Wat betekent Pasen voor ons?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

Op de paaskaars, die het symbool is van de verrezen Heer, staan de cijfers gegrift: 20.. Daarmee wil de Kerk duidelijk maken, dat de verrijzenis geen gebeurtenis is in een ver verleden, maar een gebeurtenis, die ook voor ons, mensen die leven in het jaar 20.., een actuele betekenis heeft.

Pasen spreekt op de eerste plaats over God. God heeft Jezus uit de doden opgewekt. God is de handelende persoon. Hij is de alfa en de omega, het begin en het einde van alles. God heeft het eerste woord, Hij zal ook het laatste woord hebben in de geschiedenis van de mensheid en in de levensgeschiedenis van elke mens. Jezus is mens geworden en gestorven, maar was niet het laatste woord over Hem, nee, God heeft Jezus thuisgebracht, God is Hem trouw gebleven, over de dood heen. Hij heeft Jezus opgewekt tot een nieuw en onvergankelijk leven. De verrijzenis van Jezus zegt ons dat God nog altijd een weg weet waar menselijk kunnen een einde gevonden heeft.

Pasen spreekt natuurlijk ook over Jezus. Het zegt ons, dat Jezus diegene is die komen moest om ons te verlossen, en dat wij, na Hem of naast Hem, geen andere meer moeten verwachten die ons verlossen kan. De Vader heeft zijn boodschap van liefde voor alle mensen onomstotelijk bekrachtigd door Hem op te wekken uit de dood. Wie wil weten hoe een mens moet zijn, en hoe hij leven moet, die hoeft maar op te zien naar Jezus. Wie leeft zoals Hij, die krijgt uiteindelijk gelijk, tegen alles en iedereen in. Pasen zegt ons dat Jezus leeft; wij moeten Jezus niet gaan zoeken onder de doden. Zijn graf is leeg. Hij leeft niet alleen verder in zijn voorbeeld en in zijn woorden, Hij leeft in hoogsteigen persoon. Hij leeft in en van Gods eigen leven.

Pasen spreekt ook over ieder van ons. Als Jezus verrezen is, dan ben ik en is ieder van u en allen die in Jezus geloven, geroepen tot een nieuw en onvergankelijk leven over de dood heen. Als Jezus verrezen is, dan hoeven wij onze dierbare doden niet meer te gaan zoeken in de graven, dan delen zij in het onvergankelijke leven van de Heer Jezus.

Hoe kan ik dat allemaal met overtuiging beweren? Op de eerste plaats kan ik steunen op het getuigenis van de Kerk. De apostelen waren ontredderd, zij hadden Jezus zien sterven, zij waren verdrietig en hopeloos, en dan ineens gebeurt het wonder: zij getuigen vol blijdschap: ‘Wij hebbende Heer gezien, Hij leeft!' In dat geloof in de verrijzenis zijn miljoenen mensen gestorven, martelaren hebben dit geloof met hun bloed bezegeld; missionarissen hebben dit geloof ten koste van hun leven uitgedragen tot aan de uiteinden van de wereld. In dat geloof heb ik mijn ouders rustig zien sterven; ‘tot weerziens', zeggen wij die achterblijven, want ook wij leven vanuit datzelfde geloof. ‘Als God ons thuis brengt uit deze ballingschap, dat zal een droom zijn.' Van die droom leven wij, en in die droom vinden wij de kracht om elk kruis geduldig te dragen, want kruis en dood zullen niet het einde zijn, maar eeuwig leven bij Jezus.

Dat mysterie van eeuwig leven gaat ons verstand te boven, maar wij geloven niet omdat wij met ons verstand begrijpen, wij geloven omdat God trouw is en almachtig, omdat Hij ons in Jezus de zekerheid gegeven heeft, dat het onmogelijke mogelijk zal worden. Daarom wil ik niets bewijzen. Ik wil alleen een kleine aanwijzing geven, waardoor uw geloof zinvoller kan worden. Een boom leeft door zijn wortels. Snijd je die wortels af, dan sterft de boom. Dieren en mensen zijn anders, zij kunnen zich bewegen omdat zij een mond hebben en een spijsverteringssysteem dat hen in leven houdt. Er is dus een andere mogelijkheid dan leven met wortels in de grond. Zou er nu voor ons mensen geen leven mogelijk zijn, waarin wij ons ook niet meer hoeven te voeden met de stoffen van deze aarde, maar alle leven direct van God ontvangen? Een leven, dat niet meer aan deze aarde gebonden is, maar dat in stand gehouden wordt door Gods liefde en trouw? Die werkelijkheid is voor ons onvoorstelbaar, maar het is een werkelijkheid die in Gods macht ligt en die God bewezen heeft in de verrijzenis van Jezus.

Gelukkig hij die dat geloven kan, ook al kan hij het niet bewijzen, ook al ziet hij de werkelijkheid nu nog niet vanuit de verrijzenis van de Heer Jezus.