Driekoningen (2013)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden

Een vriendin, ietsje ouder dan ik, vertelde dat met Kerstmis haar beide volwassen zoons, tweede helft twintig, waren thuis geweest. Beiden werken in het buitenland. Met z'n viertjes hadden ze het goed gehad. Hoewel: de ene zoon had net liefdesverdriet achter de rug en de ander zat er nog middenin. Ze zei: "Vrouwen tussen de 26 en 28 zijn tegenwoordig heel onberekenbaar. Die hebben zelf ook een carrière die ze willen volgen. Dat is niet meer vanzelfsprekend dat die alles maar opgeven om jóu als man te volgen, de hele wereld over. Het is tegenwoordig ook vaak andersom."

 Wie volgt wie? Wie volgt wat? Wat, wie volg je? Iemand volgen, niet alleen op twitter, maar écht. Ik denk: daarover gáát het vandaag in de kerk, op dit hoogfeest van de Openbaring des Heren, "Driekoningen". Dat beeld van die ster die wijzen uit het oosten volgen, wat is dat toch een práchtig beeld, zéér tot de verbeelding sprekend. Ik denk altijd: die ster die aan de hemel is opgegaan en voor de wijzen uitgaat, die ster is het beeld van vooral een innerlijk licht dat mensen kunnen krijgen; innerlijk licht om te volgen. "Intuïtie" noemen we dat. Wat is voor jou het goede perspectief? Welk toekomstperspectief spreekt jou aan, welke opleiding, welk werk? En wie is de goede partner voor jou? Hoe krijg je, dierbare gasten en parochianen; hoe krijgt een mens daaromtrent zekerheid? Veel middelbare scholieren weten het niet. Ze tasten in het duister. Ik heb de afgelopen week logé's gehad, een bevriend gezin, vader, moeder en drie zoons uit Wenen, Oostenrijk. De oudste zoon, zeventien, had ook een vriend meegenomen. Gisteren sprak ik met die twee. Ze waren hier in Amsterdam elke avond uitgegaan. Tot museumbezoek en naar zee gaan hadden ouderslief hen niet kunnen motiveren. Wat ze met hun leven willen weten ze nog niet en dat geldt ook op religieus gebied. Allebei die jongens zijn katholiek opgevoed en altijd meegenomen naar de kerk. Maar nu is het bij beiden in de benen gezakt. Hoe dat hele kerkinstituut werkt en hoe de paus bezig is: dat spreekt hen niet aan. En ze staan daarin niet alleen. We hebben dankzij de heilige vader en dankzij de behoorlijk tendentieuze berichtgeving in verband met recente toespraken die hij gehouden heeft als kerk de afgelopen weken weer een bescheiden regen van zogenaamde "uitschrijvingen" gehad, een regen van vallende sterren als het ware – dat wil zeggen: ook een keuze tégen iets of iemand kan natuurlijk een keuze zijn, ja... maar dat is natuurlijk gemakkelijker... Dát weten mensen vaak wél: wat en wie ze niet, of niet méér willen, of waar ze zoals dat dan heet "tegen zijn". Maar ja, wie of wat wil je dan wél, en: waar ben je vóór? Voor wat en voor wie kies je?

 Wat mij betreft dierbare gasten en parochianen: niets of niemand kan voor mij op tegen allerlei zinnen zoals we die vandaag in de kerk op dit hoogfeest horen, om te beginnen in de eerste lezing uit de profeet Jesaja: "Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen." (...) "over u gaat de Heer op en zijn glorie is boven u verschenen. Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad. Sla uw ogen op en zie om u heen: van overal stromen ze naar u toe." Ja, veelgeliefden, kijk eens om u heen hier in de kerk: wie zijn er vandaag ondanks alles wat je er tegen kunt hebben, tegen God, geloof en kerk, toch weer naar die kerk toegekomen? "Uw zonen komen van verre, uw dochters draagt men op de arm." Waar zijn onze kinderen? "Bij het zien hiervan zult gij met blijdschap worden vervuld en uw hart zal bonzen en wijd worden van vreugde." Heerlijk dat laatste. Met dat de woorden klinken, veelgeliefden, kun je het misschien ook al gaan voelen, die blijdschap van zo'n bonzend en wijd wordend hart. Waar het om gaat, hier in de kerk, de werkelijkheid van God waar de woorden van Jesaja naar verwijzen, die trekt aan als een magneet.

 Ik denk dat ook de apostel Paulus, die we hoorden in de tweede lezing, in diens brief aan de christenen van Efeze, zoiets heeft ervaren. Hij schrijft daarin, Paulus: "door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld." In zijn hart, in dat van Paulus, is het gebeurd.

 En dan het evangelie: "(...) zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit totdat ze boven de plaats waar het kind zich bevond stil bleef staan." En: "Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde." Bij zulke woorden, veelgeliefden, bij zulke onvervangbare en onvergelijkelijke woorden springen je toch de tranen in de ogen? "Overgrote vreugde", gaudium magnum, de vreugde van een bonzend hart dat wijd open gaat, kom daar eens om tegenwoordig. Wie maakt dat mee? En waar maak je zoiets mee?

