Evangelieprikje 2016

Nieuwjaar ligt nog maar net achter ons. De jaarwisseling is elk jaar wat hetzelfde, maar toch ook elk jaar weer anders. Dit jaar was de sfeer op oudejaar wat meer gespannen dan op andere jaren omwille van de terreurdreiging. Plezant is anders. Een gespannen sfeer was er ook al in Jezus’ tijd. Een groot deel van het joodse volk had het moeilijk met de Romeinse bezetting. Een ander deel liet het onverschillig, nog anderen werkten er mee samen. Bij veel mensen groeide de overtuiging dat het einde van de wereld nabij was en ze verwachtten dan ook ieder moment de komst van een nieuwe Messias, een opvolger van de grote koning David. Van die Gezalfde of Christus werd verwacht dat hij het juk van de Romeinse bezetting van zich af zou werpen. En daar komt dan opeens Johannes de Doper. Hij leefde teruggetrokken in de woestijn en had het blijkbaar moeilijk met de godsdienstbeleving zoals ze zich toen manifesteerde. Dit kon niet blijven duren, er moest een ommekeer komen. De joodse godsdienst moest terug naar zijn roots. Nu waren in de tempel de bijzaken bijna hoofdzaken geworden en was de joodse godsdienstbeleving bij velen gereduceerd tot het naleven van regels maar zonder enige spirit. Als Johannes zich in de lijn van de profeten plaatst en oproept om terug echte gelovigen te worden en zich dus weer te keren naar God, horen veel mensen daar de start van een nieuwe tijd in. En zo kwam het dat Johannes de Doper veel volk trok. De mensen die hij bereid vond zich te bekeren doopte hij met water uit de Jordaan. Die stem uit de woestijn was zo verfrissend – hoe contradictorisch dat ook moge lijken – dat sommigen begonnen te denken dat Johannes misschien wel de langverwachte Messias zou kunnen zijn. Maar Johannes ontkent dat met klem en spreekt over iemand die veel groter en krachtiger is dan hijzelf.

En zo gebeurt het dat Jezus zich aanbiedt voor het doopsel. Had die dan bekering nodig of gaat het hier louter om een profetische daad? Ik weet het niet, ik weet wel dat elk mens er wel eens behoefte aan heeft om de dingen waar hij van leeft ook uit te drukken in een ritueel, misschien was dat bij Jezus ook zo. Hoedanook, toen Johannes Jezus doopte was de heilige Geest er ook. Zoals Hij in het begin over de chaos zweefde, zo is Hij ook bij dit nieuwe begin aanwezig. Daar op die plek, op dat moment heeft Jezus heel diep mogen voelen dat Hij bemind werd door God. Het zal een liefde zijn die Hem in beweging zet, Hem zelfs een deel verteert.

Van die Jezus zegt Johannes dat Hij zal dopen met heilige Geest en vuur. Als wij gedoopt werden of wanneer wij kinderen aanbieden om te dopen, dan is het eigenlijk nog altijd Jezus die de kinderen doopt. Hij doopt met heilige Geest. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Een gevaarlijke vraag want hoe kan je spreken over iets wat niet (be)grijpbaar is? We gaan toch een poging ondernemen maar zeggen onmiddellijk dat dit onmogelijk de volledige rijkdom van de gave van de heilige Geest bij het doopsel kan uitleggen. Voor mij zou dopen met heilige Geest kunnen betekenen dat we in ons leven een Helper krijgen. Een Helper die ons inspireert en motiveert om telkens weer te kiezen voor God en de medemensen. Noem het een stemmetje diep in jezelf, noem het je geweten, .... En je bent op de goede weg, alhoewel de heilige Geest daar natuurlijk niet mee samenvalt. Maar het beeld van een helper vind ik mooi omdat een helper helpt. Logisch? Uiteraard, maar een helper speelt geen baas, neemt de macht niet over, gaat niet beslissen in jouw plaats: de menselijke vrijheid die zo kostbaar is voor God blijft overeind. Die vrijheid is zo belangrijk omdat God liefde is en liefde kan nooit dwingen of verplichten. We zijn allemaal oud en wijs genoeg om de link naar ons eigen leven te leggen. Luisteren wij nog naar die heilige Geest, staan wij daar nog voor open? Er zijn in onze wereld veel andere stemmen die vaak krachtiger en dwingender roepen dan de heilige Geest. Er is de roep van het consuentisme of de verleidelijke roep van macht en succes hebben. In die kille woestijn die onze samenleving soms geworden is, zweeft ook de heilige Geest. DIe heilige Geest kan een fantastische helper zijn. Het is toch mooi dat in onze gebedstraditie gestart wordt met het aanroepen van de heilige Geest. Wie kan er van ons echt bidden? Is het niet goed dat we de heilige Geest laten bidden in ons? Maar dat vraagt tijd en openheid naar een dimensie die wat dieper gaat dan het oppervlakkige dat nu krachtig regeert.

Jezus doopt ook met vuur. Vuur kan vernietigen. In die zin kan het vuur van ons doopsel komaf maken met al hetgeen ons tracht te verwijderen van God. Gaat het om zo’n vuur, een vuur dat al het negatieve verwijdert? Of gaat het om een vuur dat de heilige Geest in ons ontsteekt en ons enthousiast maakt, geest-driftig? Een vuur dat ons in beweging brengt. Zo’n vuur zou er wat meer mogen zijn in onze Kerk, vind ik. Ik vind het fantastisch dat ik gelovig ben, ik ben er diep van overtuigd dat het mij ten diepste gelukkig maakt. En neen, ik ben daar dus niet beschaamd over, ik probeer dat ook niet te camoufleren. Ik zie niet in hoe je dat zou kunnen. Als je plots beseft dat iemand je graag ziet, dat is toch het beste wat je kan overkomen? Daar wordt een mens toch “happy” van, ten minste als je die ander ziet zitten? En wat als je plots in je leven mag ontdekken dat er bij alle levende wezens die je graag zien ook Iemand is die wij de God van hemel en aarde noemen? Dan kan je toch niet anders dan blij zijn, dan kan je dat toch niet wegsteken? Sommige mensen blijkbaar wel, soms moet liefde eens aangewakkerd worden, anders komt er sleet op de relatie. Dat is ook zo voor de relatie met God. Laten we er dus weer wat vuur in brengen en het niet laten doven door lege kerken, andere mensen die ons raar bekijken, godsdienstextremisme, ... Laten we bidden voor heilige Geest en vuur voor alle gedoopten want onze harde, kille wereld kan het echt wel gebruiken.