Paaswake (2013)

Kent u het verhaal van die vrouw die al achttien jaar kromgebogen liep, door een neerdrukkende geest. Jezus richtte haar op. Ze kon God weer loven met haar ogen naar de hemel en de mensen weer aankijken (Lc. 13,10-17).

Kent u het verhaal van de man die verlamd was en op een brancard lag bij de vijver van Bezeta, al achtendertig jaar? Jezus deed hem opstaan; de man nam zijn ligbed op en ging de tempel binnen (Joh. 5,1-16).

Kent u het verhaal van het dochtertje van Jaïrus, twaalf jaar oud? De familie kwam Jezus melden dat ze zonet gestorven was. Maar Jezus ging bij haar bed staan, deed haar opstaan en ze liep rond (Marcus 5,21-43).

Kent u het verhaal nog van de jongeling van Naïn, de enige zoon van zijn moeder die weduwe was. Ze waren al met de stoet op weg naar het graf. Jezus deed hem opstaan en gaf hem levend aan zijn moeder terug (Lucas 7,11-17).

En kent u het verhaal van Lazarus die al ruim drie dagen in het graf lag. Jezus riep: Lazarus, kom naar buiten. Hij kwam naar buiten met de zwachtels nog om handen en voeten en de zweetdoek nog om zijn gezicht.

Vijf verrijzenisverhalen tijdens het leven van Jezus. Deze nacht zien we vrouwen bij het graf. Zij zien een leeg graf en weten niet wat ze ervan moeten denken. Is dit werk van Herodes of van Pilatus of van de Judeeërs die riepen “kruisig Hem”, of van het Sanhedrin? Is er een boze grafeigenaar, of heeft de beheerder van de begraafplaats, de tuinman, hem herbegraven? Maar wat doen die zwachtels daar dan, die lijkwade die ze zien liggen? En wie haalt een dode nu uit die lijkwade als hij hem herbegraaft. Zijn andere vrouwen hen vóór geweest om hem te balsemen?

Je ziet de vrouwen in dat graf draaien en treuzelen en nadenken. Maar denken zij aan verrijzenis? Hun geest is nog gesloten voor de verrijzenis van Christus; want dat verzin je niet zelf. Dat geldt ook voor Petrus. Hij bukt bij het graf, hij ziet de doeken liggen en gaat terug, nadenkend over wat er gebeurd is.

Vind u het vreemd dat in de wereld wordt getwijfeld aan Jezus' verrijzenis? Ik vind het niet vreemd, het is zo'n andere werkelijkheid. De vrouwen daar bij het graf komen uit zichzelf niet verder dan de vragen die door hun hoofd gaan. Totdat … ja, totdat engelen komen getuigen. De vrouwen hebben een woord uit de hemel nodig, niet één keer, maar twee keer, een dúbbel woord van twee hemelse getuigen. Nu gaat hun geest open. Nu pas gaan hun ogen open voor die andere werkelijkheid en gaan ze alles anders zien.

Bij Petrus en de andere apostelen duurde het nog langer. Hun geest, hun ogen en oren waren zelfs gesloten voor de aanwezigheid van de engelen. Hun mannenverstand blokkeerde alles. Ze bleven steken in wat kan en wat niet kan, en dat verhinderde hun geloof. Jezus Zelf zal hen verschijnen. En zelfs dan duurt het een tijd voordat ze echt kunnen geloven dat de zijn dood een doortocht is naar eeuwig leven.

Het is niet vreemd dat mensen moeite hebben met Jezus' verrijzenis, met die oerervaring van ons geloof. Veel mensen zoeken een verklaring. De Judeeërs zeiden: De leerlingen hebben Hem gestolen en verborgen. In de eeuwen daarna werd Jezus schijndood verklaard, die verhalen komen we nu nog tegen in moderne romans. In de latere eeuwen vinden we psychologische verklaringen, de leerlingen konden het niet verwerken en wilden dat zijn verhaal, zijn boodschap zou doorgaan. Tot in onze tijd toe verschijnen er nieuwe verklaringen die proberen te zeggen dat Jezus eigenlijk niet echt verrezen is, maar dat het de ervaring van nieuw leven is die doorgaat. Het zijn telkens opnieuw variaties op hetzelfde thema.

Je moet als Abraham tot het uiterste zijn gegaan en net als Israël de doortocht door de zee hebben meegemaakt, dan pas weet je wat Gods Voorzienigheid betekent, dat zijn Verbond van liefde eeuwigdurend is. Dan ga je de tekenen verstaan van het Lam en van het water. Dan weet je dat die tekenen een diepere werkelijkheid in zich bergen. Je moet het meemaken, dan ga je het pas zien.

Paulus heeft de levende Christus gezien bij Damascus. Die ontmoeting heeft zijn leven totaal op zijn kop gezet. Geloof in Christus' verrijzenis begint niet in ons verstand, in onze redenering, in ons verdriet of verlangen om door te gaan; niets van wat mensen kunnen bedenken is de basis van ons geloof. Je moet de verrezen Heer ontmoeten, je moet zijn verrijzenis ervaren, dan pas kom je tot geloof.

Maar zult u dan misschien zeggen, ik heb geen engelen gezien, zoals die vrouwen, ik heb Jezus niet gezien in ons midden, zoals de apostelen of zoals Paulus bij Damascus. Dan vraag ik u: is dat zo? Wat zouden de kromgebogen vrouw, de verlamde man, het dochtertje van Jaïrus, de jongeling van Naïn en Lazarus geloven, zouden zij geloven dat Jezus' verrijzenis werkelijkheid is?

En dat zijn wij, die verhalen gaan over ons. In ons dagelijks leven mogen wij Jezus' verrijzenis ervaren, dag in dag uit in kleine en grote momenten. En dat geeft kracht aan ons geloof. We hoeven slechts in ons eigen leven terug te kijken om die momenten te zien, waar Hij ons oprichtte, ons deed opstaan en deed doorgaan, ons losmaakte uit de boeien van een doods bestaan. Kijk terug en u zult zien. Die ervaring bant alle twijfel uit. Laat dit woord uit de hemel, dit woord uit het Evangelie uw ogen openen en doen zien. Ja, waarachtig, de Heer is verrezen. Amen. Alleluia.