 Nou, op allerlei plekken misschien, maar in elk geval óók in de kerk als het goed is, in die vermaledijde en door zovelen afgeschreven kerk. Hier wordt ons Christus geschonken, de Gezalfde Gods. We vinden Hem hier in de woorden die wij horen, gesproken en gezongen. Wij vinden Hem in onze mooie kerstgroep. Wij zullen Hem vinden, zodadelijk, het kind in de kribbe, in het brood dat wij zullen breken en in de wijn die wij zullen uitschenken, in Zijn Naam. Hopelijk wordt, om met Paulus te spreken, de kennis omtrent het geheim van de levende Christus zoals Hij zich hier door ons wil láten kennen aan elk van ons persoonlijk geopenbaard. Opdat het gebeurt is slechts één ding nodig. Je moet dan doen zoals de wijzen of "koningen" als u wilt; zoals zíj deden. Je moet dan naar Hem op zoek gaan. Je moet dan op zoek gaan met Zijn licht, dat van de ster, in je hart. Je moet op zoek gaan en daarbij allerlei weerstanden eventueel trotseren.

 Weerstanden? Wat voor weerstanden? Voor de wijzen uit het oosten droeg de weerstand die zij op hun weg tegenkwamen de naam van "Herodes". Het kind dat de wijzen zoeken, wordt door koning Herodes ervaren als een grote bedreiging. Hij "werd verontrust en heel Jeruzalem met hem." De bladeren van alle bomen in het woud beginnen te trillen alsof er een orkaan op komst is. Het is me wat: zo'n grote man die bang is voor een baby. En toch: ik begrijp dat wél. Want voor wat in mijn eígen leven eventueel "duisternis" is, kan Jezus' licht ook bedreigend zijn. Immers het licht van Jezus, dat is als het zachte licht van een kaars maar ook als röntgenlicht dat overal door heen gaat en alles doorlicht en doorgrondt. Het verlicht ook mijn eigen duisternis. Alles waar ik aan gehecht ben en wat ik wil verdedigen en niet bereid ben om los te laten en op te geven indien nodig; dat alles zet zich schrap tégen Hem, tégen Jezus, tégen het licht van Gods genade en vrede. Ja, ik snap die Herodes wel. Hij is mijn eigen eventuele heerszucht en bezitsdrang. Maar zolang ik daar aan vasthoud kan ik niet bij Hem, bij Jezus komen.  

Hoe heet onze eigen Herodes? Wie is voor jou de boeman of de boevrouw? Wie staat jou in de weg? Wie verspert jou de weg naar Christus? Ik ben bang, veelgeliefden, dat voor nogal wat mensen, terecht of onterecht, de paus die rol vervult. Voor veel mensen werkt de paus als een rode lap op een stier. De paus spreekt en half Nederland zit weer bovenop de kast. Mensen voelen zich bedreigd door wat de paus zegt óf door wat de krant of het televisienieuws zeggen dat de paus heeft gezegd - wat soms een uitvergroting en een karikatuur kan zijn van wat de paus wérkelijk gezegd heeft. Mijn krant, NRC-Handelsblad heeft zich wat dit betreft in mijn perceptie ernstig vergaloppeerd. Als het om de fouten van derden gaat, bijvoorbeeld om de paus, dan kan zo'n krant hoog van de toren blazen. In het toegeven van zo'n eigen misser is de krant dan echter erg zuinig en tamelijk halfslachtig.[1] Waarom werkt dat zo? Ik denk dat het met angst te maken heeft. Mensen, en ook de krant, voelen zich, nogmaals: terecht of onterecht, in hun identiteit, in wat zij menen te zijn en menen te hebben door de paus bedreigd.

 En dat is heel jammer natuurlijk, om niet te zeggen: dat is doodzonde als mensen er dan toe overgaan om met het badwater ook het kerstkind weg te gooien. Is de paus een boze koning Herodes die wat ons lief is en die wat voor en in ons kwestbaar is bedreigt en naar het leven staat? Wie zal het zeggen? Ja Herodes zit misschien ook wel in de heilige vader. Maar diezelfde Herodes zit misschien ook wel in onszelf. Maar hopelijk bezitten wijzelf en bezit ook de heilige vader enige wijsheid. Volgen wij dan allen, zoals de wijzen uit het oosten, Jezus' ster. Laten we eenvoudig voorbij Herodes gaan en ons aan hem niet meer storen en voor hem niet meer bang zijn. Laten we verstandig met Herodes omgaan. Laten we niet naar hem terug gaan en langs een andere weg naar het land van onze bestemming gaan. Maar niet, veelgeliefden; laten we dat niet doen zonder Hem, zonder Jezus Christus gevonden te hebben en voor altijd in ons hart gesloten te hebben en Hem voortaan steeds voor ogen en in gedachten te houden. De carrière komt wel. Of die komt niet. De partner komt wel. Of die komt niet. Het maakt niet uit, zolang je maar bent... met Hem. Amen.