfde.

Natuurlijk vraagt iedereen zich dan af: maar hoe weet je dat zo zeker? Het antwoord is telkens hetzelfde: omdat we hem hebben gezien! Voor ons zijn de bewijzen geleverd: als je ziet, dat alles onverminderd doorgaat, dan is er een teken gegeven dat niet bedriegt.
Maar.., we hebben hem wel gezocht. We hadden wel gebeden om hem te zien. En zie, de hemel heeft geantwoord: als je hem volgt op de goede oude smalle weg, als je erkent, dat hij nog altijd de voorganger is, als je zelf volgeling blijft, dan weet je dat zijn verhaal doorgaat. En dat hij je tochtgenoot is als je niet voor jezelf boodschappen doet, maar het doet voor mensen die het zelf niet meer kunnen. Dan proef je zijn nabijheid. Dan zegt hij, net als vroeger: ik was hongerig en ge hebt mij verzadigd.

Maar, zal de ander dan vragen: is dat geen illusie, maakt een mens zich dat niet wijs? En dan is er geen verder antwoord meer tenzij dit: ga op zijn weg, zoek hem waar hij is en ge zult hem ook zien. En leven, anders leven, want hij maakt mensen nieuw. Hij is verrezen, en hij gaat u voor.

En als je dan nog wagen hebt: vraag dan, zoals wij, dat hij ook voor jou verschijnen mag. En zeg welkom op voorhand. Dan zal je hem zien. En het zal niet je beste uur zijn, want dan ben je niet meer eigendom van jezelf. Dan zal je leven voor anderen.

Dat zal het grote wonder zijn.

Zalig Pasen, zoekende mens!